Psalmen 148:1
Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
2Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
3Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp!
2Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!
3Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
4Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!
5Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.
1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.
2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.
3Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.
4De HEERE is hoog boven alle heidenen, boven de hemelen is Zijn heerlijkheid.
5Wie is gelijk de HEERE, onze God? Die zeer hoog woont.
13Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
14En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
1Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
5Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!
6Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.
1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.
1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.
12O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.
1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.
1Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien!
21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
5Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.
7Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!
1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.
17Zijn moeite zal op zijn hoofd wederkeren, en zijn geweld op zijn schedel nederdalen. [ (Psalms 7:18) Ik zal den HEERE loven naar Zijn gerechtigheid, en den Naam des HEEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen. ]
11Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken. [ (Psalms 57:12) Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde. ]
34Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet.
18Maar wij zullen den HEERE loven van nu aan tot in der eeuwigheid. Hallelujah!
5Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.
7Zingt den HEERE bij beurte met dankzegging; psalmzingt onzen God op de harp.
1Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.
5Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Sela.
2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.
1Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
3Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.
19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
2Heft uw handen op naar het heiligdom, en looft den HEERE.
20Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords.
12Is niet God in de hoogte der hemelen? Zie toch het opperste der sterren aan, dat zij verheven zijn.
3Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.
6God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin.
1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
9Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.
4Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt.
1Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.
1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.