Psalmen 147:12
O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.
O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.
2De HEERE bouwt Jeruzalem; Hij vergadert Israels verdrevenen.
19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
10De HEERE zal in eeuwigheid regeren; uw God, o Sion! is van geslacht tot geslacht. Hallelujah!
1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.
2Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.
3Dat zij Zijn Naam loven op de fluit; dat zij Hem psalmzingen op de trommel en harp.
21Om het zuchten der gevangenen te horen, om los te maken de kinderen des doods;
1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.
13Want Hij maakt de grendelen uwer poorten sterk; Hij zegent uw kinderen binnen in u.
1Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
11En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken.
8Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd, en de dochteren van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oordelen, o HEERE!
3De HEERE zegene u uit Sion, Hij, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.
14Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israel; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!
1Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.
2De HEERE is groot en zeer te prijzen, in de stad onzes Gods, op den berg Zijner heiligheid.
5De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens;
11Gelijk Uw Naam is, o God! alzo is Uw roem tot aan de einden der aarde; Uw rechterhand is vol van gerechtigheid.
1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
2Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
14Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods;
1Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
1Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien!
1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.
6Bidt om den vrede van Jeruzalem; wel moeten zij varen, die u beminnen.
2Onze voeten zijn staande in uw poorten, o Jeruzalem!
18Want Gij hebt geen lust tot offerande, anders zou ik ze geven; in brandofferen hebt Gij geen behagen.
9Maakt een geschal, juicht te zamen, gij woeste plaatsen van Jeruzalem! want de HEERE heeft Zijn volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.
1Een psalm van David, een lied, voor den opperzangmeester.
4En zult te dienzelfden dage zeggen: Dankt den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken! vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is.
5Psalmzingt den HEERE, want Hij heeft heerlijk dingen gedaan; zulks zij bekend op den gansen aardbodem.
6Juich en zing vrolijk, gij inwoneres van Sion! want de Heilige Israels is groot in het midden van u.
3Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.
12Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen!
13Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
14En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
2De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.
2De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob.
3Zeer heerlijke dingen worden van u gesproken, o stad Gods! Sela.
10Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.
16Dan zullen de heidenen den Naam des HEEREN vrezen, en alle koningen der aarde Uw heerlijkheid.
1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.
1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.
6Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
13Want de HEERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende:
1Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten.
7Zingt den HEERE bij beurte met dankzegging; psalmzingt onzen God op de harp.
5De HEERE is verheven, want Hij woont in de hoogte; Hij heeft Sion vervuld met gericht en gerechtigheid.