Psalmen 87:2
De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob.
De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Een psalm, een lied voor de kinderen van Korach. Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid.
3Zeer heerlijke dingen worden van u gesproken, o stad Gods! Sela.
13Want de HEERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende:
14Dit is Mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd.
8HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats des tabernakels Uwer eer.
12O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.
13Want Hij maakt de grendelen uwer poorten sterk; Hij zegent uw kinderen binnen in u.
1Voor den opperzangmeester, op de Gittith; een psalm, voor de kinderen van Korach.
2Onze voeten zijn staande in uw poorten, o Jeruzalem!
1Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.
2De HEERE is groot en zeer te prijzen, in de stad onzes Gods, op den berg Zijner heiligheid.
3Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad des groten Konings.
2De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.
16Dan zullen de heidenen den Naam des HEEREN vrezen, en alle koningen der aarde Uw heerlijkheid.
21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
2God is bekend in Juda; Zijn Naam is groot in Israel.
19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
5De HEERE is verheven, want Hij woont in de hoogte; Hij heeft Sion vervuld met gericht en gerechtigheid.
35Dat Hem prijzen de hemel en de aarde, de zeeen, en al wat daarin wriemelt.
16De berg Basan is een berg Gods; de berg Basan is een bultige berg.
68Maar Hij verkoos den stam van Juda, den berg Sion, dien Hij liefhad.
2De HEERE bouwt Jeruzalem; Hij vergadert Israels verdrevenen.
19Doet mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan, ik zal den HEERE loven.
20Dit is de poort des HEEREN, door dewelke de rechtvaardigen zullen ingaan.
2Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.
6Bidt om den vrede van Jeruzalem; wel moeten zij varen, die u beminnen.
8Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd, en de dochteren van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oordelen, o HEERE!
1Een lied Hammaaloth. Die op den HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar blijft in eeuwigheid.
2Rondom Jeruzalem zijn bergen; alzo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in der eeuwigheid.
4Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot Zijn eigendom.
7Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga!
3De HEERE zegene u uit Sion, Hij, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.
10O God, ons Schild! zie, en aanschouw het aangezicht Uws gezalfden.
5De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens;
14Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods;
14Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen.
2Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!
2Doet de poorten open, dat het rechtvaardige volk daarin ga, hetwelk de getrouwigheden bewaart.
11En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken.
5Totdat ik voor den HEERE een plaats gevonden zal hebben, woningen voor den Machtige Jakobs!
5En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen.
9Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga!
18Want Gij hebt geen lust tot offerande, anders zou ik ze geven; in brandofferen hebt Gij geen behagen.
10De HEERE zal in eeuwigheid regeren; uw God, o Sion! is van geslacht tot geslacht. Hallelujah!
2Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende.
1Voor den opperzangmeester, een psalm van David, de knecht des HEEREN, die de woorden dezes lieds tot den HEERE gesproken heeft, ten dage, als de HEERE hem gered had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul.
8De Heere HEERE heeft gezworen bij Zichzelf (spreekt de HEERE, de God der heerscharen): Ik heb een gruwel van Jakobs hovaardij, en Ik haat zijn paleizen; daarom zal Ik de stad en haar volheid overleveren.
5Hij heeft gerechtigheid en gericht lief; de aarde is vol van de goedertierenheid des HEEREN.
11Gelijk Uw Naam is, o God! alzo is Uw roem tot aan de einden der aarde; Uw rechterhand is vol van gerechtigheid.
1Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen;