Psalmen 150:5

Statenvertaling (States Bible)

Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 15:16 : 16 En David zeide tot de oversten der Levieten, dat zij hun broeders, de zangers, stellen zouden met muziekinstrumenten, met luiten, en harpen, en cimbalen, dat zij zich zouden doen horen, verheffende de stem met blijdschap.
  • 1 Kron 15:19 : 19 De zangers nu, Heman, Asaf en Ethan, lieten zich horen met koperen cimbalen;
  • 1 Kron 15:28 : 28 Alzo bracht gans Israel de ark des verbonds des HEEREN op, met gejuich, en met geluid der bazuin, en met trompetten, en met cimbalen, makende geluid met luiten en met harpen.
  • 1 Kron 25:1 : 1 En David, mitsgaders de oversten des heirs, scheidde af tot den dienst, van de kinderen van Asaf, en van Heman, en van Jeduthun, die met harpen, met luiten en met cimbalen profeteren zouden; en die onder hen geteld werden, waren mannen, bekwaam tot het werk van hun dienst.
  • 1 Kron 25:6 : 6 Dezen waren altemaal aan de handen huns vaders gesteld tot het gezang van het huis des HEEREN, op cimbalen, luiten, en harpen, tot den dienst van het huis Gods, aan de handen van den koning, van Asaf, Jeduthun, en van Heman.
  • 2 Sam 6:5 : 5 En David en het ganse huis Israels speelden voor het aangezicht des HEEREN, met allerlei snarenspel van dennenhout, als met harpen, en met luiten, en met trommelen, ook met schellen, en met cimbalen.
  • 1 Kron 13:8 : 8 En David en gans Israel speelden voor het aangezicht Gods met alle macht, zo met liederen, als met harpen, en met luiten, en met trommelen, en met cimbalen, en met trompetten.
  • 1 Kron 16:5 : 5 Asaf was het hoofd, en Zecharja de tweede na hem; Jeiel, en Semiramoth, en Jehiel, en Mattithja, en Eliab, en Benaja, en Obed-Edom, en Jeiel, met instrumenten der luiten en met harpen; en Asaf liet zich horen met cimbalen;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 150:1-4
    4 verzen
    88%

    1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!

    2Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!

    3Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp!

    4Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel!

  • 6Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!

  • Ps 149:1-3
    3 verzen
    81%

    1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.

    2Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.

    3Dat zij Zijn Naam loven op de fluit; dat zij Hem psalmzingen op de trommel en harp.

  • Ps 98:4-6
    3 verzen
    79%

    4Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt.

    5Psalmzingt den HEERE met de harp, met de harp en met de stem des gezangs,

    6Met trompetten en bazuinengeklank; juicht voor het aangezicht des Konings, des HEEREN.

  • Ps 33:1-3
    3 verzen
    79%

    1Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten.

    2Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de luit, en het tiensnarig instrument.

    3Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal.

  • Ps 148:1-4
    4 verzen
    76%

    1Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!

    2Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!

    3Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!

    4Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!

  • 8En David en gans Israel speelden voor het aangezicht Gods met alle macht, zo met liederen, als met harpen, en met luiten, en met trommelen, en met cimbalen, en met trompetten.

  • 28Alzo bracht gans Israel de ark des verbonds des HEEREN op, met gejuich, en met geluid der bazuin, en met trompetten, en met cimbalen, makende geluid met luiten en met harpen.

  • 5En David en het ganse huis Israels speelden voor het aangezicht des HEEREN, met allerlei snarenspel van dennenhout, als met harpen, en met luiten, en met trommelen, ook met schellen, en met cimbalen.

  • 16En David zeide tot de oversten der Levieten, dat zij hun broeders, de zangers, stellen zouden met muziekinstrumenten, met luiten, en harpen, en cimbalen, dat zij zich zouden doen horen, verheffende de stem met blijdschap.

  • Ps 81:1-2
    2 verzen
    74%

    1Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.

    2Zingt vrolijk Gode, onze Sterkte; juicht den God van Jakob.

  • 7Zingt den HEERE bij beurte met dankzegging; psalmzingt onzen God op de harp.

  • 1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.

  • Ps 66:1-2
    2 verzen
    74%

    1Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!

    2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.

  • Ps 47:5-6
    2 verzen
    73%

    5Hij verkiest voor ons onze erfenis, de heerlijkheid van Jakob, dien Hij heeft liefgehad. Sela.

    6God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin.

  • 3Dat men in den morgenstond Uw goedertierenheid verkondige, en Uw getrouwheid in de nachten;

  • Ps 100:1-2
    2 verzen
    73%

    1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.

    2Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.

  • 12Zij heffen op met de trommel en de harp, en zij verblijden zich op het geluid des orgels.

  • 2Laat ons Zijn aangezicht tegemoet gaan met lof; laat ons Hem juichen met psalmen.

  • 1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.

  • 1Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

  • 2Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.

  • 1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.

  • 13Het geschiedde dan, als zij eenpariglijk trompetten en zongen, om een eenparige stem te laten horen, prijzende en lovende den HEERE; en als zij de stem verhieven met trompetten, en met cimbalen, en andere muzikale instrumenten, en als zij den HEERE prezen, dat Hij goed is, dat Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid; dat het huis met een wolk vervuld werd, namelijk het huis des HEEREN.

  • 1Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!

  • 5Asaf was het hoofd, en Zecharja de tweede na hem; Jeiel, en Semiramoth, en Jehiel, en Mattithja, en Eliab, en Benaja, en Obed-Edom, en Jeiel, met instrumenten der luiten en met harpen; en Asaf liet zich horen met cimbalen;

  • 13Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.

  • 6De verheffingen Gods zullen in hun keel zijn; en een tweesnijdend zwaard in hun hand;

  • 1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.

  • 9Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.

  • 15Alzo brachten David en het ganse huis Israels de ark des HEEREN op, met gejuich en met geluid der bazuinen.

  • 12O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.

  • 34Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet.

  • 1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.