Psalmen 95:1

Statenvertaling (States Bible)

Komt, laat ons den HEERE vrolijk zingen; laat ons juichen den Rotssteen onzes heils.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Sam 22:47 : 47 De HEERE leeft, en geloofd zij mijn Rotssteen; en verhoogd zij God, de Rotssteen mijns heils!
  • Ps 81:1 : 1 Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.
  • Ps 89:26 : 26 En Ik zal zijn hand in de zee zetten, en zijn rechterhand in de rivieren.
  • Ps 96:1-2 : 1 Zingt den HEERE een nieuw lied; zingt de HEERE, gij ganse aarde! 2 Zingt den HEERE, looft Zijn Naam; boodschapt Zijn heil van dag tot dag.
  • Ps 98:4-8 : 4 Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt. 5 Psalmzingt den HEERE met de harp, met de harp en met de stem des gezangs, 6 Met trompetten en bazuinengeklank; juicht voor het aangezicht des Konings, des HEEREN. 7 De zee bruise met haar volheid, de wereld met degenen, die daarin wonen. 8 Dat de rivieren met de handen klappen, dat tegelijk de gebergten vreugde bedrijven,
  • Ps 100:1 : 1 Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
  • Ps 101:1 : 1 Een psalm van David. Ik zal van goedertierenheid en recht zingen; U zal ik psalmzingen, o HEERE!
  • Ps 107:8 : 8 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
  • Ps 107:15 : 15 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;
  • Ps 107:21 : 21 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
  • Ps 117:1 : 1 Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien!
  • Ps 118:1 : 1 Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
  • Ps 136:1-3 : 1 Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid; 2 Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 3 Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
  • Ps 148:11-13 : 11 Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde! 12 Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen! 13 Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
  • Ps 150:6 : 6 Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
  • Jes 12:4-6 : 4 En zult te dienzelfden dage zeggen: Dankt den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken! vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is. 5 Psalmzingt den HEERE, want Hij heeft heerlijk dingen gedaan; zulks zij bekend op den gansen aardbodem. 6 Juich en zing vrolijk, gij inwoneres van Sion! want de Heilige Israels is groot in het midden van u.
  • Jer 33:11 : 11 De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.
  • Matt 21:9 : 9 En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!
  • 1 Kor 10:4 : 4 En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.
  • Ef 5:19 : 19 Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart;
  • Kol 3:16 : 16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.
  • Opb 5:9 : 9 En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie;
  • Opb 14:3 : 3 En zij zongen als een nieuw gezang voor den troon, en voor de vier dieren, en de ouderlingen; en niemand kon dat gezang leren, dan de honderd vier en veertig duizend, die van de aarde gekocht waren.
  • Opb 15:3 : 3 En zij zongen het gezang van Mozes, den dienstknecht Gods, en het gezang des Lams, zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen!
  • Opb 19:6 : 6 En ik hoorde als een stem ener grote schare, en als een stem veler wateren, en als een stem van sterke donderslagen, zeggende: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst.
  • 1 Kron 16:9 : 9 Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.
  • Ezra 3:11-13 : 11 En zij zongen bij beurten, met den HEERE te loven en te danken, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israel. En al het volk juichte met groot gejuich, als men den HEERE loofde over de grondlegging van het huis des HEEREN. 12 Maar velen van de priesteren, en de Levieten, en hoofden der vaderen, die oud waren, die het eerste huis gezien hadden, dit huis in zijn grondlegging voor hun ogen zijnde, weenden met luider stem; maar velen verhieven de stem met gejuich en met vreugde. 13 Zodat het volk niet onderkende de stem van het gejuich der vreugde, van de stem des geweens van het volk; want het volk juichte met groot gejuich, dat de stem tot van verre gehoord werd.
  • Ps 34:3 : 3 Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.
  • Ps 47:6-7 : 6 God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin. 7 Psalmzingt Gode, psalmzingt! Psalmzingt onzen Koning, psalmzingt!
  • Ps 66:1-2 : 1 Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde! 2 Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.
  • Ps 66:8 : 8 Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.
  • Ex 15:1 : 1 Toen zong Mozes en de kinderen Israels de HEERE dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.
  • Ex 15:21 : 21 Toen antwoordde Mirjam hunlieden: Zingt den HEERE; want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!
  • Deut 32:15 : 15 Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 95:2-3
    2 verzen
    89%

    2Laat ons Zijn aangezicht tegemoet gaan met lof; laat ons Hem juichen met psalmen.

    3Want de HEERE is een groot God; ja, een groot Koning boven alle goden;

  • Ps 98:4-6
    3 verzen
    81%

    4Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt.

    5Psalmzingt den HEERE met de harp, met de harp en met de stem des gezangs,

    6Met trompetten en bazuinengeklank; juicht voor het aangezicht des Konings, des HEEREN.

  • Ps 100:1-2
    2 verzen
    80%

    1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.

    2Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.

  • Ps 95:6-7
    2 verzen
    79%

    6Komt, laat ons aanbidden en nederbukken; laat ons knielen voor den HEERE, Die ons gemaakt heeft.

    7Want Hij is onze God, en wij zijn het volk Zijner weide, en de schapen Zijner hand. Heden, zo gij Zijn stem hoort,

  • Ps 66:1-2
    2 verzen
    78%

    1Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!

    2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.

  • Ps 81:1-2
    2 verzen
    78%

    1Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.

    2Zingt vrolijk Gode, onze Sterkte; juicht den God van Jakob.

  • Ps 96:1-2
    2 verzen
    76%

    1Zingt den HEERE een nieuw lied; zingt de HEERE, gij ganse aarde!

    2Zingt den HEERE, looft Zijn Naam; boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  • Ps 149:1-3
    3 verzen
    76%

    1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.

    2Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.

    3Dat zij Zijn Naam loven op de fluit; dat zij Hem psalmzingen op de trommel en harp.

  • 8Dat de rivieren met de handen klappen, dat tegelijk de gebergten vreugde bedrijven,

  • 1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.

  • Ps 105:1-3
    3 verzen
    73%

    1Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.

    2Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.

    3Roemt u in den Naam Zijner heiligheid; het hart dergenen, die den HEERE zoeken, verblijde zich.

  • Ps 96:11-12
    2 verzen
    73%

    11Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde zich verheuge, dat de zee bruise met haar volheid.

    12Dat het veld huppele van vreugde met al wat er in is, dat dan al de bomen des wouds juichen.

  • 6God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin.

  • 1De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat veel eilanden zich verblijden.

  • 1Een lied Hammaaloth, van David. Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan.

  • 35En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.

  • 7Zingt den HEERE bij beurte met dankzegging; psalmzingt onzen God op de harp.

  • 1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.

  • 4Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.

  • 1Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

  • 3Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.

  • 3Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal.

  • 9Zo zal mijn ziel zich verheugen in den HEERE; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 9Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.

  • 1Een psalm. Zingt den HEERE een nieuw lied; want Hij heeft wonderen gedaan; Zijn rechterhand, en de arm Zijner heiligheid, heeft Hem heil gegeven.

  • 1Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten.

  • 3Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.

  • 23Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  • 8Geeft den HEERE de eer Zijns Naams; brengt offer, en komt in Zijn voorhoven.

  • 1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!

  • 1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.

  • 47Verlos ons, HEERE, onze God! en verzamel ons uit de heidenen, opdat wij den Naam Uwer heiligheid loven, ons beroemende in Uw lof.

  • 9Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.

  • 1Een psalm van David. Ik zal van goedertierenheid en recht zingen; U zal ik psalmzingen, o HEERE!

  • 32Prinselijke gezanten zullen komen uit Egypte; Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken.

  • 20De HEERE was gereed om mij te verlossen; daarom zullen wij op mijn snarenspel spelen; al de dagen onzes levens, in het huis des HEEREN.