Psalmen 95:6

Statenvertaling (States Bible)

Komt, laat ons aanbidden en nederbukken; laat ons knielen voor den HEERE, Die ons gemaakt heeft.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 100:3 : 3 Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.
  • 2 Kron 6:13 : 13 (Want Salomo had een koperen gestoelte gemaakt, en had het gesteld in het midden des voorhofs; zijnde vijf ellen in zijn lengte en vijf ellen in zijn breedte, en drie ellen in zijn hoogte; en hij stond daarop, en knielde op zijn knieen voor de ganse gemeente van Israel, en breidde zijn handen uit naar den hemel.)
  • Dan 6:10 : 10 Daarom tekende de koning Darius dat schrift en gebod.
  • Fil 2:10 : 10 Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.
  • Ex 20:5 : 5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;
  • Ps 95:1 : 1 Komt, laat ons den HEERE vrolijk zingen; laat ons juichen den Rotssteen onzes heils.
  • Ef 3:14 : 14 Om deze oorzaak buig ik mijn knieen tot den Vader van onzen Heere Jezus Christus,
  • Ps 149:2 : 2 Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.
  • Pred 12:1 : 1 En gedenk aan de Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve.
  • Jes 17:7 : 7 Te dien dage zal de mens zien naar Dien, Die hem gemaakt heeft, en zijn ogen zullen op den Heilige Israels zien.
  • Jes 54:5 : 5 Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israels is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden.
  • Ezra 9:5 : 5 En omtrent het avondoffer stond ik op uit mijn bedruktheid, als ik nu mijn kleed en mijn mantel gescheurd had; en ik boog mij op mijn knieen, en breidde mijn handen uit tot den HEERE, mijn God.
  • Job 35:10 : 10 Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, Die de psalmen geeft in den nacht?
  • Ps 72:9 : 9 De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen, en zijn vijanden zullen het stof lekken.
  • Hos 6:1 : 1 Komt en laat ons wederkeren tot den HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.
  • Hos 8:14 : 14 Want Israel heeft zijn Maker vergeten, en tempelen gebouwd, en Juda heeft vaste steden vermenigvuldigd; maar Ik zal een vuur zenden in zijn steden, dat zal haar paleizen verteren.
  • Matt 4:2 : 2 En als Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hongerde Hem ten laatste.
  • Matt 4:9 : 9 En zeide tot Hem: Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden.
  • Marc 14:35 : 35 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.
  • Luk 22:41 : 41 En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad,
  • Joh 1:3 : 3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.
  • Hand 7:60 : 60 En vallende op de knieen, riep hij met grote stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En als hij dat gezegd had, ontsliep hij.
  • Hand 10:25-26 : 25 En als het geschiedde, dat Petrus inkwam, ging hem Cornelius tegemoet, en vallende aan zijn voeten, aanbad hij. 26 Maar Petrus richtte hem op, zeggende: Sta op, ik ben ook zelf een mens.
  • Hand 20:36 : 36 En als hij dit gezegd had, heeft hij nederknielende met hen allen gebeden.
  • Hand 21:5 : 5 Toen het nu geschiedde, dat wij deze dagen doorgebracht hadden, gingen wij uit, en reisden voort; en zij geleidden ons allen met vrouwen en kinderen tot buiten de stad; en aan den oever nederknielende, hebben wij gebeden.
  • 1 Kor 6:20 : 20 Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn.
  • 1 Kon 8:54 : 54 Het geschiedde nu, als Salomo voleind had dit ganse gebed, en deze smeking tot den HEERE te bidden, dat hij van voor het altaar des HEEREN opstond, van het knielen op zijn knieen, met zijn handen uitgebreid naar den hemel;
  • 1 Petr 4:19 : 19 Zo dan ook die lijden naar den wil van God, dat zij hun zielen Hem, als den getrouwen Schepper, bevelen met weldoen.
  • Opb 22:8 : 8 En ik, Johannes, ben degene, die deze dingen gezien en gehoord heb. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neder om aan te bidden voor de voeten des engels, die mij deze dingen toonde.
  • Opb 22:17 : 17 En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 95:1-5
    5 verzen
    80%

    1Komt, laat ons den HEERE vrolijk zingen; laat ons juichen den Rotssteen onzes heils.

    2Laat ons Zijn aangezicht tegemoet gaan met lof; laat ons Hem juichen met psalmen.

    3Want de HEERE is een groot God; ja, een groot Koning boven alle goden;

    4In Wiens hand de diepste plaatsen der aarde zijn, en de hoogten der bergen zijn Zijne;

    5Wiens ook de zee is, want Hij heeft ze gemaakt; en Zijn handen hebben het droge geformeerd.

  • Ps 100:1-4
    4 verzen
    78%

    1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.

    2Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.

    3Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.

    4Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.

  • 7Want Hij is onze God, en wij zijn het volk Zijner weide, en de schapen Zijner hand. Heden, zo gij Zijn stem hoort,

  • Ps 96:4-9
    6 verzen
    77%

    4Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen; Hij is vreselijk boven alle goden.

    5Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

    6Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht, sterkte en sieraad in Zijn heiligdom.

    7Geeft den HEERE, gij geslachten der volken! geeft den HEERE eer en sterkte.

    8Geeft den HEERE de eer Zijns Naams; brengt offer, en komt in Zijn voorhoven.

    9Aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms; schrikt voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde.

  • 5Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!

  • 9Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.

  • 7Wij zullen in Zijn woningen ingaan, wij zullen ons nederbuigen voor de voetbank Zijner voeten.

  • 73%

    29Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, brengt offer, en komt voor Zijn aangezicht; aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms.

    30Schrikt voor Zijn aangezicht, gij, gehele aarde! Ook zal de wereld bevestigd worden, dat zij niet bewogen worde.

  • 9Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.

  • Ps 66:4-6
    3 verzen
    72%

    4De ganse aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela.

    5Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.

    6Hij heeft de zee veranderd in het droge; zij zijn te voet doorgegaan door de rivier; daar hebben wij ons in Hem verblijd.

  • 8Doch nu, HEERE! Gij zijt onze Vader; wij zijn leem, en Gij zijt onze pottenbakker, en wij allen zijn Uwer handen werk.

  • 8De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.

  • 5Neig Uw hemelen, HEERE! en daal neder; raak de bergen aan, dat zij roken.

  • 6Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.

  • 27De HEERE is God, Die ons licht gegeven heeft. Bindt het feest offer met touwen tot aan de hoornen van het altaar.

  • 8Laat de ganse aarde voor den HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken.

  • 70%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.

  • 13Voor het aangezicht des HEEREN; want Hij komt, want Hij komt, om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten met gerechtigheid, en de volken met Zijn waarheid.

  • 11Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.

  • 2Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms.

  • 1Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!

  • 3Want ziet, de HEERE gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de hoogten der aarde.

  • 6De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.

  • 4Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt.

  • 1Een gebed van Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.

  • 5Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.

  • 26Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

  • 3Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.

  • 8Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.

  • 26En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

  • 11Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde zich verheuge, dat de zee bruise met haar volheid.

  • 1De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich.

  • 6De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer.

  • 11Dient den HEERE met vreze, en verheugt u met beving.

  • 1Komt en laat ons wederkeren tot den HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.