Psalmen 68:32

Statenvertaling (States Bible)

Prinselijke gezanten zullen komen uit Egypte; Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Deut 32:43 : 43 Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk.
  • Ps 67:2-5 : 2 God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela. 3 Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil. 4 De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven. 5 De natien zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natien op de aarde die zult Gij leiden. Sela.
  • Ps 100:1 : 1 Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
  • Ps 102:22 : 22 Opdat men den Naam des HEEREN vertelle te Sion, en Zijn lof te Jeruzalem;
  • Ps 117:1-2 : 1 Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien! 2 Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah!
  • Rom 15:10-11 : 10 En wederom zegt Hij: Weest vrolijk, gij heidenen met Zijn volk! 11 En wederom: Looft den Heere, al gij heidenen, en prijst Hem, al gij volken!
  • Opb 15:4 : 4 Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig; want alle volken zullen komen, en voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn openbaar geworden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 4De ganse aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela.

  • 4Maar de rechtvaardigen zullen zich verblijden; zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn.

  • Ps 47:6-8
    3 verzen
    79%

    6God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin.

    7Psalmzingt Gode, psalmzingt! Psalmzingt onzen Koning, psalmzingt!

    8Want God is een Koning der ganse aarde; psalmzingt met een onderwijzing!

  • Ps 68:33-35
    3 verzen
    78%

    33Gij koninkrijken der aarde, zingt Gode; psalmzingt den Heere! Sela.

    34Dien, Die daar rijdt in den hemel der hemelen, Die van ouds is; ziet, Hij geeft Zijn stem, een stem der sterkte.

    35Geeft Gode sterkte! Zijn hoogheid is over Israel, en Zijn sterkte in de bovenste wolken. [ (Psalms 68:36) O God! Gij zijt vreselijk uit Uw heiligdommen; de God Israels, Die geeft den volke sterkte en krachten. Geloofd zij God! ]

  • Ps 67:2-5
    4 verzen
    77%

    2God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela.

    3Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.

    4De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.

    5De natien zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natien op de aarde die zult Gij leiden. Sela.

  • 31Scheld het wild gedierte des riets, de vergadering der stieren met de kalveren der volken; en dien, die zich onderwerpt met stukken zilvers; Hij heeft de volken verstrooid, die lust hebben in oorlogen.

  • Ps 66:1-2
    2 verzen
    77%

    1Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!

    2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.

  • 8Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.

  • 3Hoort, gij koningen, neemt ter oren, gij vorsten! Ik, den HEERE zal ik zingen, ik zal den HEERE, den God Israels, psalmzingen.

  • Ps 98:4-6
    3 verzen
    75%

    4Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt.

    5Psalmzingt den HEERE met de harp, met de harp en met de stem des gezangs,

    6Met trompetten en bazuinengeklank; juicht voor het aangezicht des Konings, des HEEREN.

  • 1Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.

  • 34Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet.

  • 1Zingt den HEERE een nieuw lied; zingt de HEERE, gij ganse aarde!

  • 4Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.

  • 8Zij gaan van kracht tot kracht; een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.

  • 7Zingt den HEERE bij beurte met dankzegging; psalmzingt onzen God op de harp.

  • 26De zangers gingen voor, de speellieden achter, in het midden de trommelende maagden.

  • 7Een God, Die de eenzamen zet in een huisgezin, uitvoert, die in boeien gevangen zijn; maar de afvalligen wonen in het dorre.

  • Ps 33:2-3
    2 verzen
    72%

    2Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de luit, en het tiensnarig instrument.

    3Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal.

  • 10Zingt den HEERE een nieuw lied, Zijn lof van het einde der aarde; gij, die ter zee vaart, en al wat daarin is, gij eilanden en hun inwoners.

  • 1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.

  • 1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.

  • 72%

    31Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde verheuge zich, en dat men onder de heidenen zegge: De HEERE regeert.

    32Dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde, met al wat daarin is.

  • 1Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

  • 2Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.

  • 9Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.

  • 22Ook zal ik U loven met het instrument der luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige Israels!

  • 23Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  • Ps 149:1-3
    3 verzen
    71%

    1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.

    2Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.

    3Dat zij Zijn Naam loven op de fluit; dat zij Hem psalmzingen op de trommel en harp.

  • 1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.

  • 8Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natien.

  • 1Een psalm van David, een lied, voor den opperzangmeester.

  • 49Die mij uithelpt van mijn vijanden; ja, Gij verhoogt mij boven degenen, die tegen mij opstaan; Gij redt mij van den man des gewelds.

  • 33Ik zal den HEERE zingen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.

  • 6En de hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid; want God Zelf is Rechter. Sela.