Psalmen 68:26

Statenvertaling (States Bible)

De zangers gingen voor, de speellieden achter, in het midden de trommelende maagden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jes 48:1 : 1 Hoort dit, gij huis van Jakob, die genoemd wordt met den naam van Israel, en uit de wateren van Juda voortgekomen zijt! die daar zweert bij den Naam des HEEREN, en vermeldt den God Israels, maar niet in waarheid, noch in gerechtigheid.
  • Deut 33:28 : 28 Israel dan zal zeker alleen wonen, en Jakobs oog zal zijn op een land van koren en most; ja, zijn hemel zal van dauw druipen.
  • Ps 26:12 : 12 Mijn voet staat op effen baan; ik zal den HEERE loven in de vergaderingen.
  • Ps 107:32 : 32 En Hem verhogen in de gemeente des volks, en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.
  • Ps 111:1 : 1 Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.
  • Ps 135:19-21 : 19 Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE. 20 Gij huis van Levi! looft den HEERE; gij die den HEERE vreest! looft den HEERE. 21 Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
  • Spr 5:16 : 16 Laat uw fonteinen zich buiten verspreiden, en de waterbeken op de straten;
  • 1 Kron 16:7-9 : 7 Te dienzelven dage gaf David ten eerste dezen psalm, om den HEERE te loven, door den dienst van Asaf, en zijn broederen. 8 Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken. 9 Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken. 10 Roemt u in den Naam Zijner heiligheid; dat zich het hart dergenen, die den HEERE zoeken, verblijde. 11 Vraagt naar den HEERE en Zijn sterkte, zoekt Zijn aangezicht geduriglijk. 12 Gedenkt Zijner wonderwerken, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en de oordelen Zijns monds; 13 Gij, zaad van Israel, Zijn dienaar, gij, kinderen van Jakob, Zijn uitverkorenen! 14 Hij is de HEERE, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde. 15 Gedenkt tot in der eeuwigheid Zijns verbonds, des woords, dat Hij ingesteld heeft tot in het duizendste geslacht; 16 Des verbonds, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak; 17 Welken Hij ook aan Jakob heeft gesteld tot een inzetting, aan Israel tot een eeuwig verbond; 18 Zeggende: Ik zal u het land Kanaan geven, een snoer van ulieder erfdeel; 19 Als gij weinige mensen in getal waart; ja, weinigen en vreemdelingen daarin. 20 En zij wandelden van volk tot volk, en van het ene koninkrijk tot een ander volk. 21 Hij liet niemand toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende: 22 Tast Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad. 23 Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag. 24 Vertelt Zijn eer onder de heidenen, Zijn wonderwerken onder alle volken. 25 Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen, en Hij is vreselijk boven alle goden. 26 Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt. 27 Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht, sterkte en vrolijkheid zijn in Zijn plaats. 28 Geeft den HEERE, gij, geslachten der volken, geeft den HEERE eer en sterkte. 29 Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, brengt offer, en komt voor Zijn aangezicht; aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms. 30 Schrikt voor Zijn aangezicht, gij, gehele aarde! Ook zal de wereld bevestigd worden, dat zij niet bewogen worde. 31 Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde verheuge zich, en dat men onder de heidenen zegge: De HEERE regeert. 32 Dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde, met al wat daarin is. 33 Dan zullen de bomen des wouds juichen voor het aangezicht des HEEREN, omdat Hij komt, om de aarde te richten. 34 Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. 35 En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen. 36 Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zeide: Amen! en het loofde den HEERE.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 106:47-48
    2 verzen
    75%

    47Verlos ons, HEERE, onze God! en verzamel ons uit de heidenen, opdat wij den Naam Uwer heiligheid loven, ons beroemende in Uw lof.

    48Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zegge: Amen, Hallelujah!

  • Ps 68:34-35
    2 verzen
    75%

    34Dien, Die daar rijdt in den hemel der hemelen, Die van ouds is; ziet, Hij geeft Zijn stem, een stem der sterkte.

    35Geeft Gode sterkte! Zijn hoogheid is over Israel, en Zijn sterkte in de bovenste wolken. [ (Psalms 68:36) O God! Gij zijt vreselijk uit Uw heiligdommen; de God Israels, Die geeft den volke sterkte en krachten. Geloofd zij God! ]

  • Ps 68:27-28
    2 verzen
    74%

    27Looft God in de gemeenten, den Heere, gij, die zijt uit den springader van Israel!

    28Daar is Benjamin de kleine, die over hen heerste, de vorsten van Juda, met hun vergadering, de vorsten van Zebulon, de vorsten van Nafthali.

  • 74%

    35En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.

    36Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zeide: Amen! en het loofde den HEERE.

  • 19Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE.

  • 8Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.

  • 21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!

  • 32Prinselijke gezanten zullen komen uit Egypte; Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken.

  • Ps 149:1-2
    2 verzen
    73%

    1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.

    2Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.

  • 25O God! zij hebben Uw gangen gezien, de gangen mijns Gods, mijns Konings, in het heiligdom.

  • 32En Hem verhogen in de gemeente des volks, en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.

  • 2 Kron 6:3-4
    2 verzen
    72%

    3Daarna wendde de koning zijn aangezicht om, en zegende de ganse gemeente van Israel; en de ganse gemeente van Israel stond.

    4En hij zeide: Geloofd zij de HEERE, de God van Israel, Die met Zijn mond tot mijn vader David gesproken heeft, en heeft het met Zijn handen vervuld, zeggende:

  • 13Want mij aangaande, Gij onderhoudt mij in mijn oprechtigheid, en Gij stelt mij voor Uw aangezicht in eeuwigheid. [ (Psalms 41:14) Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid! Amen, ja, amen. ]

  • 10Daarom loofde David den HEERE voor de ogen der ganse gemeente; en David zeide: Geloofd zijt Gij, HEERE, God van onzen vader Israel, van eeuwigheid tot in eeuwigheid!

  • Ps 134:2-3
    2 verzen
    72%

    2Heft uw handen op naar het heiligdom, en looft den HEERE.

    3De HEERE zegene u uit Sion, Hij, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.

  • 14Daarna wendde de koning zijn aangezicht om, en zegende de ganse gemeente van Israel; en de ganse gemeente van Israel stond.

  • Ps 67:5-6
    2 verzen
    72%

    5De natien zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natien op de aarde die zult Gij leiden. Sela.

    6De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.

  • 12Mijn voet staat op effen baan; ik zal den HEERE loven in de vergaderingen.

  • 26Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des HEEREN! Wij zegenen ulieden uit het huis des HEEREN.

  • 3Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.

  • 18Geloofd zij de HEERE God, de God Israels, Die alleen wonderen doet.

  • 4Waarheen de stammen opgaan, de stammen des HEEREN, tot de getuigenis Israels, om den Naam des HEEREN te danken.

  • 19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!

  • 1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.

  • 12O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.

  • Richt 5:2-3
    2 verzen
    70%

    2Looft den HEERE, van het wreken der wraken in Israel, van dat het volk zich gewillig heeft aangeboden.

    3Hoort, gij koningen, neemt ter oren, gij vorsten! Ik, den HEERE zal ik zingen, ik zal den HEERE, den God Israels, psalmzingen.

  • 1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.

  • 17(Toen zong Israel dit lied: Spring op, gij put, zingt daarvan bij beurte!

  • 6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  • 23Zo zal ik Uw Naam mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal ik U prijzen.

  • 19Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God!

  • 14En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!

  • 10Gij hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en Gij hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden.

  • 22Ook zal ik U loven met het instrument der luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige Israels!

  • 12Welgelukzalig is het volk, welks God de HEERE is; het volk, dat Hij Zich ten erve verkoren heeft.

  • 9Mijn hart is tot wetgevers van Israel, die zich gewillig aangeboden hebben onder het volk; looft den HEERE!

  • 3Mijn God! Ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en ik heb geen stilte.

  • 2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.

  • 1Een psalm, een lied van Asaf, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • 11Van het gedruis der schutters, tussen de plaatsen, waar men water schept, spreekt aldaar te zamen van de gerechtigheid des HEEREN, van de gerechtigheden, bewezen aan zijn dorpen in Israel; toen ging des HEEREN volk af tot de poorten.

  • 3Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.