Psalmen 68:19

Statenvertaling (States Bible)

Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God!

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jes 46:4 : 4 En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden.
  • Ef 1:3 : 3 Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.
  • Klaagl 3:23 : 23 Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.
  • Ps 32:7 : 7 Gij zijt mij een Verberging; Gij behoedt mij voor benauwdheid; Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela.
  • Ps 55:22 : 22 Zijn mond is gladder dan boter, maar zijn hart is krijg; zijn woorden zijn zachter dan olie, maar dezelve zijn blote zwaarden.
  • Ps 65:5 : 5 Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis.
  • Ps 72:17-19 : 17 Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in hem gezegend worden; alle heidenen zullen hem welgelukzalig roemen. 18 Geloofd zij de HEERE God, de God Israels, Die alleen wonderen doet. 19 En geloofd zij de Naam Zijner heerlijkheid tot in eeuwigheid; en de ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld. Amen, ja, amen.
  • Ps 103:1-9 : 1 Een psalm van David. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam. 2 Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden; 3 Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest; 4 Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden; 5 Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends. 6 De HEERE doet gerechtigheid en gerichten al dengenen, die onderdrukt worden. 7 Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend gemaakt, den kinderen Israels Zijn daden. 8 Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. 9 Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk den toorn behouden. 10 Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden. 11 Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vrezen. 12 Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons. 13 Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen. 14 Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn. 15 De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij. 16 Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer. 17 Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen; 18 Aan degenen, die Zijn verbond houden, en die aan Zijn bevelen denken, om die te doen. 19 De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd, en Zijn Koninkrijk heerst over alles. 20 Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords. 21 Looft den HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet! 22 Looft den HEERE, al Zijn werken! aan alle plaatsen Zijner heerschappij. Loof den HEERE, mijn ziel!
  • Ps 139:17 : 17 Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 20Geloofd zij de HEERE; dag bij dag overlaadt Hij ons. Die God is onze Zaligheid. Sela.

  • 8Maar Gij verlost ons van onze wederpartijders, en Gij maakt onze haters beschaamd.

  • 74%

    8Sta op, HEERE, verlos mij, mijn God; want Gij hebt al mijn vijanden op het kinnebakken geslagen; de tanden der goddelozen hebt Gij verbroken. [ (Psalms 3:9) Het heil is des HEEREN; Uw zegen is over Uw volk. Sela. ]

  • 18Gods wagenen zijn tweemaal tien duizend, de duizenden verdubbeld. De Heere is onder hen, een Sinai in heiligheid!

  • 2Zingt den HEERE, looft Zijn Naam; boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  • 46Vreemden zijn vervallen, en hebben gesidderd uit hun sloten.

  • 8Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.

  • Ps 67:1-2
    2 verzen
    72%

    1Een psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

    2God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela.

  • 14De HEERE is mijn Sterkte en Psalm, want Hij is mij tot heil geweest.

  • 7Ik heb tot den HEERE gezegd: Gij zijt mijn God; neem ter ore, o HEERE! de stem mijner smekingen.

  • 47De HEERE leeft, en geloofd zij mijn Rotssteen; en verhoogd zij God, de Rotssteen mijns heils!

  • 35En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.

  • 5Die zal den zegen ontvangen van den HEERE, en gerechtigheid van den God zijns heils.

  • 23Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  • 26De zangers gingen voor, de speellieden achter, in het midden de trommelende maagden.

  • 4Laat hen terugkeren tot loon hunner beschaming, die daar zeggen: Ha, ha!

  • 16Laat hen verwoest worden tot loon hunner beschaming, die van mij zeggen: Ha, ha!

  • 35Geeft Gode sterkte! Zijn hoogheid is over Israel, en Zijn sterkte in de bovenste wolken. [ (Psalms 68:36) O God! Gij zijt vreselijk uit Uw heiligdommen; de God Israels, Die geeft den volke sterkte en krachten. Geloofd zij God! ]

  • Ps 106:47-48
    2 verzen
    69%

    47Verlos ons, HEERE, onze God! en verzamel ons uit de heidenen, opdat wij den Naam Uwer heiligheid loven, ons beroemende in Uw lof.

    48Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zegge: Amen, Hallelujah!

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • Ps 28:6-9
    4 verzen
    69%

    6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

    7De HEERE is mijn Sterkte en mijn Schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd, en ik ben geholpen; dies springt mijn hart van vreugde, en ik zal Hem met mijn gezang loven.

    8De HEERE is hunlieder Sterkte, en Hij is de Sterkheid der verlossingen Zijns Gezalfden.

    9Verlos Uw volk, en zegen Uw erve, en weid hen, en verhef hen tot in eeuwigheid.

  • 2HEERE, wees ons genadig, wij hebben op U gewacht; wees hun arm allen morgen, daartoe onze behoudenis ten tijde der benauwdheid.

  • 32Prinselijke gezanten zullen komen uit Egypte; Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken.

  • 10Gij, die den koningen overwinning geeft, Die Zijn knecht David ontzet van het boze zwaard;

  • Ps 118:26-28
    3 verzen
    69%

    26Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des HEEREN! Wij zegenen ulieden uit het huis des HEEREN.

    27De HEERE is God, Die ons licht gegeven heeft. Bindt het feest offer met touwen tot aan de hoornen van het altaar.

    28Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.

  • 20De HEERE was gereed om mij te verlossen; daarom zullen wij op mijn snarenspel spelen; al de dagen onzes levens, in het huis des HEEREN.

  • 31Gods weg is volmaakt; de rede des HEEREN is doorlouterd; Hij is een Schild allen, die op Hem betrouwen.

  • 7De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.

  • 5De HEERE is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermende.

  • 29Laat hen uitgedelgd worden uit het boek des levens, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.

  • 4Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jongen legt, bij Uw altaren, HEERE der heirscharen, mijn Koning, en mijn God!

  • 7Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen.

  • 2Beth. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos.

  • 9Zo zal mijn ziel zich verheugen in den HEERE; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil.

  • 32Want wie is God, behalve de HEERE, en wie is een rotssteen, behalve onze God?

  • 2Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!

  • 6De HEERE zij geloofd, Die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot een roof.

  • 4Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden;

  • 7Mijn ziel! keer weder tot uw rust, want de HEERE heeft aan u welgedaan.

  • 24Dit is de dag, dien de HEERE gemaakt heeft; laat ons op denzelven ons verheugen, en verblijd zijn.

  • 52Waarmede, o HEERE! Uw vijanden smaden, waarmede zij de voetstappen Uws gezalfden smaden. [ (Psalms 89:53) Geloofd zij de HEERE in eeuwigheid! Amen, ja, amen. ]

  • 5Hij geve u naar uw hart, en vervulle al uw raad.

  • 2Ziet, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heere HEERE is mijn Sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot Heil geworden.