Jesaja 42:10

Statenvertaling (States Bible)

Zingt den HEERE een nieuw lied, Zijn lof van het einde der aarde; gij, die ter zee vaart, en al wat daarin is, gij eilanden en hun inwoners.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 33:3 : 3 Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal.
  • Ps 40:3 : 3 En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt.
  • Jes 42:4 : 4 Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld; en de eilanden zullen naar Zijn leer wachten.
  • Rom 15:9-9 : 9 En de heidenen God vanwege de barmhartigheid zouden verheerlijken; gelijk geschreven is: Daarom zal ik U belijden onder de heidenen, en Uw Naam lofzingen. 10 En wederom zegt Hij: Weest vrolijk, gij heidenen met Zijn volk! 11 En wederom: Looft den Heere, al gij heidenen, en prijst Hem, al gij volken!
  • Opb 5:9 : 9 En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie;
  • Opb 14:3 : 3 En zij zongen als een nieuw gezang voor den troon, en voor de vier dieren, en de ouderlingen; en niemand kon dat gezang leren, dan de honderd vier en veertig duizend, die van de aarde gekocht waren.
  • 1 Kron 16:32 : 32 Dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde, met al wat daarin is.
  • Jes 44:23 : 23 Zingt met vreugde, gij hemelen! want de HEERE heeft het gedaan; juicht, gij benedenste delen der aarde! gij bergen! maakt een groot gedreun met vreugdegezang, gij bossen, en alle geboomte daarin! Want de HEERE heeft Jakob verlost, en Zich heerlijk gemaakt in Israel.
  • Jes 49:6 : 6 Verder zeide Hij: Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stammen van Jakob, en om weder te brengen de bewaarden in Israel; Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde.
  • Jes 49:13 : 13 Juicht, gij hemelen! en verheug u, gij aarde! en gij bergen! maakt gedreun met gejuich; want de HEERE heeft Zijn volk vertroost, en Hij zal Zich over Zijn ellendigen ontfermen.
  • Jes 51:5 : 5 Mijn gerechtigheid is nabij, Mijn heil trekt uit, en Mijn armen zullen de volken richten; op Mij zullen de eilanden wachten, en op Mijn arm zullen zij hopen.
  • Jes 60:9 : 9 Want de eilanden zullen Mij verwachten, en de schepen van Tarsis vooreerst, om uw kinderen van verre te brengen, hun zilver en hun goud met hen, tot den Naam des HEEREN uws Gods, en tot den Heilige Israels, dewijl Hij u heerlijk gemaakt heeft.
  • Jes 65:14 : 14 Ziet, Mijn knechten zullen juichen van goeder harte, maar gijlieden zult schreeuwen van weedom des harten, en van verbreking des geestes zult gij huilen.
  • Zef 2:11 : 11 Vreselijk zal de HEERE tegen hen wezen, want Hij zal al de goden der aarde doen uitteren; en een iegelijk uit zijn plaats zal Hem aanbidden, al de eilanden der heidenen.
  • Ps 96:1-3 : 1 Zingt den HEERE een nieuw lied; zingt de HEERE, gij ganse aarde! 2 Zingt den HEERE, looft Zijn Naam; boodschapt Zijn heil van dag tot dag. 3 Vertelt onder de heidenen Zijn eer, onder alle volken Zijn wonderen.
  • Ps 96:11 : 11 Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde zich verheuge, dat de zee bruise met haar volheid.
  • Ps 97:1 : 1 De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat veel eilanden zich verblijden.
  • Ps 98:1-4 : 1 Een psalm. Zingt den HEERE een nieuw lied; want Hij heeft wonderen gedaan; Zijn rechterhand, en de arm Zijner heiligheid, heeft Hem heil gegeven. 2 De HEERE heeft Zijn heil bekend gemaakt; Hij heeft Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen der heidenen. 3 Hij is gedachtig geweest Zijner goedertierenheid, en Zijner waarheid aan het huis Israels; en al de einden der aarde hebben gezien het heil onzes Gods. 4 Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt.
  • Ps 107:23-32 : 23 Die met schepen ter zee afvaren, handel doende op grote wateren; 24 Die zien de werken des HEEREN, en Zijn wonderwerken in de diepte. 25 Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft. 26 Zij rijzen op naar den hemel; zij dalen neder tot in de afgronden; hun ziel versmelt van angst. 27 Zij dansen en waggelen als een dronken man, en al hun wijsheid wordt verslonden. 28 Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten. 29 Hij doet de storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen. 30 Dan zijn zij verblijd, omdat zij gestild zijn, en dat Hij hen tot de haven hunner begeerte geleid heeft. 31 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen. 32 En Hem verhogen in de gemeente des volks, en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.
  • Ps 117:1-2 : 1 Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien! 2 Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah!
  • Ps 148:1-9 : 1 Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen! 2 Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen! 3 Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren! 4 Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt! 5 Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen. 6 En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden. 7 Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden! 8 Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet! 9 Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen! 10 Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte! 11 Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde! 12 Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen! 13 Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel. 14 En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem al Zijner gunstgenoten, der kinderen Israels, des volks, dat nabij Hem is. Hallelujah!
  • Ps 150:6 : 6 Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
  • Jes 24:14-16 : 14 Die zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; vanwege de heerlijkheid des HEEREN zullen zij juichen van de zee af. 15 Daarom eert den HEERE in de valleien, in de eilanden der zee den Naam des HEEREN, des Gods van Israel. 16 Van het uiterste einde der aarde horen wij psalmen, tot verheerlijking des Rechtvaardigen. Doch nu zeg ik: Ik word mager, ik word mager, wee mij! de trouwelozen handelen trouwelooslijk, en met trouweloosheid handelen de trouwelozen trouwelooslijk.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Jes 42:11-12
    2 verzen
    79%

    11Laat de woestijn en haar steden de stem verheffen, met de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen juichen, die in de rotsstenen wonen, en van den top der bergen af schreeuwen.

    12Laat ze den HEERE de eer geven, en Zijn lof in de eilanden verkondigen.

  • 1Zingt den HEERE een nieuw lied; zingt de HEERE, gij ganse aarde!

  • Jes 24:14-15
    2 verzen
    76%

    14Die zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; vanwege de heerlijkheid des HEEREN zullen zij juichen van de zee af.

    15Daarom eert den HEERE in de valleien, in de eilanden der zee den Naam des HEEREN, des Gods van Israel.

  • 1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.

  • Ps 98:4-5
    2 verzen
    74%

    4Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt.

    5Psalmzingt den HEERE met de harp, met de harp en met de stem des gezangs,

  • Jes 12:4-5
    2 verzen
    74%

    4En zult te dienzelfden dage zeggen: Dankt den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken! vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is.

    5Psalmzingt den HEERE, want Hij heeft heerlijk dingen gedaan; zulks zij bekend op den gansen aardbodem.

  • 34Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet.

  • 9Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.

  • Ps 98:7-8
    2 verzen
    73%

    7De zee bruise met haar volheid, de wereld met degenen, die daarin wonen.

    8Dat de rivieren met de handen klappen, dat tegelijk de gebergten vreugde bedrijven,

  • 32Dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde, met al wat daarin is.

  • 7Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!

  • Ps 33:2-3
    2 verzen
    72%

    2Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de luit, en het tiensnarig instrument.

    3Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal.

  • 1Een psalm. Zingt den HEERE een nieuw lied; want Hij heeft wonderen gedaan; Zijn rechterhand, en de arm Zijner heiligheid, heeft Hem heil gegeven.

  • 3En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt.

  • 32Prinselijke gezanten zullen komen uit Egypte; Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken.

  • 72%

    23Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

    24Vertelt Zijn eer onder de heidenen, Zijn wonderwerken onder alle volken.

  • 1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.

  • 11Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde zich verheuge, dat de zee bruise met haar volheid.

  • Ps 66:1-2
    2 verzen
    70%

    1Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!

    2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.

  • 8Die het bruisen der zeeen stilt, het bruisen harer golven, en het rumoer der volken.

  • 4De ganse aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela.

  • 5De eilanden zagen het, en zij vreesden; de einden der aarde beefden; zij naderden en kwamen toe;

  • 10Zijt Gij het niet, Die de zee, de wateren des groten afgronds, droog gemaakt hebt? Die de diepten der zee gemaakt hebt tot een weg, opdat de verlosten daardoor gingen?

  • 23Zingt met vreugde, gij hemelen! want de HEERE heeft het gedaan; juicht, gij benedenste delen der aarde! gij bergen! maakt een groot gedreun met vreugdegezang, gij bossen, en alle geboomte daarin! Want de HEERE heeft Jakob verlost, en Zich heerlijk gemaakt in Israel.

  • 13Juicht, gij hemelen! en verheug u, gij aarde! en gij bergen! maakt gedreun met gejuich; want de HEERE heeft Zijn volk vertroost, en Hij zal Zich over Zijn ellendigen ontfermen.

  • 7De ganse aarde rust, zij is stil; zij maken groot geschal met gejuich.

  • 11En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken.

  • 9Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.

  • 2Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.

  • 1De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat veel eilanden zich verblijden.

  • 9O God! ik zal U een nieuw lied zingen; met de luit en het tiensnarig instrument zal ik U psalmzingen.

  • 1Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien!

  • Ps 47:6-7
    2 verzen
    68%

    6God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin.

    7Psalmzingt Gode, psalmzingt! Psalmzingt onzen Koning, psalmzingt!

  • 4Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.

  • 3Hoort, gij koningen, neemt ter oren, gij vorsten! Ik, den HEERE zal ik zingen, ik zal den HEERE, den God Israels, psalmzingen.

  • 8Laat de ganse aarde voor den HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken.

  • 3Vertelt onder de heidenen Zijn eer, onder alle volken Zijn wonderen.

  • 6Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!

  • 3Allen gij ingezetenen der wereld, en gij inwoners der aarde! als men de banier zal oprichten op de bergen, zult gijlieden het zien, en als de bazuin zal blazen, zult gijlieden het horen.

  • 29Er zal een lofzang bij ulieden zijn, gelijk in den nacht, wanneer het feest geheiligd wordt; en blijdschap des harten, gelijk van een, die met pijpen wandelt, om te komen tot den berg des HEEREN, tot den Rotssteen van Israel.