Psalmen 133:1

Statenvertaling (States Bible)

Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kor 1:10 : 10 Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfden zin, en in een zelfde gevoelen.
  • Fil 2:2-5 : 2 Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van een gemoed en van een gevoelen zijnde. 3 Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven. 4 Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is. 5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was;
  • 1 Petr 3:8 : 8 En eindelijk, zijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk;
  • 1 Joh 3:14-19 : 14 Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, dewijl wij de broeders liefhebben; die zijn broeder niet liefheeft, blijft in den dood. 15 Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven heeft in zich blijvende. 16 Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons gesteld heeft; en wij zijn schuldig voor de broeders het leven te stellen. 17 Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem? 18 Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met den woorde, noch met de tong, maar met de daad en waarheid. 19 En hieraan kennen wij, dat wij uit de waarheid zijn, en wij zullen onze harten verzekeren voor Hem.
  • Heb 13:1 : 1 Dat de broederlijke liefde blijve.
  • Ef 4:3-6 : 3 U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes. 4 Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping; 5 Een Heere, een geloof, een doop, 6 Een God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen.
  • Joh 17:21 : 21 Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
  • Joh 13:35 : 35 Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.
  • Ps 122:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan.
  • Jer 32:39 : 39 En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.
  • Ps 122:6-8 : 6 Bidt om den vrede van Jeruzalem; wel moeten zij varen, die u beminnen. 7 Vrede zij in uw vesting, welvaren in uw paleizen. 8 Om mijner broederen en mijner vrienden wil, zal ik nu spreken, vrede zij in u!
  • Gen 13:8 : 8 En Abram zeide tot Lot: Laat toch geen twisting zijn tussen mij en tussen u, en tussen mijn herders en tussen uw herders; want wij zijn mannen broeders.
  • Gen 45:24 : 24 En hij zond zijn broeders heen; en zij vertrokken; en hij zeide tot hen: Verstoort u niet op den weg.
  • 2 Sam 2:26-27 : 26 Toen riep Abner tot Joab, en zeide: Zal dan het zwaard eeuwiglijk verteren? Weet gij niet, dat het in het laatste bitterheid zal zijn? En hoe lang zult gij het volk niet zeggen, dat zij wederkeren van hun broederen te vervolgen? 27 En Joab zeide: Zo waarachtig als God leeft, ten ware dat gij gesproken hadt, zekerlijk het volk zou al toen van den morgen af weggevoerd zijn geweest, een iegelijk van zijn broeder te vervolgen!
  • Ps 131:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
  • Jes 11:6 : 6 En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee te zamen, en een klein jongske zal ze drijven.
  • Jes 11:9 : 9 Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.
  • Jes 11:13 : 13 En de nijd van Efraim zal wegwijken, en de tegenpartijders van Juda zullen uitgeroeid worden; Efraim zal Juda niet benijden, en Juda zal Efraim niet benauwen.
  • Ps 124:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, zegge nu Israel,

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 133:2-3
    2 verzen
    81%

    2Het is, gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard, den baard van Aaron, die nederdaalt tot op den zoom zijner klederen.

    3Het is gelijk de dauw van Hermon, en die nederdaalt op de bergen van Sion, want de HEERE gebiedt aldaar den zegen en het leven tot in der eeuwigheid.

  • 1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.

  • Ps 135:2-3
    2 verzen
    72%

    2Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!

    3Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.

  • 14Maar gij zijt het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende!

  • 1Voor den opperzangmeester, op de Gittith; een psalm, voor de kinderen van Korach.

  • Ps 122:6-8
    3 verzen
    70%

    6Bidt om den vrede van Jeruzalem; wel moeten zij varen, die u beminnen.

    7Vrede zij in uw vesting, welvaren in uw paleizen.

    8Om mijner broederen en mijner vrienden wil, zal ik nu spreken, vrede zij in u!

  • 1Een lied Hammaaloth, van David. Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan.

  • 1Dat de broederlijke liefde blijve.

  • 5Hoe goed zijn uw tenten, Jakob! uw woningen, Israel!

  • 69%

    3U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes.

  • 10Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een de ander voorgaande.

  • 21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!

  • 3Jeruzalem is gebouwd, als een stad, die wel samengevoegd is;

  • 68%

    11Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.

    12Groet elkander met een heiligen kus. U groeten al de heiligen.

  • 6Hoe schoon zijt gij, en hoe liefelijk zijt gij, o liefde, in wellusten!

  • 32En de menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen.

  • 1Een psalm van David. HEERE, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid?

  • 6De een hielp den ander, en zeide tot zijn metgezel: Wees sterk!

  • 1Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten.

  • 1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.

  • Ps 128:4-5
    2 verzen
    67%

    4Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest.

    5De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens;

  • 8En eindelijk, zijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk;

  • 11Ook, indien twee te zamen liggen, zo hebben zij warmte; maar hoe zou een alleen warm worden?

  • 1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.

  • 103Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!

  • 1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.

  • 9Olie en reukwerk verblijdt het hart; alzo is de zoetigheid van iemands vriend, vanwege den raad der ziel.

  • 1En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden.

  • 44En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen;

  • 31Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

  • 31Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen.

  • 2Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van een gemoed en van een gevoelen zijnde.

  • 1Toen vergaderde zich gans Israel tot David naar Hebron, zeggende: Zie, wij zijn uw gebeente en uw vlees.

  • 24Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente.

  • 26Wat is het dan, broeders? Wanneer gij samenkomt, een iegelijk van u, heeft hij een psalm, heeft hij een leer, heeft hij een vreemde taal, heeft hij een openbaring, heeft hij een uitlegging; laat alle dingen geschieden tot stichting;

  • 15Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons; goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen.

  • 7Verder, het licht is zoet, en het is den ogen goed de zon te aanschouwen;

  • 15En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt.

  • 17Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren.

  • 19Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE.

  • 8Cheth. De Engel des HEEREN legert Zich rondom degenen, die Hem vrezen, en rukt hen uit.

  • 3Maar tot de heiligen, die op de aarde zijn, en de heerlijken, in dewelke al mijn lust is.

  • 9Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;

  • 15Welgelukzalig is het volk, dien het alzo gaat; welgelukzalig is het volk, wiens God de HEERE is.