Psalmen 35:18
Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.
Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
49Die mij uithelpt van mijn vijanden; ja, Gij verhoogt mij boven degenen, die tegen mij opstaan; Gij redt mij van den man des gewelds.
30Ik zal den HEERE met mijn mond zeer loven, en in het midden van velen zal ik Hem prijzen.
25Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.
50Daarom zal ik U, o HEERE, loven onder de heidenen, en Uw Naam zal ik psalmzingen.
9Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
3Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
22Verlos mij uit des leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen.
1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.
1Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
2Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.
17Ik zal U offeren, offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen.
18Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.
19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
28Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.
12Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord; [ (Psalms 30:13) Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven. ]
30Doch ik ben ellendig en in smart; Uw heil, o God! zette mij in een hoog vertrek.
13Zo zullen wij, Uw volk en de schapen Uwer weide, U loven in eeuwigheid, van geslacht tot geslacht; wij zullen Uw roem vertellen.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Muth-Labben.
2Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen.
12Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen?
7Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.
17Zijn moeite zal op zijn hoofd wederkeren, en zijn geweld op zijn schedel nederdalen. [ (Psalms 7:18) Ik zal den HEERE loven naar Zijn gerechtigheid, en den Naam des HEEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen. ]
1Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.
2Wij loven U, o God; wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen.
21Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.
1Een psalm van David, als hij zijn gelaat veranderd had voor het aangezicht van Abimelech, die hem wegjoeg, dat hij doorging.
8Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.
14Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.
12Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;
17HEERE! hoe lang zult Gij toezien? Breng mijn ziel weder van hunlieder verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen.
9Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms; hij was sterk geworden door zijn beschadigen. [ (Psalms 52:10) Maar ik zal zijn als een groene olijfboom in Gods huis; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos. ] [ (Psalms 52:11) Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat Gij het gedaan hebt; en ik zal Uw Naam verwachten; want hij is goed voor Uw gunstgenoten. ]
9Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands.
10Ik boodschap de gerechtigheid in de grote gemeente; zie, mijn lippen bedwing ik niet; HEERE! Gij weet het.
35En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.
1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.
32En Hem verhogen in de gemeente des volks, en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.
12Wat zal ik den HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen?
22Ook zal ik U loven met het instrument der luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige Israels!
14Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften.
14Doch ik zal geduriglijk hopen, en zal al Uw lof nog groter maken.
5De natien zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natien op de aarde die zult Gij leiden. Sela.
6Ziet, God is mij een Helper; de Heere is onder degenen, die mijn ziel ondersteunen.
12Mijn voet staat op effen baan; ik zal den HEERE loven in de vergaderingen.
3Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.
14Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods;
1En te dienzelfden dage zult gij zeggen: Ik dank U, HEERE! dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd, en Gij troost mij.
1Een psalm, een lied der inwijding van Davids huis.
28Zo zal mijn tong vermelden Uw gerechtigheid, en Uw lof den gansen dag.
1Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.
7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.