Psalmen 69:30

Statenvertaling (States Bible)

Doch ik ben ellendig en in smart; Uw heil, o God! zette mij in een hoog vertrek.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 28:7 : 7 De HEERE is mijn Sterkte en mijn Schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd, en ik ben geholpen; dies springt mijn hart van vreugde, en ik zal Hem met mijn gezang loven.
  • Ps 34:3 : 3 Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.
  • Ps 40:1-3 : 1 Davids psalm, voor den opperzangmeester. 2 Ik heb den HEERE lang verwacht; en Hij heeft Zich tot mij geneigd, en mijn geroep gehoord. 3 En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt.
  • Ps 50:14 : 14 Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften.
  • Ps 118:21 : 21 Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.
  • Ps 118:28-29 : 28 Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen. 29 Loof den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 50Daarom zal ik U, o HEERE, loven onder de heidenen, en Uw Naam zal ik psalmzingen.

  • 49Die mij uithelpt van mijn vijanden; ja, Gij verhoogt mij boven degenen, die tegen mij opstaan; Gij redt mij van den man des gewelds.

  • 30Ik zal den HEERE met mijn mond zeer loven, en in het midden van velen zal ik Hem prijzen.

  • Ps 138:1-2
    2 verzen
    78%

    1Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.

    2Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.

  • 17Ik zal U offeren, offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen.

  • 29Laat hen uitgedelgd worden uit het boek des levens, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.

  • 12Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord; [ (Psalms 30:13) Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven. ]

  • 28Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.

  • 7Zingt den HEERE bij beurte met dankzegging; psalmzingt onzen God op de harp.

  • 13Nu dan, onze God, wij danken U, en loven den Naam Uwer heerlijkheid.

  • 7Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.

  • 31Ik zal Gods Naam prijzen met gezang, en Hem met dankzegging grootmaken.

  • 1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.

  • Ps 9:1-2
    2 verzen
    77%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Muth-Labben.

    2Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen.

  • 1Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.

  • 14Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften.

  • 17Zijn moeite zal op zijn hoofd wederkeren, en zijn geweld op zijn schedel nederdalen. [ (Psalms 7:18) Ik zal den HEERE loven naar Zijn gerechtigheid, en den Naam des HEEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen. ]

  • 9Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.

  • 18Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.

  • 12Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;

  • 22Ook zal ik U loven met het instrument der luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige Israels!

  • 1Een psalm van David, als hij zijn gelaat veranderd had voor het aangezicht van Abimelech, die hem wegjoeg, dat hij doorging.

  • 3Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.

  • Ps 145:1-2
    2 verzen
    74%

    1Een lofzang van David. Aleph. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos.

    2Beth. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos.

  • 23Wie dankoffert, die zal Mij eren; en wie zijn weg wel aanstelt, dien zal Ik Gods heil doen zien.

  • 2Laat ons Zijn aangezicht tegemoet gaan met lof; laat ons Hem juichen met psalmen.

  • 4Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.

  • 22En dat zij lofofferen offeren, en met gejuich Zijn werken vertellen.

  • 2Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.

  • 6Ziet, God is mij een Helper; de Heere is onder degenen, die mijn ziel ondersteunen.

  • 2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.

  • 1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.

  • 12Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen?

  • 9Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms; hij was sterk geworden door zijn beschadigen. [ (Psalms 52:10) Maar ik zal zijn als een groene olijfboom in Gods huis; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos. ] [ (Psalms 52:11) Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat Gij het gedaan hebt; en ik zal Uw Naam verwachten; want hij is goed voor Uw gunstgenoten. ]

  • 4En dat ik inga tot Gods altaar, tot den God der blijdschap mijner verheuging, en U met de harp love, o God, mijn God!

  • 1Een psalm, een lied der inwijding van Davids huis.

  • 3Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.

  • 34Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet.

  • 4HEERE! Gij hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; Gij hebt mij bij het leven behouden, dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.

  • 5De natien zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natien op de aarde die zult Gij leiden. Sela.

  • 1Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.

  • 8Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.

  • 6Ook nu zal mijn hoofd verhoogd worden boven mijn vijanden, die rondom mij zijn, en ik zal in Zijn tent offeranden des geklanks offeren; ik zal zingen, ja, psalmzingen den HEERE.

  • 3Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp!

  • 9O God! ik zal U een nieuw lied zingen; met de luit en het tiensnarig instrument zal ik U psalmzingen.

  • 2Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de luit, en het tiensnarig instrument.

  • 33Ik zal den HEERE zingen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.