Psalmen 66:18

Statenvertaling (States Bible)

Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joh 9:31 : 31 En wij weten, dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is, en Zijn wil doet, dien hoort Hij.
  • Spr 28:9 : 9 Die zijn oor afwendt van de wet te horen, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn.
  • Jes 1:15 : 15 En als gijlieden uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed.
  • Jak 4:3 : 3 Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt.
  • Job 27:8-9 : 8 Want wat is de verwachting des huichelaars, als hij zal gierig geweest zijn, wanneer God zijn ziel zal uittrekken? 9 Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt?
  • Job 36:21 : 21 Wacht u, wend u niet tot ongerechtigheid; overmits gij ze in dezen verkoren heb, uit oorzake van de ellende.
  • Spr 15:8 : 8 Het offer der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar het gebed der oprechten is Zijn welgevallen.
  • Spr 15:29 : 29 De HEERE is ver van de goddelozen; maar het gebed der rechtvaardigen zal Hij verhoren.
  • Spr 21:13 : 13 Die zijn oor stopt voor het geschrei des armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 66:19-20
    2 verzen
    80%

    19Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.

    20Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.

  • Ps 130:2-3
    2 verzen
    76%

    2HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.

    3Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan?

  • 2Maar uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen ulieden en tussen uw God, en uw zonden verbergen het aangezicht van ulieden, dat Hij niet hoort.

  • 3Gij hoort het gebed; tot U zal alle vlees komen.

  • 6HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen.

  • 6Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

  • Ps 66:16-17
    2 verzen
    73%

    16Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.

    17Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd onder mijn tong.

  • 72%

    3Opdat hij mijn ziel niet rove als een leeuw, verscheurende, terwijl er geen verlosser is.

  • 1Een gebed van David. HEERE! hoor de gerechtigheid, merk op mijn geschrei, neem ter ore mijn gebed, met onbedriegelijke lippen gesproken.

  • 11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • Ps 6:8-9
    2 verzen
    72%

    8Mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud, vanwege al mijn tegenpartijders.

    9Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.

  • 14Indien ik zondig, zo zult Gij mij waarnemen, en van mijn misdaad zult Gij mij niet onschuldig houden.

  • 18Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij.

  • 1Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester.

  • 13Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • 1Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.

  • 9Die zijn oor afwendt van de wet te horen, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn.

  • 14Indien er ondeugd in uw hand is, doe die verre weg; en laat het onrecht in uw tenten niet wonen.

  • 32Behalve wat ik zie, leer Gij mij; heb ik onrecht gewrocht, ik zal het niet meer doen.

  • 6Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.

  • 17Daar toch geen wrevel in mijn handen is, en mijn gebed zuiver is.

  • 14Gij dan, bid niet voor dit volk, en hef geen geschrei noch gebed voor hen op; want Ik zal niet horen, ten tijde als zij over hun kwaad tot Mij zullen roepen.

  • 27Hij zal de mensen aanschouwen, en zeggen: Ik heb gezondigd, en het recht verkeerd, hetwelk mij niet heeft gebaat;

  • 29De HEERE is ver van de goddelozen; maar het gebed der rechtvaardigen zal Hij verhoren.

  • 9Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw.

  • 8Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;

  • 2Als de Zifieten gekomen waren, en tot Saul gezegd hadden: Verbergt zich David niet bij ons?

  • 3Gij hebt mijn hart geproefd, des nachts bezocht, Gij hebt mij getoetst. Gij vindt niets; hetgeen ik gedacht heb, overtreedt mijn mond niet.

  • 3Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden.

  • 5Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.

  • Ps 38:14-15
    2 verzen
    70%

    14Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.

    15Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen tegenredenen zijn.

  • 6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  • 1Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN.

  • 18Opdat het de HEERE niet zie, en het kwaad zij in Zijn ogen en Hij Zijn toorn van hem afkere.

  • Ps 55:1-2
    2 verzen
    70%

    1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

    2O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking.

  • 1Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.

  • 2Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.

  • 17Hoort naarstiglijk mijn rede, en mijn aanwijzing met uw oren.

  • 1Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen;

  • 18Resch. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden.

  • 23Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.

  • 6Dat Gij onderzoekt naar mijn ongerechtigheid, en naar mijn zonde verneemt?

  • 2O HEERE, God mijns heils! bij dag, bij nacht roep ik voor U.