Psalmen 88:2

Statenvertaling (States Bible)

O HEERE, God mijns heils! bij dag, bij nacht roep ik voor U.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kon 8:31 : 31 Wanneer iemand tegen zijn naaste zal gezondigd hebben, en hij hem een eed des vloeks opgelegd zal hebben, om zichzelven te vervloeken; en de eed des vloeks voor Uw altaar in dit huis komen zal;
  • Ps 31:2 : 2 Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.
  • Ps 79:11 : 11 Laat het gekerm der gevangenen voor Uw aanschijn komen; behoud overig de kinderen des doods, naar de grootheid Uws arms.
  • Ps 141:1-2 : 1 Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep. 2 Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer.
  • Klaagl 3:8 : 8 Gimel. Ook wanneer ik roep en schreeuw, sluit Hij de oren voor mijn gebed.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 102:1-2
    2 verzen
    86%

    1Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN.

    2O HEERE! hoor mijn gebed, en laat mijn geroep tot U komen.

  • 1Een lied, een psalm voor de kinderen van Korach, voor den opperzangmeester, op Machalath Leannoth; een onderwijzing van Heman, den Ezrahiet.

  • Ps 5:1-2
    2 verzen
    81%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Nechiloth.

    2O HEERE, neem mijn redenen ter ore; versta mijn overdenking.

  • Ps 130:1-2
    2 verzen
    81%

    1Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!

    2HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.

  • Ps 88:13-14
    2 verzen
    81%

    13Zullen Uw wonderen bekend worden in de duisternis, en Uw gerechtigheid in het land der vergetelheid?

    14Maar ik, HEERE! roep tot U, en mijn gebed komt U voor in den morgenstond.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • Ps 141:1-2
    2 verzen
    80%

    1Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.

    2Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer.

  • 6HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen.

  • 2Als de Zifieten gekomen waren, en tot Saul gezegd hadden: Verbergt zich David niet bij ons?

  • 6Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

  • 1Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.

  • 8Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.

  • Ps 55:1-2
    2 verzen
    77%

    1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

    2O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking.

  • 1Een gebed van David. HEERE! hoor de gerechtigheid, merk op mijn geschrei, neem ter ore mijn gebed, met onbedriegelijke lippen gesproken.

  • 6Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.

  • Ps 142:1-2
    2 verzen
    77%

    1Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de spelonk was.

    2Ik riep met mijn stem tot den HEERE; ik smeekte tot den HEERE met mijn stem.

  • Ps 28:1-2
    2 verzen
    77%

    1Een psalm van David. Tot U roep ik, HEERE! mijn Rotssteen, houd U niet als doof van mij af; opdat ik niet, zo Gij U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen, die in den kuil nederdalen.

    2Hoor de stem mijner smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn handen ophef naar de aanspraakplaats Uwer heiligheid.

  • 77%

    169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.

    170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

  • 1Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

  • 56Koph. Gij hebt mijn stem gehoord, verberg Uw oor niet voor mijn zuchten, voor mijn roepen.

  • 7Als mij bange was, riep ik den HEERE aan, en riep tot mijn God; en Hij hoorde mijn stem uit Zijn paleis, en mijn geroep kwam in Zijn oren.

  • 3Laat mijn gebed voor Uw aanschijn komen; neig Uw oor tot mijn geschrei.

  • 7Hoor, HEERE! mijn stem, als ik roep; en wees mij genadig, en antwoord mij.

  • 9Mijn bekenden hebt Gij verre van mij gedaan, Gij hebt mij hun tot een groten gruwel gesteld; ik ben besloten, en kan niet uitkomen.

  • 9Ik ben verzwakt, en uitermate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis mijns harten.

  • 1Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.

  • 28Wend U dan nog tot het gebed van Uw knecht, en tot zijn smeking, o HEERE, mijn God, om te horen naar het geroep en naar het gebed, dat Uw knecht heden voor Uw aangezicht bidt.

  • 75%

    9Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.

  • 22Thau. Laat al hun kwaad voor Uw aangezicht komen, en doe hun, gelijk als Gij mij gedaan hebt vanwege al mijn overtredingen; want mijn zuchtingen zijn vele, en mijn hart is mat.

  • 12Kastijdt Gij iemand met straffingen om de ongerechtigheid, zo doet Gij zijn bevalligheid smelten als een mot; immers is een ieder mens ijdelheid. Sela.

  • 6De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.

  • 8Zij gaan van kracht tot kracht; een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.

  • 3Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag.

  • 1Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.

  • 1Davids psalm, voor den opperzangmeester.

  • 2Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens?

  • 2Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij.

  • 2Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.

  • 6Tot U riep ik, o HEERE! ik zeide: Gij zijt mijn Toevlucht, mijn Deel in het land der levenden.

  • 22Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.

  • 73%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.