Psalmen 119:169
Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.
171Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.
172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
173Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;
42Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.
26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.
27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
28Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord.
65Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
144De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.
145Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.
146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.
147Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.
148Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.
149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
1Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN.
125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.
76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.
77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.
58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
107Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.
108Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.
130De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.
2O HEERE, God mijns heils! bij dag, bij nacht roep ik voor U.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
154Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.
73Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.
1Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!
2HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.
1Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.
18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.
105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
133Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.
114Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
8Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.
1Een gebed van David. HEERE! hoor de gerechtigheid, merk op mijn geschrei, neem ter ore mijn gebed, met onbedriegelijke lippen gesproken.
156HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.