Psalmen 119:105
Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
130De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
133Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.
103Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!
104Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.
101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
29Want Gij zijt mijn Lamp, o HEERE, en de HEERE doet mijn duisternis opklaren.
5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.
9Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.
114Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.
28Want Gij verlost het bedrukte volk, maar de hoge ogen vernedert Gij.
27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.
140Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.
26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
106Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.
59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
54Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.
65Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.
23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
3Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.
45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.
56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
57Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.
3Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.
9Zij worden dronken van de vettigheid Uws huizes; en Gij drenkt hen uit de beek Uwer wellusten.
37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.
38Bevestig Uw toezeggingen aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
160Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.
3Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot den berg Uwer heiligheid, en tot Uw woningen;
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
50Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.
89Lamed. O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen.
11Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.
18Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe.
41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;
148Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.