Psalmen 119:9

Statenvertaling (States Bible)

Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jak 1:21-25 : 21 Daarom, afgelegd hebbende alle vuiligheid en overvloed van boosheid, ontvangt met zachtmoedigheid het Woord, dat in u geplant wordt, hetwelk uw zielen kan zaligmaken. 22 En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende. 23 Want zo iemand een hoorder is des Woords, en niet een dader, die is een man gelijk, welke zijn aangeboren aangezicht bemerkt in een spiegel; 24 Want hij heeft zichzelven bemerkt, en is weggegaan, en heeft terstond vergeten, hoedanig hij was. 25 Maar die inziet in de volmaakte wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze, geen vergetelijk hoorder geworden zijnde, maar een dader des werks, deze, zeg ik, zal gelukzalig zijn in dit zijn doen.
  • 2 Tim 2:22 : 22 Maar vlied de begeerlijkheden der jonkheid; en jaag naar rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede, met degenen, die den Heere aanroepen uit een rein hart.
  • Joz 1:7 : 7 Alleenlijk wees sterk en heb zeer goeden moed, dat gij waarneemt te doen naar de ganse wet, welke Mozes, Mijn knecht, u geboden heeft, en wijk daarvan niet, ter rechter hand noch ter linkerhand, opdat gij verstandelijk handelt alom, waar gij zult gaan;
  • Ps 25:7 : 7 Cheth. Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!
  • Ps 34:11 : 11 Caph. De jonge leeuwen lijden armoede, en hongeren; maar die den HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.
  • 2 Tim 3:15-17 : 15 En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is. 16 Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; 17 Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.
  • Tit 2:4-6 : 4 Opdat zij de jonge vrouwen leren voorzichtig te zijn, haar mannen lief te hebben, haar kinderen lief te hebben; 5 Matig te zijn, kuis te zijn, het huis te bewaren, goed te zijn, haar eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord Gods niet gelasterd worde. 6 Vermaan den jonge mannen insgelijks, dat zij matig zijn.
  • Pred 11:9-12:1 : 9 Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht. 10 Zo doe dan de toornigheid wijken van uw hart, en doe het kwade weg van uw vlees, want de jeugd, en de jonkheid is ijdelheid. 1 En gedenk aan de Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve.
  • Joh 15:3 : 3 Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.
  • Job 13:26 : 26 Want Gij schrijft tegen mij bittere dingen; en Gij doet mij erven de misdaden mijner jonkheid.
  • Ps 119:11 : 11 Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
  • Ps 119:97-99 : 97 Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag. 98 Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij. 99 Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn. 100 Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb. 101 Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden. 102 Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd. 103 Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond! 104 Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden. 105 Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
  • Spr 1:4 : 4 Om den slechten kloekzinnigheid te geven, den jongeling wetenschap en bedachtzaamheid.
  • Spr 1:10 : 10 Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;
  • Spr 4:1 : 1 Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.
  • Spr 4:10-17 : 10 Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden. 11 Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen. 12 In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen. 13 Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven. 14 Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen. 15 Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij. 16 Want zij slapen niet, zo zij geen kwaad gedaan hebben; en hun slaap wordt weggenomen, zo zij niet iemand hebben doen struikelen. 17 Want zij eten brood der goddeloosheid, en drinken wijn van enkel geweld.
  • Spr 5:7-9 : 7 Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds. 8 Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis; 9 Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede; 10 Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden; 11 En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is; 12 En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad! 13 En heb niet gehoord naar de stem mijner onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars! 14 Ik ben bijna in alle kwaad geweest, in het midden der gemeente en der vergadering! 15 Drink water uit uw bak, en vloeden uit het midden van uw bornput; 16 Laat uw fonteinen zich buiten verspreiden, en de waterbeken op de straten; 17 Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde met u. 18 Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd; 19 Een zeer liefelijke hinde, en een aangenaam steengeitje; laat u haar borsten te allen tijd dronken maken; dool steeds in haar liefde. 20 En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen? 21 Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen. 22 Den goddeloze zullen zijn ongerechtigheden vangen, en met de banden zijner zonden zal hij vastgehouden worden. 23 Hij zal sterven, omdat hij zonder tucht geweest is, en in de grootheid zijner dwaasheid zal hij verdwalen.
  • Spr 6:20-35 : 20 Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet. 21 Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals. 22 Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken. 23 Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens; 24 Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong. 25 Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden. 26 Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel. 27 Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden? 28 Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden? 29 Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden. 30 Men doet een dief geen verachting aan, als hij steelt om zijn ziel te vullen, dewijl hij honger heeft; 31 En gevonden zijnde, vergeldt hij het zevenvoudig; hij geeft al het goed van zijn huis. 32 Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet; 33 Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden. 34 Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen. 35 Hij zal geen verzoening aannemen; en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.
  • Spr 7:7 : 7 En ik zag onder de slechten; ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling;
  • Ps 1:1-3 : 1 Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters; 2 Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht. 3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.
  • Ps 19:7-9 : 7 Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven; en niets is verborgen voor haar hitte. 8 De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende. 9 De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen. 10 De vreze des HEEREN is rein, bestaande tot in eeuwigheid, de rechten des HEEREN zijn waarheid, samen zijn zij rechtvaardig. 11 Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.
  • Ps 78:4-8 : 4 Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid, en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft. 5 Want Hij heeft een getuigenis opgericht in Jakob, en een wet gesteld in Israel; die Hij onzen vaderen geboden heeft, dat zij ze hun kinderen zouden bekend maken; 6 Opdat het navolgende geslacht die weten zou, de kinderen, die geboren zouden worden; en zouden opstaan, en vertellen ze hun kinderen; 7 En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren; 8 En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.
  • Deut 6:6-9 : 6 En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. 7 En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat. 8 Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen. 9 En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.
  • Deut 17:18 : 18 Voorts zal het geschieden, als hij op den stoel zijns koninkrijks zal zitten, zo zal hij zich een dubbel van deze wet afschrijven in een boek, uit hetgeen voor het aangezicht der Levietische priesteren is;
  • Job 1:5 : 5 Het geschiedde dan, als de dagen der maaltijden omgegaan waren, dat Job henenzond, en hen heiligde en des morgens vroeg opstond, en brandofferen offerde naar hun aller getal; want Job zeide: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd, en God in hun hart gezegend. Alzo deed Job al die dagen.
  • Luk 15:13 : 13 En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.
  • 2 Kron 6:16 : 16 En nu, HEERE, God van Israel, houd Uw knecht, mijn vader David, wat Gij tot hem gesproken hebt, zeggende: Geen man zal u van voor Mijn aangezicht afgesneden worden, die zitte op den troon van Israel; alleenlijk zo uw zonen hun weg bewaren, om te wandelen in Mijn wet, gelijk als gij gewandeld hebt voor Mijn aangezicht.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 119:10-12
    3 verzen
    79%

    10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

    12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.

  • 101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

  • Ps 119:33-35
    3 verzen
    75%

    33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.

    34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

    35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.

  • 8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.

  • 133Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.

  • Ps 119:4-6
    3 verzen
    74%

    4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.

    5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!

    6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.

  • Ps 119:37-38
    2 verzen
    74%

    37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.

    38Bevestig Uw toezeggingen aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.

  • 74%

    158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.

    159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • 105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

  • Ps 119:15-18
    4 verzen
    73%

    15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.

    16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

    17Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware.

    18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

  • Ps 119:65-67
    3 verzen
    73%

    65Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord.

    66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

    67Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.

  • Ps 119:25-27
    3 verzen
    72%

    25Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.

    26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.

    27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

  • Ps 119:1-2
    2 verzen
    72%

    1Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan.

    2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

  • 140Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.

  • Ps 119:57-59
    3 verzen
    72%

    57Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.

    58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.

    59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • Ps 19:11-12
    2 verzen
    71%

    11Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.

    12Ook wordt Uw knecht door dezelve klaarlijk vermaand; in het houden van die is grote loon.

  • Ps 17:4-5
    2 verzen
    71%

    4Aangaande de handelingen des mensen, ik heb mij, naar het woord Uwer lippen, gewacht voor de paden des inbrekers;

    5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

  • 43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • 129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.

  • 71%

    168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

    169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.

    170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

  • 9Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht.

  • 97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.

  • 2Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan.

  • 26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.

  • 40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • 29Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.

  • 22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.