Psalmen 119:1

Statenvertaling (States Bible)

Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 128:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.
  • Ezech 11:20 : 20 Opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren, en dezelve doen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
  • Luk 1:6 : 6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.
  • Luk 11:28 : 28 Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.
  • Joh 13:17 : 17 Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.
  • Spr 11:20 : 20 De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.
  • 1 Thess 4:1-2 : 1 Voorts dan, broeders, wij bidden en vermanen u in den Heere Jezus, gelijk gij van ons ontvangen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, dat gij daarin meer overvloedig wordt. 2 Want gij weet, wat bevelen wij u gegeven hebben door den Heere Jezus.
  • Tit 2:11-12 : 11 Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. 12 En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld;
  • Jak 1:25 : 25 Maar die inziet in de volmaakte wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze, geen vergetelijk hoorder geworden zijnde, maar een dader des werks, deze, zeg ik, zal gelukzalig zijn in dit zijn doen.
  • Opb 22:14 : 14 Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.
  • Ps 112:1 : 1 Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.
  • Spr 13:6 : 6 De gerechtigheid bewaart den oprechte van weg; maar de goddeloosheid zal den zondaar omkeren.
  • Hos 14:9 : 9 Efraim! wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb hem verhoord, en zal op hem zien; Ik zal hem zijn als een groenende denneboom; uw vrucht is uit Mij gevonden. [ (Hosea 14:10) Wie is wijs? die versta deze dingen; wie is verstandig? die bekenne ze; want des HEEREN wegen zijn recht, en de rechtvaardigen zullen daarin wandelen, maar de overtreders zullen daarin vallen. ]
  • Hand 24:16 : 16 En hierin oefen ik mijzelven, om altijd een onergerlijk geweten te hebben bij God en de mensen.
  • 2 Kon 20:3 : 3 Och, HEERE, gedenk toch, dat ik voor Uw aangezicht in waarheid en met een volkomen hart gewandeld, en wat goed in Uw ogen is, gedaan heb. En Hizkia weende gans zeer.
  • 2 Kron 31:20-21 : 20 En alzo deed Jehizkia in geheel Juda; en hij deed dat goed, en recht, en waarachtig was, voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods. 21 En in alle werk, dat hij begon in den dienst van het huis Gods, en in de wet en in het gebod, om zijn God te zoeken, deed hij met zijn ganse hart, en had voorspoed.
  • Job 1:1 : 1 Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job; en dezelve man was oprecht, en vroom, en godvrezende, en wijkende van het kwaad.
  • Job 1:8 : 8 En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad.
  • Ps 1:1-3 : 1 Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters; 2 Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht. 3 Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.
  • Ps 32:1-2 : 1 Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. 2 Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.
  • Ps 101:2 : 2 Ik zal verstandelijk handelen in den oprechten weg; wanneer zult Gij tot mij komen? Ik zal in het midden mijns huizes wandelen, in oprechtigheid mijns harten.
  • Ps 101:6 : 6 Mijn ogen zullen zijn op de getrouwen in het land, dat zij bij mij zitten; die in den oprechten weg wandelt, die zal mij dienen.
  • 2 Kor 1:12 : 12 Want onze roem is deze, namelijk de getuigenis van ons geweten, dat wij in eenvoudigheid en oprechtheid Gods, niet in vleselijke wijsheid, maar in de genade Gods, in de wereld verkeerd hebben, en allermeest bij ulieden.
  • Joh 1:47 : 47 En Nathanael zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn? Filippus zeide tot hem: Kom en zie.
  • Matt 5:3-9 : 3 Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. 4 Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden. 5 Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven. 6 Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden. 7 Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden. 8 Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien. 9 Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. 10 Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. 11 Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. 12 Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 119:2-3
    2 verzen
    82%

    2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

    3Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.

  • 1Een lied Hammaaloth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.

  • Ps 1:1-2
    2 verzen
    76%

    1Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;

    2Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.

  • 12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.

  • 1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.

  • 15Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons; goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen.

  • 3Welgelukzalig zijn zij, die het recht onderhouden, die te aller tijd gerechtigheid doet.

  • 165Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.

  • 137Tsade. HEERE! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht.

  • Ps 119:9-10
    2 verzen
    72%

    9Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.

    10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

  • 5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!

  • 45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.

  • 142Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.

  • 5Welgelukzalig zijn zij, die in Uw huis wonen; zij prijzen U gestadiglijk. Sela.

  • Ps 19:7-8
    2 verzen
    71%

    7Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven; en niets is verborgen voor haar hitte.

    8De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende.

  • Ps 119:33-35
    3 verzen
    71%

    33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.

    34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

    35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.

  • Ps 119:17-18
    2 verzen
    71%

    17Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware.

    18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

  • 15Welgelukzalig is het volk, dien het alzo gaat; welgelukzalig is het volk, wiens God de HEERE is.

  • 4HEERE! doe den goeden wel, en dengenen, die oprecht zijn in hun harten.

  • 31De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen.

  • 7Het pad des rechtvaardigen is geheel effen, den gang des rechtvaardigen weegt Gij recht.

  • 12Welgelukzalig is de man, o HEERE! dien Gij tuchtigt, en dien Gij leert uit Uw wet,

  • 23Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.

  • Ps 119:77-78
    2 verzen
    70%

    77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

    78Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.

  • 7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.

  • 1Een psalm van Asaf. Immers is God Israel goed, dengenen, die rein van harte zijn.

  • 168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

  • 97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.

  • 159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • 1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.

  • Ps 15:1-2
    2 verzen
    70%

    1Een psalm van David. HEERE, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid?

    2Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt;

  • 21Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.

  • 21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!

  • 32Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren.

  • 4Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest.

  • 105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

  • 1Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.

  • 174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

  • 65Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord.

  • 8Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.

  • 14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.