Psalmen 37:23

Statenvertaling (States Bible)

Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Sam 2:9 : 9 Hij zal de voeten Zijner gunstgenoten bewaren; maar de goddelozen zullen zwijgen in duisternis; want een man vermag niet door kracht.
  • Spr 4:26 : 26 Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.
  • Jer 10:23 : 23 Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte.
  • Spr 16:9 : 9 Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang.
  • Ps 119:133 : 133 Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.
  • Ps 121:8 : 8 De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.
  • Ps 121:3 : 3 Hij zal uw voet niet laten wankelen; uw Bewaarder zal niet sluimeren.
  • Ps 40:2 : 2 Ik heb den HEERE lang verwacht; en Hij heeft Zich tot mij geneigd, en mijn geroep gehoord.
  • Ps 85:13 : 13 Ook zal de HEERE het goede geven; en ons land zal zijn vrucht geven. [ (Psalms 85:14) De gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht henengaan, en Hij zal ze zetten op den weg Zijner voetstappen. ]
  • Ps 119:5 : 5 Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
  • Ps 147:10-11 : 10 Hij heeft geen lust aan de sterkte des paards; Hij heeft geen welgevallen aan de benen des mans. 11 De HEERE heeft een welgevallen aan hen, die Hem vrezen, die op Zijn goedertierenheid hopen.
  • Jer 9:24 : 24 Maar die zich beroemt, beroeme zich hierin, dat hij verstaat, en Mij kent, dat Ik de HEERE ben, doende weldadigheid, recht en gerechtigheid op de aarde, want in die dingen heb Ik lust, spreekt de HEERE.
  • Heb 13:16 : 16 En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zodanige offeranden heeft God een welbehagen.
  • Spr 11:20 : 20 De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.
  • Job 23:11-12 : 11 Aan Zijn gang heeft mijn voet vastgehouden; Zijn weg heb ik bewaard, en ben niet afgeweken. 12 Het gebod Zijner lippen heb ik ook niet weggedaan; de redenen Zijns monds heb ik meer dan mijn bescheiden deel weggelegd.
  • Ps 17:5 : 5 Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.
  • Spr 11:1 : 1 Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 9Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang.

  • 31De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen.

  • 13Ook zal de HEERE het goede geven; en ons land zal zijn vrucht geven. [ (Psalms 85:14) De gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht henengaan, en Hij zal ze zetten op den weg Zijner voetstappen. ]

  • 24Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.

  • 24De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?

  • 5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

  • 23Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte.

  • 133Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.

  • 11Aan Zijn gang heeft mijn voet vastgehouden; Zijn weg heb ik bewaard, en ben niet afgeweken.

  • 37Gij hebt mijn voetstap ruim gemaakt onder mij; en mijn enkelen hebben niet gewankeld.

  • Ps 37:3-5
    3 verzen
    74%

    3Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.

    4En verlustig u in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten.

    5Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken;

  • 6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.

  • 21Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.

  • 26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.

  • 1Een lied Hammaaloth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.

  • 1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.

  • 7Het pad des rechtvaardigen is geheel effen, den gang des rechtvaardigen weegt Gij recht.

  • 36Ook hebt Gij mij het schild Uws heils gegeven, en Uw rechterhand heeft mij ondersteund, en Uw zachtmoedigheid heeft mij groot gemaakt.

  • 21Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden.

  • 72%

    2Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.

  • 4En Hij heeft een nieuw lied in mijn mond gegeven, een lofzang onzen Gode; velen zullen het zien, en vrezen, en op den HEERE vertrouwen.

  • 3Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden.

  • 7Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn vijanden met hem bevredigen.

  • 22Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden.

  • 8Opdat zij de paden des rechts houden; en Hij zal den weg Zijner gunstgenoten bewaren.

  • 4Ziet Hij niet mijn wegen, en telt Hij niet al mijn treden?

  • 72%

    33God is mijn Sterkte en Kracht; en Hij heeft mijn weg volkomen geopend.

    34Hij maakt mijn voeten gelijk als der hinden, en stelt mij op mijn hoogten.

  • 3Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil.

  • 20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 7Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!

  • 23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.

  • 35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.

  • 9Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.

  • 5Hij heeft gerechtigheid en gericht lief; de aarde is vol van de goedertierenheid des HEEREN.

  • 29De weg des HEEREN is voor den oprechte sterkte; maar voor de werkers der ongerechtigheid verstoring.

  • 7De rechtvaardige wandelt steeds in zijn oprechtheid; welgelukzalig zijn zijn kinderen na hem.

  • 7De treden zijner macht zullen benauwd worden, en zijn raad zal hem nederwerpen.

  • 31Gods weg is volmaakt; de rede des HEEREN is doorlouterd; Hij is een Schild allen, die op Hem betrouwen.

  • 18Jod. De HEERE kent de dagen der oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.

  • 10Caph. Alle paden des HEEREN zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.

  • 2De goede zal een welgevallen trekken van den HEERE; maar een man van schandelijke verdichtselen zal Hij verdoemen.

  • 8Teth. De HEERE is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg.

  • 12In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen.

  • 32Want wie is God, behalve de HEERE? En wie is een Rotssteen, dan alleen onze God?

  • 34Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid.

  • 26Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.

  • 20De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.