Psalmen 119:45
En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.
En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
42Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.
43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.
44Zo zal ik Uw wet steeds onderhouden, eeuwiglijk en altoos.
40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
32Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
9Ik zal wandelen voor het aangezicht des HEEREN, in de landen der levenden.
56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
46Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.
47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.
7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.
8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
100Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.
94Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.
95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.
133Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.
134Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.
27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
144De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.
145Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.
110De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.
173Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
3Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.
117Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.
77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
11Maar ik wandel in mijn oprechtigheid, verlos mij dan en wees mij genadig.
59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
1Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan.
131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.
5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.
63Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.
105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
67Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.
141Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.