Psalmen 26:11

Statenvertaling (States Bible)

Maar ik wandel in mijn oprechtigheid, verlos mij dan en wees mij genadig.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 69:18 : 18 En verberg Uw aangezicht niet van Uw knecht, want mij is bange; haast U, verhoor mij.
  • Ps 26:1 : 1 Een psalm van David! Doe mij recht, HEERE! want ik wandel in mijn oprechtigheid; en ik vertrouw op den HEERE, ik zal niet wankelen.
  • Ps 49:7 : 7 Aangaande degenen, die op hun goed vertrouwen; en op de veelheid huns rijkdoms roemen;
  • Ps 49:15 : 15 Men zet hen als schapen in het graf, de dood zal hen afweiden; en de oprechten zullen over hen heersen in dien morgenstond; en het graf zal hun gedaante verslijten, elk uit zijn woning.
  • 1 Sam 12:2-5 : 2 En nu, ziet, daar trekt de koning voor uw aangezicht heen, en ik ben oud en grijs geworden, en ziet, mijn zonen zijn bij ulieden; en ik heb voor uw aangezichten gewandeld van mijn jeugd af tot dezen dag toe. 3 Ziet, hier ben ik, betuigt tegen mij, voor den HEERE, en voor Zijn gezalfde, wiens os ik genomen heb, en wiens ezel ik genomen heb, en wien ik verongelijkt heb, wien ik onderdrukt heb, en van wiens hand ik een geschenk genomen heb, dat ik mijn ogen van hem zou verborgen hebben; zo zal ik het ulieden wedergeven. 4 Toen zeiden zij: Gij hebt ons niet verongelijkt, en gij hebt ons niet onderdrukt, en gij hebt van niemands hand iets genomen. 5 Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij een Getuige tegen ulieden, en Zijn gezalfde zij te dezen dage getuige, dat gij in mijn hand niets gevonden hebt! En het volk zeide: Hij zij Getuige!
  • 2 Kron 31:20-21 : 20 En alzo deed Jehizkia in geheel Juda; en hij deed dat goed, en recht, en waarachtig was, voor het aangezicht des HEEREN, zijns Gods. 21 En in alle werk, dat hij begon in den dienst van het huis Gods, en in de wet en in het gebod, om zijn God te zoeken, deed hij met zijn ganse hart, en had voorspoed.
  • Neh 5:15 : 15 En de vorige landvoogden, die voor mij geweest zijn, hebben het volk bezwaard, en van hen genomen aan brood en wijn, daarna veertig zilveren sikkelen; ook heersten hun jongens over het volk; maar ik heb alzo niet gedaan, om der vreze Gods wil.
  • Neh 13:14 : 14 Gedenk mijner, mijn God, in dezen; en delg mijn weldadigheden niet uit, die ik aan het huis mijns Gods en aan Zijn wachten gedaan heb.
  • Neh 13:22 : 22 Voorts zeide ik tot de Levieten, dat zij zich zouden reinigen, en de poorten komen wachten, om den sabbatdag te heiligen. Gedenk mijner ook in dezen, mijn God! en verschoon mij naar de veelheid Uwer goedertierenheid.
  • Neh 13:31 : 31 Ook tot het offer des houts, op bestemde tijden, en tot de eerstelingen. Gedenk mijner, mijn God, ten goede.
  • Job 1:1 : 1 Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job; en dezelve man was oprecht, en vroom, en godvrezende, en wijkende van het kwaad.
  • Ps 103:3-4 : 3 Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest; 4 Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden;
  • Ps 103:7-8 : 7 Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend gemaakt, den kinderen Israels Zijn daden. 8 Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
  • Jes 38:3 : 3 En hij zeide: Och HEERE, gedenk toch, dat ik voor Uw aangezicht in waarheid en met een volkomen hart gewandeld, en wat goed in Uw ogen is, gedaan heb. En Hizkia weende gans zeer.
  • Luk 1:6 : 6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.
  • 1 Thess 2:10 : 10 Gij zijt getuigen, en God, hoe heilig, en rechtvaardig, en onberispelijk wij u, die gelooft, geweest zijn.
  • Tit 2:14 : 14 Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.
  • 1 Petr 1:18-19 : 18 Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; 19 Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 26:1-3
    3 verzen
    85%

    1Een psalm van David! Doe mij recht, HEERE! want ik wandel in mijn oprechtigheid; en ik vertrouw op den HEERE, ik zal niet wankelen.

    2Proef mij, HEERE, en verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart.

    3Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.

  • Ps 25:21-22
    2 verzen
    80%

    21Thau. Laat oprechtigheid en vroomheid mij behoeden, want ik verwacht U.

    22O God! verlos Israel uit al zijn benauwdheden.

  • Job 31:5-7
    3 verzen
    79%

    5Zo ik met ijdelheid omgegaan heb, en mijn voet gesneld heeft tot bedriegerij;

    6Hij wege mij op, in een rechte weegschaal, en God zal mijn oprechtigheid weten.

    7Zo mijn gang uit den weg geweken is, en mijn hart mijn ogen nagevolgd is, en aan mijn handen iets aankleeft;

  • 6Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o HEERE!

  • 12Mijn voet staat op effen baan; ik zal den HEERE loven in de vergaderingen.

  • 12Hierbij weet ik, dat Gij lust aan mij hebt, dat mijn vijand over mij niet zal juichen.

  • Job 27:5-6
    2 verzen
    76%

    5Het zij verre van mij, dat ik ulieden rechtvaardigen zou; totdat ik den geest zal gegeven hebben, zal ik mijn oprechtigheid van mij niet wegdoen.

    6Aan mijn gerechtigheid zal ik vasthouden, en zal ze niet laten varen; mijn hart zal die niet versmaden van mijn dagen.

  • 17Daar toch geen wrevel in mijn handen is, en mijn gebed zuiver is.

  • Ps 18:23-24
    2 verzen
    75%

    23Want al Zijn rechten waren voor mij, en Zijn inzettingen deed ik niet van mij weg.

    24Maar ik was oprecht bij Hem, en ik wachtte mij voor mijn ongerechtigheid.

  • 75%

    24Maar ik was oprecht voor Hem; en ik wachtte mij voor mijn ongerechtigheid.

    25Zo gaf mij de HEERE weder naar mijn gerechtigheid, naar mijn reinigheid, voor Zijn ogen.

  • 10Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.

  • 75%

    8Zo zal de vergadering der volken U omsingelen; keer dan boven haar weder in de hoogte.

  • 10In welker handen schandelijk bedrijf is, en welker rechterhand vol geschenken is.

  • 11Aan Zijn gang heeft mijn voet vastgehouden; Zijn weg heb ik bewaard, en ben niet afgeweken.

  • 9Ik ben rein, zonder overtreding; ik ben zuiver, en heb geen misdaad.

  • Ps 18:20-21
    2 verzen
    74%

    20En Hij voerde mij uit in de ruimte, Hij rukte mij uit, want Hij had lust aan mij.

    21De HEERE vergold mij naar mijn gerechtigheid, Hij gaf mij weder naar de reinigheid mijner handen.

  • 74%

    21De HEERE vergold mij naar mijn gerechtigheid; Hij gaf mij weder naar de reinigheid mijner handen.

    22Want ik heb des HEEREN wegen gehouden, en ben van mijn God niet goddelooslijk afgegaan.

  • 21Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.

  • 74%

    7Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel.

  • 2Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgeschoten.

  • 23Of bevrijdt mij van de hand des verdrukkers, en verlost mij van de hand der tirannen?

  • 16Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.

  • 9Ik zal wandelen voor het aangezicht des HEEREN, in de landen der levenden.

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 11Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart.

  • 29Keert toch weder, laat er geen onrecht wezen, ja, keert weder; nog zal mijn gerechtigheid daarin zijn.

  • 5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

  • 9Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij brengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.

  • 20Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts;

  • 73%

    3Opdat hij mijn ziel niet rove als een leeuw, verscheurende, terwijl er geen verlosser is.

  • 1Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  • 7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.

  • 8Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 2Ik zal verstandelijk handelen in den oprechten weg; wanneer zult Gij tot mij komen? Ik zal in het midden mijns huizes wandelen, in oprechtigheid mijns harten.

  • 2Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan.

  • 14Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij.

  • 5Opdat niet mijn vijand zegge: Ik heb hem overmocht; mijn tegenpartijders zich verheugen, wanneer ik zou wankelen.

  • 11O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.

  • 45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.