Psalmen 119:100
Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
98Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.
99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
102Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.
103Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!
104Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.
167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.
27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
128Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.
129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
130De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
67Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.
14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.
69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.
152Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.
144De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.
45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
110De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.
111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.
12In de stokouden is de wijsheid, en in de langheid der dagen het verstand.
73Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.
141Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.
4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.
63Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.
11Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;
93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.
94Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.
59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
60Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.
40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.
148Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.
106Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.
2Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands;