Psalmen 119:41

Statenvertaling (States Bible)

Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 119:58 : 58 Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
  • Ps 119:76-77 : 76 Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht. 77 Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
  • Ps 119:132 : 132 Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.
  • Luk 2:28-32 : 28 Zo nam hij Hetzelve in zijn armen, en loofde God, en zeide: 29 Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord; 30 Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, 31 Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken; 32 Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israel.
  • Ps 69:16 : 16 Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat den put zijn mond over mij niet toesluiten.
  • Ps 106:4-5 : 4 Gedenk mijner, o HEERE! naar het welbehagen tot Uw volk, bezoek mij met Uw heil; 5 Opdat ik aanschouwe het goede Uwer uitverkorenen; opdat ik mij verblijde met de blijdschap Uws volks; opdat ik mij beroeme met Uw erfdeel.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 119:76-77
    2 verzen
    83%

    76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.

    77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

  • 81%

    169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.

    170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

  • 40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 7Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?

  • 79%

    173Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.

    174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

    175Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.

  • 58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.

  • 156HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.

  • 11Uw gerechtigheid bedek ik niet in het midden mijns harten; Uw waarheid en Uw heil spreek ik uit; Uw weldadigheid en Uw trouw verheel ik niet in de grote gemeente.

  • 159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • 149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.

  • 77%

    107Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.

    108Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.

  • 77%

    123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.

    124Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.

  • 16Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand mijner vijanden, en van mijn vervolgers.

  • 16Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat den put zijn mond over mij niet toesluiten.

  • Ps 119:42-43
    2 verzen
    76%

    42Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

    43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • 76%

    4Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, hoe lange?

  • 5Opdat niet mijn vijand zegge: Ik heb hem overmocht; mijn tegenpartijders zich verheugen, wanneer ik zou wankelen.

  • 21Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.

  • 154Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.

  • 166O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.

  • 13Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.

  • 132Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.

  • 94Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.

  • 22Uw goedertierenheid, HEERE! zij over ons; gelijk als wij op U hopen.

  • 13Die in de poort zitten, klappen van mij; en ik ben een snarenspel dergenen, die sterken drank drinken.

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

  • 88Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.

  • 7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.

  • Ps 119:81-82
    2 verzen
    74%

    81Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.

    82Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?

  • Ps 119:49-50
    2 verzen
    74%

    49Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.

    50Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 22Verlaat mij niet, o HEERE, mijn God! wees niet verre van mij. [ (Psalms 38:23) Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil! ]

  • 4Gedenk mijner, o HEERE! naar het welbehagen tot Uw volk, bezoek mij met Uw heil;

  • 11O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.

  • 16Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.

  • 5De HEERE is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermende.

  • 25Och HEERE! geef nu heil; och HEERE! geef nu voorspoed.

  • 10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

  • 16Laat hen verwoest worden tot loon hunner beschaming, die van mij zeggen: Ha, ha!