Psalmen 31:16

Statenvertaling (States Bible)

Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand mijner vijanden, en van mijn vervolgers.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 4:6 : 6 Offert offeranden der gerechtigheid, en vertrouwt op den HEERE.
  • Ps 6:4 : 4 Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, hoe lange?
  • Ps 80:3 : 3 Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraim, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing.
  • Ps 80:7 : 7 Gij hebt ons onzen naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder zich.
  • Ps 80:19 : 19 Zo zullen wij van U niet terugkeren; behoud ons in het leven, zo zullen wij Uw Naam aanroepen. [ (Psalms 80:20) O HEERE, God der heirscharen! breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden. ]
  • Ps 106:45 : 45 En Hij dacht tot hun beste aan Zijn verbond, en het berouwde Hem naar de veelheid Zijner goedertierenheden.
  • Dan 9:9 : 9 Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
  • Dan 9:17-18 : 17 En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil. 18 Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.
  • Rom 9:15 : 15 Want Hij zegt tot Mozes: Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben.
  • Rom 9:23 : 23 En opdat Hij zou bekend maken den rijkdom Zijner heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid, die Hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid?
  • Ef 1:6-7 : 6 Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde; 7 In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,
  • Ef 2:4-7 : 4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, 5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden) 6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; 7 Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
  • Ps 30:7 : 7 Ik zeide wel in mijn voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid.
  • Ps 51:1 : 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester.
  • Ps 67:1 : 1 Een psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.
  • Num 6:25-26 : 25 De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! 26 De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 135Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 16Wend U tot mij, en zijt mij genadig, geef Uw knecht Uw sterkte, en verlos den zoon Uwer dienstmaagd.

  • Ps 119:76-77
    2 verzen
    79%

    76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.

    77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

  • 79%

    4Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, hoe lange?

  • Ps 69:16-17
    2 verzen
    79%

    16Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat den put zijn mond over mij niet toesluiten.

    17Verhoor mij, o HEERE, want Uw goedertierenheid is goed; zie mij aan naar de grootheid Uwer barmhartigheden.

  • 16Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.

  • Ps 27:8-9
    2 verzen
    77%

    8Mijn hart zegt tot U: Gij zegt: Zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE!

    9Verberg Uw aangezicht niet voor mij, keer Uw knecht niet af in toorn; Gij zijt mijn Hulp geweest, begeef mij niet, en verlaat mij niet, o God mijns heils!

  • 21Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.

  • 41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;

  • 15Maar ik vertrouw op U, o HEERE! Ik zeg: Gij zijt mijn God.

  • 25De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig!

  • 7Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?

  • 13Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.

  • Ps 143:11-12
    2 verzen
    76%

    11O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.

    12En roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel beangstigen; want ik ben Uw knecht.

  • 3Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraim, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing.

  • 11Uw gerechtigheid bedek ik niet in het midden mijns harten; Uw waarheid en Uw heil spreek ik uit; Uw weldadigheid en Uw trouw verheel ik niet in de grote gemeente.

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 7Maak Uw weldadigheden wonderbaar, Gij, Die verlost degenen, die op U betrouwen, van degenen, die tegen Uw rechterhand opstaan!

  • 19Zo zullen wij van U niet terugkeren; behoud ons in het leven, zo zullen wij Uw Naam aanroepen. [ (Psalms 80:20) O HEERE, God der heirscharen! breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden. ]

  • 7Gij hebt ons onzen naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder zich.

  • Ps 67:1-2
    2 verzen
    75%

    1Een psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

    2God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela.

  • 132Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.

  • 42O HEERE God! wend het aangezicht Uws gezalfden niet af; gedenk der weldadigheden van David, Uw knecht.

  • 9En mij niet hebt overgeleverd in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.

  • 7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.

  • 74%

    6Offert offeranden der gerechtigheid, en vertrouwt op den HEERE.

  • Ps 86:2-3
    2 verzen
    73%

    2Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt.

    3Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag.

  • 2Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij.

  • 22Verlaat mij niet, o HEERE, mijn God! wees niet verre van mij. [ (Psalms 38:23) Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil! ]

  • 73%

    123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.

    124Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.

  • 13Want Hij zoekt de bloedstortingen, Hij gedenkt derzelve; Hij vergeet het geroep der ellendigen niet.

  • 58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.

  • 16Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen.

  • 2Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.

  • 29Want Gij zijt mijn Lamp, o HEERE, en de HEERE doet mijn duisternis opklaren.

  • 5Opdat niet mijn vijand zegge: Ik heb hem overmocht; mijn tegenpartijders zich verheugen, wanneer ik zou wankelen.

  • 20Schin. Bewaar mijn ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.

  • 17En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil.

  • 10Weer het aangezicht Uws Gezalfden niet af, om Davids, Uws knechts wil.

  • 5Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 9Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik.