Psalmen 118:25

Statenvertaling (States Bible)

Och HEERE! geef nu heil; och HEERE! geef nu voorspoed.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 20:9 : 9 Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven. [ (Psalms 20:10) O HEERE! behoud; die Koning verhore ons ten dage van ons roepen. ]
  • Ps 90:17 : 17 En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat.
  • Ps 22:21 : 21 Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.
  • Ps 69:1 : 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Schoschannim.
  • Ps 69:13 : 13 Die in de poort zitten, klappen van mij; en ik ben een snarenspel dergenen, die sterken drank drinken.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 26Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des HEEREN! Wij zegenen ulieden uit het huis des HEEREN.

  • 9Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven. [ (Psalms 20:10) O HEERE! behoud; die Koning verhore ons ten dage van ons roepen. ]

  • 7Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?

  • 13Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.

  • Ps 116:4-5
    2 verzen
    74%

    4Maar ik riep den Naam des HEEREN aan, zeggende: Och HEERE! bevrijd mijn ziel.

    5De HEERE is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermende.

  • 35En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.

  • 74%

    4Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, hoe lange?

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 22Verlaat mij niet, o HEERE, mijn God! wees niet verre van mij. [ (Psalms 38:23) Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil! ]

  • 41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;

  • 1Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.

  • 24Dit is de dag, dien de HEERE gemaakt heeft; laat ons op denzelven ons verheugen, en verblijd zijn.

  • 16Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand mijner vijanden, en van mijn vervolgers.

  • 6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  • 2HEERE, wees ons genadig, wij hebben op U gewacht; wees hun arm allen morgen, daartoe onze behoudenis ten tijde der benauwdheid.

  • Jer 17:14-15
    2 verzen
    72%

    14Genees mij, HEERE! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn Lof.

    15Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord des HEEREN? Laat het nu komen!

  • 11O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.

  • 2Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij.

  • 5Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen, die U zoeken; laat de liefhebbers Uws heils geduriglijk zeggen: God zij groot gemaakt! [ (Psalms 70:6) Doch ik ben ellendig en nooddruftig; o God, haast U tot mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; HEERE, vertoef niet! ]

  • 6De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken.

  • 8Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.

  • 16Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.

  • 21Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.

  • 41En nu, HEERE God, maak U op tot Uw rust, Gij en de ark Uwer kracht; laat Uw priesters, HEERE God, met heil bekleed worden, en laat Uw gunstgenoten over het goede blijde zijn.

  • 47Verlos ons, HEERE, onze God! en verzamel ons uit de heidenen, opdat wij den Naam Uwer heiligheid loven, ons beroemende in Uw lof.

  • 1Een lied, een psalm voor de kinderen van Korach, voor den opperzangmeester, op Machalath Leannoth; een onderwijzing van Heman, den Ezrahiet.

  • 2Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.

  • 16Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen.

  • 71%

    8Sta op, HEERE, verlos mij, mijn God; want Gij hebt al mijn vijanden op het kinnebakken geslagen; de tanden der goddelozen hebt Gij verbroken. [ (Psalms 3:9) Het heil is des HEEREN; Uw zegen is over Uw volk. Sela. ]

  • 71%

    26Nu dan, HEERE, Gij zijt die God; en Gij hebt dit goede over Uw knecht gesproken.

    27Nu dan, het heeft U beliefd te zegenen het huis Uws knechts, dat het in eeuwigheid voor Uw aangezicht zij; want Gij, HEERE, hebt het gezegend, en het zal gezegend zijn in eeuwigheid.

  • 19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!

  • 5Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 1Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.

  • 1Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  • 19Doet mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan, ik zal den HEERE loven.

  • 21Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.

  • 5Hij geve u naar uw hart, en vervulle al uw raad.

  • 19Nu dan, HEERE, onze God, verlos ons toch uit zijn hand; zo zullen alle koninkrijken der aarde weten, dat Gij, HEERE, alleen God zijt.

  • 29Laat hen uitgedelgd worden uit het boek des levens, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.

  • 4Gedenk mijner, o HEERE! naar het welbehagen tot Uw volk, bezoek mij met Uw heil;

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 19Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.

  • 23Ook bad ik den HEERE om genade, zeggende ter zelfder tijd:

  • 146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.