Psalmen 119:81

Statenvertaling (States Bible)

Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 84:2 : 2 Hoe liefelijk zijn Uw woningen, o HEERE der heirscharen!
  • Hoogl 5:8 : 8 Ik bezweer u, gij dochters van Jeruzalem! indien gij mijn Liefste vindt, wat zult gij Hem aanzeggen? Dat ik krank ben van liefde.
  • Opb 3:15-16 : 15 Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet! 16 Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.
  • Ps 42:1-2 : 1 Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. 2 Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!
  • Ps 73:26 : 26 Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
  • Ps 119:20 : 20 Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.
  • Ps 119:40 : 40 Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
  • Ps 119:42 : 42 Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.
  • Ps 119:74 : 74 Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.
  • Ps 119:77 : 77 Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
  • Ps 119:114 : 114 Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 82Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?

  • Ps 130:5-6
    2 verzen
    80%

    5Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.

    6Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.

  • 123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.

  • 166O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.

  • 28Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord.

  • 116Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.

  • 114Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.

  • Ps 119:49-50
    2 verzen
    75%

    49Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.

    50Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.

  • 7Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij ijdelijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.

  • 174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

  • Ps 119:40-43
    4 verzen
    74%

    40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

    41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;

    42Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

    43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • 20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.

  • 15Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen tegenredenen zijn.

  • 18Vau. Toen zeide ik: Mijn sterkte is vergaan, en mijn hoop van den HEERE.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

  • 74%

    146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

    147Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.

  • 74Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.

  • 8Doch op U zijn mijn ogen, HEERE, Heere! op U betrouw ik, ontbloot mijn ziel niet.

  • 5Opdat niet mijn vijand zegge: Ik heb hem overmocht; mijn tegenpartijders zich verheugen, wanneer ik zou wankelen.

  • 131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.

  • 25Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.

  • 80Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.

  • 10HEERE! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.

  • 2Hoe liefelijk zijn Uw woningen, o HEERE der heirscharen!

  • 24Cheth. De HEERE is mijn Deel, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen.

  • 14Doch ik zal geduriglijk hopen, en zal al Uw lof nog groter maken.

  • 5Want Gij zijt mijn Verwachting, Heere, HEERE! mijn Vertrouwen van mijn jeugd aan.

  • Ps 31:9-10
    2 verzen
    71%

    9En mij niet hebt overgeleverd in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.

    10Wees mij genadig, HEERE! want mij is bange; van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

  • 5Zij raadslagen slechts, om hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met hun mond zegenen zij; maar met hun binnenste vloeken zij. Sela.

  • 3Ik ben gezonken in grondeloze modder, waar men niet kan staan; ik ben gekomen in de diepten der wateren, en de vloed overstroomt mij.

  • 21Zain. Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen;

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

  • 20Schin. Bewaar mijn ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.

  • 107Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.

  • 13Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan.

  • 94Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.

  • 22Verlaat mij niet, o HEERE, mijn God! wees niet verre van mij. [ (Psalms 38:23) Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil! ]

  • 4Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij.

  • 76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.

  • 15Waar zou dan nu mijn verwachting wezen? Ja, mijn verwachting, wie zal ze aanschouwen?

  • 154Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.

  • 109Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.