Psalmen 119:154
Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.
Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.
107Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.
108Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.
169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.
11O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.
153Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
155Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet.
156HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.
40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;
50Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.
13Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.
25Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.
88Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.
2Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij.
134Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.
146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.
58Resch. Heere! Gij hebt de twistzaken mijner ziel getwist, Gij hebt mijn leven verlost.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken.
174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
175Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.
21Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.
17Verhoor mij, o HEERE, want Uw goedertierenheid is goed; zie mij aan naar de grootheid Uwer barmhartigheden.
18En verberg Uw aangezicht niet van Uw knecht, want mij is bange; haast U, verhoor mij.
76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.
77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
23Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak.
24Doe mij recht naar Uw gerechtigheid, HEERE, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden.
1Doe mij recht, o God! en twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den man des bedrogs en des onrechts.
26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.
1Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.
116Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.
93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.
94Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.
58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
4Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, hoe lange?
37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.
22Verlaat mij niet, o HEERE, mijn God! wees niet verre van mij. [ (Psalms 38:23) Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil! ]
1Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.
6Tot U riep ik, o HEERE! ik zeide: Gij zijt mijn Toevlucht, mijn Deel in het land der levenden.
28Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord.
19Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.
123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.
14Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij.
4Maar ik riep den Naam des HEEREN aan, zeggende: Och HEERE! bevrijd mijn ziel.
1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth;
7Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen.
8Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.