Psalmen 119:54
Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.
Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
55HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.
56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
57Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
171Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.
172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.
167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
52Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.
53Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.
26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.
129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
142Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.
143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.
4Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?
59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
92Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan.
93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.
94Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.
117Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.
24Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.
19Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet.
47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.
176Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.
8HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats des tabernakels Uwer eer.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
71Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.
97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.
102Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.
50Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.
1Een gebed van Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.
64HEERE! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
1Een lied Hammaaloth, van David. Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan.
40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
68Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen.
19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!