Job 10:14

Statenvertaling (States Bible)

Indien ik zondig, zo zult Gij mij waarnemen, en van mijn misdaad zult Gij mij niet onschuldig houden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 7:21 : 21 En waarom vergeeft Gij niet mijn overtreding, en doet mijn ongerechtigheid niet weg? Want nu zal ik in het stof liggen; en Gij zult mij vroeg zoeken, maar ik zal niet zijn.
  • Ps 130:3 : 3 Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan?
  • Ps 139:1 : 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.
  • Ex 34:7 : 7 Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.
  • Num 14:18 : 18 De HEERE is lankmoedig en groot van weldadigheid, vergevende de ongerechtigheid en overtreding, die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, in het derde en in het vierde lid.
  • Job 9:28 : 28 Zo schroom ik voor al mijn smarten; ik weet, dat Gij mij niet onschuldig zult houden.
  • Job 13:26-27 : 26 Want Gij schrijft tegen mij bittere dingen; en Gij doet mij erven de misdaden mijner jonkheid. 27 Gij legt ook mijn voeten in den stok, en neemt waar al mijn paden; Gij drukt U in de wortelen mijner voeten,
  • Job 14:16 : 16 Maar nu telt Gij mijn treden; Gij bewaart mij niet om mijner zonden wil.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 10:15-16
    2 verzen
    84%

    15Zo ik goddeloos ben, wee mij! En ben ik rechtvaardig, ik zal mijn hoofd niet opheffen; ik ben zat van schande, maar aanzie mijn ellende.

    16Want zij verheft zich; gelijk een felle leeuw jaagt Gij mij; Gij keert weder en stelt U wonderlijk tegen mij.

  • Job 10:6-7
    2 verzen
    81%

    6Dat Gij onderzoekt naar mijn ongerechtigheid, en naar mijn zonde verneemt?

    7Het is Uw wetenschap, dat ik niet goddeloos ben; nochtans is er niemand, die uit Uw hand verlosse.

  • Job 14:16-17
    2 verzen
    80%

    16Maar nu telt Gij mijn treden; Gij bewaart mij niet om mijner zonden wil.

    17Mijn overtreding is in een bundeltje verzegeld, en Gij pakt mijn ongerechtigheid opeen.

  • Job 7:20-21
    2 verzen
    80%

    20Heb ik gezondigd, wat zal ik U doen, o Mensenhoeder? Waarom hebt Gij mij U tot een tegenloop gesteld, dat ik mijzelven tot een last zij?

    21En waarom vergeeft Gij niet mijn overtreding, en doet mijn ongerechtigheid niet weg? Want nu zal ik in het stof liggen; en Gij zult mij vroeg zoeken, maar ik zal niet zijn.

  • Job 9:28-31
    4 verzen
    80%

    28Zo schroom ik voor al mijn smarten; ik weet, dat Gij mij niet onschuldig zult houden.

    29Ik zal toch goddeloos zijn; waarom dan zal ik ijdellijk arbeiden?

    30Indien ik mij wasse met sneeuwwater, en mijn handen zuivere met zeep;

    31Dan zult Gij mij in de gracht induiken, en mijn klederen zullen van mij gruwen.

  • 13Maar deze dingen hebt Gij verborgen in Uw hart; ik weet, dat dit bij U geweest is.

  • Job 13:22-24
    3 verzen
    77%

    22Roep dan, en ik zal antwoorden; of ik zal spreken, en geef mij antwoord.

    23Hoeveel misdaden en zonden heb ik? Maak mijn overtreding en mijn zonden mij bekend.

    24Waarom verbergt Gij Uw aangezicht, en houdt mij voor Uw vijand?

  • 3Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan?

  • 26Want Gij schrijft tegen mij bittere dingen; en Gij doet mij erven de misdaden mijner jonkheid.

  • 32Behalve wat ik zie, leer Gij mij; heb ik onrecht gewrocht, ik zal het niet meer doen.

  • 6Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?

  • 2Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.

  • Job 19:4-5
    2 verzen
    75%

    4Maar ook het zij waarlijk, dat ik gedwaald heb, mijn dwaling zal bij mij vernachten.

    5Indien gijlieden waarlijk u verheft tegen mij, en mijn smaad tegen mij drijft;

  • Ps 51:2-4
    3 verzen
    75%

    2Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan.

    3Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden.

    4Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonde.

  • 18Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij.

  • 7Zo mijn gang uit den weg geweken is, en mijn hart mijn ogen nagevolgd is, en aan mijn handen iets aankleeft;

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • 75%

    3Opdat hij mijn ziel niet rove als een leeuw, verscheurende, terwijl er geen verlosser is.

  • 5Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.

  • 5Die mij zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haren mijns hoofds; die mij zoeken te vernielen, die mij om valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik alsdan wedergeven.

  • 20Zo ik mij rechtvaardig, mijn mond zal mij verdoemen; ben ik oprecht, Hij zal mij toch verkeerd verklaren.

  • 3Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde?

  • 35Nog zegt gij: Zeker, ik ben onschuldig; Zijn toorn is immers van mij afgekeerd. Ziet, Ik zal met u rechten, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd.

  • 14Indien er ondeugd in uw hand is, doe die verre weg; en laat het onrecht in uw tenten niet wonen.

  • 9Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw.

  • 33Zo ik, gelijk Adam, mijn overtredingen bedekt heb, door eigenliefde mijn misdaad verbergende!

  • 9Ik ben rein, zonder overtreding; ik ben zuiver, en heb geen misdaad.

  • 8Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!

  • 27Hij zal de mensen aanschouwen, en zeggen: Ik heb gezondigd, en het recht verkeerd, hetwelk mij niet heeft gebaat;

  • Ps 19:12-13
    2 verzen
    72%

    12Ook wordt Uw knecht door dezelve klaarlijk vermaand; in het houden van die is grote loon.

    13Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgene afdwalingen.

  • 18Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.

  • 18Resch. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden.

  • 13Och, of Gij mij in het graf verstaakt, mij verborgt, totdat Uw toorn zich afkeerde; dat Gij mij een bepaling steldet, en mijner gedachtig waart!

  • 4Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde.

  • 10Dat zou nog mijn troost zijn, en zou mij verkwikken in den weedom, zo Hij niet spaarde; want ik heb de redenen des Heiligen niet verborgen gehouden.

  • 6Ik moet liegen in mijn recht; mijn pijl is smartelijk zonder overtreding.

  • 9Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij brengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.