Psalmen 119:128
Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.
Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
104Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.
127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
163Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.
164Ik loof U zeven maal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.
112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.
113Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.
167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
118Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.
119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.
129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.
100Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
29Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.
30Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.
110De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.
140Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.
22Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
13De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.
172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
86Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
160Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.
6In Uw hand beveel ik mijn geest; Gij hebt mij verlost, HEERE, Gij, God der waarheid!
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.
7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.
8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
142Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.
143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
78Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.
3Ik zal geen Belials-stuk voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven.
56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
17En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.
97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.
95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.
138Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
151Maar Gij, HEERE! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid.
35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.