Psalmen 31:6

Statenvertaling (States Bible)

In Uw hand beveel ik mijn geest; Gij hebt mij verlost, HEERE, Gij, God der waarheid!

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 26:5 : 5 Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.
  • Jona 2:8 : 8 Die de valse ijdelheden onderhouden, verlaten hunlieder weldadigheid.
  • 1 Kor 10:20 : 20 Ja, ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij den duivelen offeren, en niet Gode; en ik wil niet, dat gij met de duivelen gemeenschap hebt.
  • 1 Kron 16:28-29 : 28 Geeft den HEERE, gij, geslachten der volken, geeft den HEERE eer en sterkte. 29 Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, brengt offer, en komt voor Zijn aangezicht; aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms.
  • Ps 24:4 : 4 Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert;
  • Joh 2:8 : 8 En Hij zeide tot hen: Schept nu, en draagt het tot den hofmeester; en zij droegen het.
  • Rom 1:21 : 21 Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden;
  • 1 Kor 8:4 : 4 Aangaande dan het eten der dingen, die den afgoden geofferd zijn, wij weten, dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen ander God is dan een.
  • Ps 96:7-9 : 7 Geeft den HEERE, gij geslachten der volken! geeft den HEERE eer en sterkte. 8 Geeft den HEERE de eer Zijns Naams; brengt offer, en komt in Zijn voorhoven. 9 Aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms; schrikt voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde.
  • Ps 139:2 : 2 Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.
  • Jer 10:8 : 8 In een ding zijn zij toch onvernuftig en zot: een hout is een onderwijs der ijdelheden.
  • Jer 10:15 : 15 Ijdelheid zijn zij, een werk van verleidingen; ten tijde hunner bezoeking zullen zij vergaan.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 163Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.

  • Ps 31:13-14
    2 verzen
    77%

    13Ik ben uit het hart vergeten als een dode; ik ben geworden als een bedorven vat.

    14Want ik hoorde de naspraak van velen; vreze is van rondom, dewijl zij te zamen tegen mij raadslaan; zij denken mijn ziel te nemen.

  • 8Die de valse ijdelheden onderhouden, verlaten hunlieder weldadigheid.

  • 4En Hij heeft een nieuw lied in mijn mond gegeven, een lofzang onzen Gode; velen zullen het zien, en vrezen, en op den HEERE vertrouwen.

  • 5Doe mij uitgaan uit het net, dat zij voor mij verborgen hebben, want Gij zijt mijn Sterkte.

  • 7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.

  • Ps 139:21-22
    2 verzen
    75%

    21Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?

    22Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.

  • Ps 26:3-5
    3 verzen
    74%

    3Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.

    4Ik zit niet bij ijdele lieden, en met bedekte lieden ga ik niet om.

    5Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.

  • 113Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.

  • 29Zo ik verblijd ben geweest in de verdrukking mijns haters, en mij opgewekt heb, als het kwaad hem vond;

  • Ps 118:7-10
    4 verzen
    73%

    7De HEERE is bij mij onder degenen, die mij helpen; daarom zal ik mijn lust zien aan degenen, die mij haten.

    8Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen, dan op den mens te vertrouwen.

    9Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen, dan op prinsen te vertrouwen.

    10Alle heidenen hadden mij omringd; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.

  • 13De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.

  • 3Ik zal geen Belials-stuk voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven.

  • 128Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.

  • Ps 56:3-4
    2 verzen
    72%

    3Mijn verspieders zoeken mij den gansen dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!

    4Ten dage, als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen.

  • 8Ziet, gij vertrouwt u op valse woorden, die geen nut doen.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 72%

    6De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid.

  • 11In God zal ik het woord prijzen; in den HEERE zal ik het woord prijzen.

  • 5De rechtvaardige haat leugentaal; maar de goddeloze maakt zich stinkende, en doet zich schaamte aan.

  • 11Ik zeide in mijn haasten: Alle mensen zijn leugenaars.

  • Ps 119:42-43
    2 verzen
    71%

    42Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

    43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • 6Uw woning is in het midden van bedrog; door bedrog weigeren zij Mij te kennen, spreekt de HEERE.

  • 7Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij ijdelijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.

  • 1Een psalm van David! Doe mij recht, HEERE! want ik wandel in mijn oprechtigheid; en ik vertrouw op den HEERE, ik zal niet wankelen.

  • 16Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel:

  • 1Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  • 5Opdat niet mijn vijand zegge: Ik heb hem overmocht; mijn tegenpartijders zich verheugen, wanneer ik zou wankelen.

  • 22Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.

  • 5Zo ik met ijdelheid omgegaan heb, en mijn voet gesneld heeft tot bedriegerij;

  • 7Wie bedrog pleegt, zal binnen mijn huis niet blijven; die leugenen spreekt, zal voor mijn ogen niet bevestigd worden.

  • 1Op U, o HEERE! betrouw ik; laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid.

  • 6Zij zien ijdelheid en leugenachtige voorzegging, die daar zeggen: De HEERE heeft gesproken, daar de HEERE hen niet gezonden heeft; en zij geven hope van het woord te zullen bevestigen.

  • 4Vertrouwt niet op valse woorden, zeggende: Des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, zijn deze!

  • 69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.

  • 104Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.

  • 70%

    8De Heere HEERE heeft gezworen bij Zichzelf (spreekt de HEERE, de God der heerscharen): Ik heb een gruwel van Jakobs hovaardij, en Ik haat zijn paleizen; daarom zal Ik de stad en haar volheid overleveren.

  • 8Doch op U zijn mijn ogen, HEERE, Heere! op U betrouw ik, ontbloot mijn ziel niet.

  • 17En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.

  • 21Want ons hart is in Hem verblijd, omdat wij op den Naam Zijner heiligheid vertrouwen.

  • 16Ik versmaad ze, ik zal toch in der eeuwigheid niet leven; houd op van mij, want mijn dagen zijn ijdelheid.