Psalmen 119:70

Statenvertaling (States Bible)

Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 17:10 : 10 Met hun vet besluiten zij zich, met hun mond spreken zij hovaardelijk.
  • Jes 6:10 : 10 Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze.
  • Hand 28:27 : 27 Want het hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en Ik hen geneze.
  • Ps 119:16 : 16 Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
  • Ps 119:35 : 35 Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
  • Ps 40:8 : 8 Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.
  • Ps 73:7 : 7 Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen des harten te boven.
  • Rom 7:22 : 22 Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.

  • 7Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen des harten te boven.

  • 8Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.

  • 174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

  • Ps 119:77-78
    2 verzen
    73%

    77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

    78Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.

  • 10Met hun vet besluiten zij zich, met hun mond spreken zij hovaardelijk.

  • 47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.

  • 11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • 72%

    142Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.

    143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.

  • Ps 119:34-36
    3 verzen
    71%

    34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

    35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.

    36Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.

  • 16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • 20De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.

  • 70%

    111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.

    112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.

    113Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.

  • 22Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;

  • 70%

    162Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.

    163Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.

  • 70%

    158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.

    159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • Ps 119:71-72
    2 verzen
    70%

    71Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.

    72De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver.

  • 97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.

  • Ps 119:28-29
    2 verzen
    70%

    28Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord.

    29Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.

  • 127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.

  • 150Die kwade praktijken najagen, genaken mij, zij wijken verre van Uw wet.

  • 14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.

  • 80Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.

  • 69%

    119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

    120Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.

  • 140Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.

  • 167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.

  • 51De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken.

  • 165Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.

  • 32Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.

  • 31De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen.

  • 92Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan.

  • 3Zij verblijden den koning met hun boosheid, en de vorsten met hun leugenen.

  • 74Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.

  • 85De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet.

  • 53Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.

  • 20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.

  • 2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

  • 24Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.