Spreuken 4:25

Statenvertaling (States Bible)

Laat uw ogen rechtuit zien, en uw oogleden zich recht voor u heen houden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 23:33 : 33 Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.
  • Matt 6:22 : 22 De kaars des lichaams is het oog; indien dan uw oog eenvoudig is, zo zal uw gehele lichaam verlicht wezen;
  • Ps 119:37 : 37 Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 4:26-27
    2 verzen
    83%

    26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.

    27Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.

  • Spr 4:23-24
    2 verzen
    79%

    23Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.

    24Doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid der lippen verre van u.

  • Spr 4:20-21
    2 verzen
    79%

    20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.

    21Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten.

  • 37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.

  • 25Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.

  • 12Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

  • 4Laat uw ogen geen slaap toe, noch uw oogleden sluimering.

  • 21Mijn zoon! laat ze niet afwijken van uw ogen; bewaar de bestendige wijsheid en bedachtzaamheid.

  • 33Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.

  • 15Want dan zult gij uw aangezicht opheffen uit de gebreken, en zult vast wezen, en niet vrezen.

  • 26Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

  • 2Laat mijn recht van voor Uw aangezicht uitgaan, laat Uw ogen de billijkheden aanschouwen.

  • 3De ogen des HEEREN zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden.

  • 1Ik heb een verbond gemaakt met mijn ogen; hoe zou ik dan acht gegeven hebben op een maagd?

  • 12In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen.

  • 25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • 21Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.

  • Luk 11:34-35
    2 verzen
    72%

    34De kaars des lichaams is het oog: wanneer dan uw oog eenvoudig is, zo is ook uw gehele lichaam verlicht; maar zo het boos is, zo is ook uw gehele lichaam duister.

    35Zie dan toe, dat niet het licht, hetwelk in u is, duisternis zij.

  • 15Samech. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na.

  • 22De kaars des lichaams is het oog; indien dan uw oog eenvoudig is, zo zal uw gehele lichaam verlicht wezen;

  • 15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • 20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 17Uw ogen zullen den Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.

  • 23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.

  • 13En maakt rechte paden voor uw voeten, opdat hetgeen kreupel is, niet verdraaid worde, maar dat het veelmeer genezen worde.

  • 13Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • 4Hebt Gij vleselijke ogen, ziet Gij, gelijk een mens ziet?

  • 29Indien dan uw rechteroog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.

  • 2Bewaar mijn geboden, en leef, en mijn wet als den appel uwer ogen.

  • 4En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen.

  • 16Houd u bijeen, o zwaard! keer u rechtsom, schik u, keer u linksom, waarhenen uw aangezicht gesteld is.

  • 21En uw oren zullen horen het woord desgenen, die achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt in denzelven; als gij zoudt afwijken ter rechterhand of ter linkerhand.

  • 2Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.

  • 23Zijt naarstig, om het aangezicht uwer schapen te kennen; zet uw hart op de kudden.

  • 34En gij zult onzinnig zijn, vanwege het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.

  • Spr 3:6-7
    2 verzen
    71%

    6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.

    7Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade.

  • 29Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.

  • 15Ain. Mijn ogen zijn geduriglijk op den HEERE, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren.

  • 3HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.

  • 18Opdat het de HEERE niet zie, en het kwaad zij in Zijn ogen en Hij Zijn toorn van hem afkere.

  • 3En de ogen dergenen, die zien, zullen niet terugzien, en de oren dergenen, die horen, zullen opmerken.

  • 7Zo mijn gang uit den weg geweken is, en mijn hart mijn ogen nagevolgd is, en aan mijn handen iets aankleeft;

  • 3Ik zal geen Belials-stuk voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven.

  • 9Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht.