Spreuken 6:25

Statenvertaling (States Bible)

Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Kon 9:30 : 30 En Jehu kwam te Jizreel. Als Izebel dat hoorde, zo blankette zij haar aangezicht, en versierde haar hoofd, en keek ten venster uit.
  • Matt 5:28 : 28 Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.
  • Jak 1:14-15 : 14 Maar een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt. 15 Daarna de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en de zonde voleindigd zijnde baart den dood.
  • 2 Sam 11:2-5 : 2 Zo geschiedde het tegen den avondtijd, dat David van zijn leger opstond, en wandelde op het dak van het koningshuis, en zag van het dak een vrouw, zich wassende; deze vrouw nu was zeer schoon van aanzien. 3 En David zond henen, en ondervraagde naar deze vrouw; en men zeide: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de huisvrouw van Uria, den Hethiet? 4 Toen zond David boden henen, en liet haar halen. En als zij tot hem ingekomen was, lag hij bij haar, (zij nu had zich van haar onreinigheid gezuiverd), daarna keerde zij weder naar haar huis. 5 En die vrouw werd zwanger; zo zond zij henen, en liet David weten, en zeide: Ik ben zwanger geworden.
  • Jes 3:16 : 16 Verder zegt de HEERE: Daarom dat de dochteren van Sion zich verheffen, en gaan met uitgestrekten hals, en lonken met de ogen, al gaande en trippelende daarhenen treden, en alsof haar voeten gebonden waren.
  • Hoogl 4:9 : 9 Gij hebt Mij het hart genomen, Mijn zuster, o bruid! gij hebt Mij het hart genomen, met een van uw ogen, met een keten van uw hals.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 24Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

  • Spr 6:26-27
    2 verzen
    82%

    26Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

    27Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?

  • 25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • Spr 5:18-20
    3 verzen
    80%

    18Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd;

    19Een zeer liefelijke hinde, en een aangenaam steengeitje; laat u haar borsten te allen tijd dronken maken; dool steeds in haar liefde.

    20En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?

  • Spr 7:5-6
    2 verzen
    79%

    5Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.

    6Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit;

  • Spr 5:8-9
    2 verzen
    79%

    8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

    9Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;

  • Matt 5:27-28
    2 verzen
    78%

    27Gij hebt gehoord, dat van de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen.

    28Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.

  • 6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

  • 16Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;

  • 33Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.

  • 25Laat uw ogen rechtuit zien, en uw oogleden zich recht voor u heen houden.

  • 11En gij onder de gevangenen zult zien een vrouw, schoon van gedaante, en gij lust tot haar gekregen zult hebben, dat gij ze u ter vrouwe neemt;

  • Spr 7:21-22
    2 verzen
    75%

    21Zij bewoog hem door de veelheid van haar onderricht, zij dreef hem aan door het gevlei harer lippen.

    22Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.

  • Spr 5:2-3
    2 verzen
    75%

    2Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.

    3Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.

  • 29Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.

  • 4Laat uw ogen geen slaap toe, noch uw oogleden sluimering.

  • 6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

  • 26En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.

  • 32Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet;

  • 21Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten.

  • 32O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.

  • 30Schin. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden.

  • 18En gij zult geen overspel doen.

  • Spr 23:26-27
    2 verzen
    73%

    26Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

    27Want een hoer is een diepe gracht, en een vreemde vrouw is een enge put.

  • 1Ik heb een verbond gemaakt met mijn ogen; hoe zou ik dan acht gegeven hebben op een maagd?

  • 10Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

  • 14Gij zult niet echtbreken.

  • 3Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen.

  • 3Welker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is, bestaande in het vlechten des haars, en omhangen van goud, of van klederen aan te trekken;

  • 5Wend uw ogen van Mij af, want zij doen Mij geweld aan; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van Gilead afscheren.

  • 22Een schone vrouw, die van rede afwijkt, is een gouden bagge in een varkenssnuit.

  • 10En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede;

  • 6Eet het brood niet desgenen, die boos is van oog, en wees niet belust op zijn smakelijke spijzen;

  • 12Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

  • 9Gij hebt Mij het hart genomen, Mijn zuster, o bruid! gij hebt Mij het hart genomen, met een van uw ogen, met een keten van uw hals.

  • 11Hoor, o Dochter! en zie, en neig uw oor; en vergeet uw volk en uws vaders huis.

  • 16Wanneer nu iemand een maagd verlokt, die niet ondertrouwd is, en hij ligt bij haar, die zal haar zonder uitstel een bruidschat geven, dat zij hem ter vrouwe zij.

  • 9Zo mijn hart verlokt is geweest tot een vrouw, of ik aan mijns naasten deur geloerd heb;