Spreuken 6:24

Statenvertaling (States Bible)

Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 2:16 : 16 Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;
  • Spr 5:3 : 3 Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.
  • Spr 7:5 : 5 Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.
  • Pred 7:26 : 26 En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 7:5-6
    2 verzen
    89%

    5Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.

    6Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit;

  • Spr 2:16-17
    2 verzen
    88%

    16Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;

    17Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet;

  • Spr 6:25-27
    3 verzen
    86%

    25Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.

    26Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

    27Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?

  • 20En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?

  • Spr 5:2-4
    3 verzen
    80%

    2Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.

    3Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.

    4Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.

  • Spr 4:5-6
    2 verzen
    79%

    5Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.

    6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

  • Spr 5:6-9
    4 verzen
    79%

    6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

    7Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.

    8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

    9Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;

  • 24Doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid der lippen verre van u.

  • Spr 2:11-12
    2 verzen
    78%

    11Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;

    12Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;

  • 25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • 14De mond der vreemde vrouwen is een diepe gracht; op welken de HEERE vergramd is, zal daarin vallen.

  • 13Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?

  • 21Zij bewoog hem door de veelheid van haar onderricht, zij dreef hem aan door het gevlei harer lippen.

  • 26En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.

  • 27Want een hoer is een diepe gracht, en een vreemde vrouw is een enge put.

  • 33Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.

  • 5Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.

  • Spr 6:20-23
    4 verzen
    73%

    20Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.

    21Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals.

    22Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken.

    23Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;

  • Spr 4:13-15
    3 verzen
    73%

    13Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven.

    14Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

    15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • 3Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen.

  • 12Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

  • 32O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.

  • 25Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

  • 16Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden.

  • 20Alzo is de weg ener overspelige vrouw; zij eet en wist haar mond, en zegt: Ik heb geen ongerechtigheid gewrocht!

  • 20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 10Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

  • 15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  • 5Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.

  • 29Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.

  • 18Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.

  • 2Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.

  • 26Pe. Zij doet haar mond open met wijsheid; en op haar tong is leer der goeddadigheid.

  • 13Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed, en pand hem voor een onbekende vrouw.