Psalmen 34:13

Statenvertaling (States Bible)

Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Petr 2:22 : 22 Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden;
  • Jak 1:26 : 26 Indien iemand onder u dunkt, dat hij godsdienstig is, en hij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart verleidt, dezes godsdienst is ijdel.
  • Jak 3:2 : 2 Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden.
  • Jak 3:5-9 : 5 Alzo is ook de tong een klein lid, en roemt nochtans grote dingen. Ziet, een klein vuur, hoe groten hoop houts het aansteekt. 6 De tong is ook een vuur, een wereld der ongerechtigheid; alzo is de tong onder onze leden gesteld, welke het gehele lichaam besmet, en ontsteekt het rad onzer geboorte, en wordt ontstoken van de hel. 7 Want alle natuur, beide der wilde dieren en der vogelen, beide der kruipende en der zeedieren, wordt getemd en is getemd geweest van de menselijke natuur. 8 Maar de tong kan geen mens temmen; zij is een onbedwingelijk kwaad, vol van dodelijk venijn. 9 Door haar loven wij God en den Vader, en door haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn. 10 Uit denzelfden mond komt voort zegening en vervloeking. Dit moet, mijn broeders, alzo niet geschieden.
  • Ps 141:3 : 3 HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.
  • 1 Petr 2:1 : 1 Zo legt dan af alle kwaadheid, en alle bedrog, en geveinsdheid, en nijdigheid, en alle achterklappingen;
  • Ps 39:1 : 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun.
  • Ps 55:11 : 11 Dag en nacht omringen zij haar op haar muren; en ongerechtigheid en overlast is binnen in haar.
  • Opb 14:4-5 : 4 Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen Gode en het Lam. 5 En in hun mond is geen bedrog gevonden; want zij zijn onberispelijk voor den troon van God.
  • Spr 12:7 : 7 De goddelozen worden omgekeerd, dat zij niet meer zijn; maar het huis der rechtvaardigen zal bestaan.
  • Spr 12:19 : 19 Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik.
  • Spr 12:22 : 22 Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.
  • Spr 13:3 : 3 Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn lippen wijd opendoet.
  • Spr 18:21 : 21 Dood en leven zijn in het geweld der tong; en een ieder, die ze liefheeft, zal haar vrucht eten.
  • Spr 19:9 : 9 Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal vergaan.
  • Spr 21:23 : 23 Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden.
  • Jes 63:8 : 8 Want Hij zeide: Zij zijn immers Mijn volk, kinderen, die niet liegen zullen? Alzo is Hij hun geworden tot een Heiland.
  • Matt 12:35-37 : 35 De goede mens brengt goede dingen voort uit den goede schat des harten, en de boze mens brengt boze dingen voort uit den boze schat. 36 Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels. 37 Want uit uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en uit uw woorden zult gij veroordeeld worden.
  • Kol 3:9 : 9 Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken,
  • Jak 1:19 : 19 Zo dan, mijn geliefde broeders, een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 86%

    10Want wie het leven wil liefhebben, en goede dagen zien, die stille zijn tong van het kwaad, en zijn lippen, dat zij geen bedrog spreken;

    11Die wijke af van het kwade, en doe het goede; die zoeke vrede en jage denzelven na.

  • 14Nun. Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken.

  • 4Indien mijn lippen onrecht zullen spreken, en indien mijn tong bedrog zal uitspreken!

  • 24Doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid der lippen verre van u.

  • 19Uw mond slaat gij in het kwade, en uw tong koppelt bedrog.

  • 23Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden.

  • 3Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.

  • 12Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;

  • Ps 52:2-4
    3 verzen
    76%

    2Als Doeg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimelech.

    3Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag.

    4Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog.

  • 24Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

  • 3HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.

  • 3Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn lippen wijd opendoet.

  • 4De boosdoener merkt op de ongerechtige lip; een leugenaar neigt het oor tot de verkeerde tong.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun.

  • 18HEERE! laat mij niet beschaamd worden, want ik roep U aan; laat de goddelozen beschaamd worden, laat hen zwijgen in het graf.

  • 12Lamed. Komt, gij, kinderen! hoort naar mij! ik zal u des HEEREN vreze leren.

  • 3Die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezellen geen kwaad doet, en geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste;

  • 4De medicijn der tong is een boom des levens; maar de verkeerdheid in dezelve is een breuk in den geest.

  • 7Zijn mond is vol van vloek, en bedriegerijen, en list; onder zijn tong is moeite en ongerechtigheid.

  • Spr 10:18-19
    2 verzen
    74%

    18Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.

    19In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen wederhoudt, is kloek verstandig.

  • 27Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid.

  • 7Want Mijn gehemelte zal de waarheid bedachtelijk uitspreken, en de goddeloosheid is Mijn lippen een gruwel.

  • 20Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.

  • Ps 120:2-3
    2 verzen
    74%

    2O HEERE! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.

    3Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen?

  • 5Want uw mond leert uw ongerechtigheid, en gij hebt de tong der arglistigen verkoren.

  • 2Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.

  • Spr 10:31-32
    2 verzen
    74%

    31De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.

    32De lippen des rechtvaardigen weten wat welgevallig is; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid.

  • 22Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.

  • 27Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.

  • 7Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?

  • Job 20:12-13
    2 verzen
    73%

    12Indien het kwaad in zijn mond zoet is, hij dat verbergt, onder zijn tong,

    13Hij dat spaart, en hetzelve niet verlaat, maar dat in het midden van zijn gehemelte inhoudt;

  • 13Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.

  • Spr 12:19-20
    2 verzen
    73%

    19Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik.

    20Bedrog is in het hart dergenen, die kwaad smeden; maar degenen die vrede raden, hebben blijdschap.

  • 2Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.

  • 34Gij adderengebroedsels! hoe kunt gij goede dingen spreken, daar gij boos zijt? want uit den overvloed des harten spreekt de mond.

  • 18Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.

  • 28Wees niet zonder oorzaak getuige tegen uw naaste; want zoudt gij verleiden met uw lip?

  • 13In de overtreding der lippen is de strik des bozen; maar de rechtvaardige zal uit de benauwdheid uitkomen.

  • 17De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart.

  • 13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • 13Die kwaad voor goed vergeldt, het kwaad zal van zijn huis niet wijken.

  • 15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.