Spreuken 15:18
Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.
Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
22Een toornig man verwekt gekijf; en de grammoedige is veelvoudig in overtreding.
23De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.
1Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.
29De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.
17Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.
14Het begin des krakeels is gelijk een, die het water opening geeft; daarom verlaat den twist, eer hij zich vermengt.
32De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt.
28Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.
29Een man des gewelds verlokt zijn naaste, en hij leidt hem in een weg, die niet goed is.
17Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij.
21De dove kool is om de vurige kool, en het hout om het vuur; alzo is een kijfachtig man, om twist te ontsteken.
2De schrik des konings is als het brullen eens jongen leeuws; die zich tegen hem vergramt, zondigt tegen zijn ziel.
3Het is eer voor een man, van twist af te blijven; maar ieder dwaas zal er zich in mengen.
11Het verstand des mensen vertrekt zijn toorn; en zijn sieraad is de overtreding voorbij te gaan.
25Die grootmoedig is, verwekt gekijf; maar die op den HEERE vertrouwt, zal vet worden.
14Een gift in het verborgene houdt den toorn onder, en een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid.
19Zo dan, mijn geliefde broeders, een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn;
20Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet.
19Die het gekijf liefheeft, heeft de overtreding lief; die zijn deur verhoogt, zoekt verbreking.
14De grimmigheid des konings is als de boden des doods; maar een wijs man zal die verzoenen.
9Zijt niet haastig in uw geest om te toornen; want de toorn rust in den boezem der dwazen.
8He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen.
19De weg des luiaards is als een doornheg; maar het pad der oprechten is wel gebaand.
24Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;
1Een droge bete, en rust daarbij, is beter, dan een huis vol van geslachte beesten met twist.
33Want de drukking der melk brengt boter voort, en de drukking van den neus brengt bloed voort, en de drukking des toorns brengt twist voort.
17De voorbijgaande, die zich vertoornt in een twist, die hem niet aangaat, is gelijk die een hond bij de oren grijpt.
18Gelijk een, die zich veinst te razen, die vuursprankelen, pijlen en dodelijke dingen werpt;
19Die groot is van grimmigheid, zal straf dragen; want zo gij hem uitredt, zo zult gij nog moeten voortvaren.
12Haat verwekt krakelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe.
10Drijf den spotter uit, en het gekijf zal weggaan, en het geschil met de schande zal ophouden.
8Spotdrijvende lieden blazen een stad aan brand; maar de wijzen keren den toorn af.
9Een wijs man, met een dwaas man in rechten zich begeven hebbende, hetzij dat hij beroerd is of lacht, zo is er toch geen rust.
26Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid;
19Een broeder is wederspanniger dan een sterke stad; en de geschillen zijn als een grendel van een paleis.
10Door hovaardigheid maakt men niet dan gekijf; maar bij de beradenen is wijsheid.
4Grimmigheid en overloping van toorn is wreedheid; maar wie zal voor nijdigheid bestaan?
2Want den dwaze brengt de toornigheid om, en de ijver doodt den slechte.
16De toorn des dwazen wordt ten zelven dage bekend; maar die kloekzinnig is, bedekt de schande.
6De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen.
13Een zotte zoon is zijn vader grote ellende; en de kijvingen ener vrouw als een gestadig druipen.
30Twist met een mens niet zonder oorzaak, zo hij u geen kwaad gedaan heeft.
27Wie wetenschap weet, houdt zijn woorden in; en een man van verstand is kostelijk van geest.
8Vaar niet haastelijk voort om te twisten, opdat gij misschien in het laatste daarvan niet wat doet, als uw naaste u zou mogen beschaamd hebben.
34Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.
15Een overste wordt door lankmoedigheid overreed; en een zachte tong breekt het gebeente.
3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.