Spreuken 28:25

Statenvertaling (States Bible)

Die grootmoedig is, verwekt gekijf; maar die op den HEERE vertrouwt, zal vet worden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 15:18 : 18 Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.
  • Spr 11:25 : 25 De zegenende ziel zal vet gemaakt worden; en die bevochtigt, zal ook zelf een vroege regen worden.
  • Spr 13:4 : 4 De ziel des luiaards is begerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden.
  • 1 Tim 6:6 : 6 Doch de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging.
  • Spr 13:10 : 10 Door hovaardigheid maakt men niet dan gekijf; maar bij de beradenen is wijsheid.
  • Ps 84:12 : 12 Want God, de HEERE, is een Zon en Schild; de HEERE zal genade en eer geven; Hij zal het goede niet onthouden dengenen, die in oprechtheid wandelen. [ (Psalms 84:13) HEERE der heirscharen! welgelukzalig is de mens, die op U vertrouwt. ]
  • Spr 10:12 : 12 Haat verwekt krakelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe.
  • Spr 15:30 : 30 Het licht der ogen verblijdt het hart; een goed gerucht maakt het gebeente vet.
  • Spr 21:24 : 24 Die een hovaardig pocher is, zijn naam is spotter; hij gaat met hovaardige verbolgenheid te werk.
  • Spr 22:10 : 10 Drijf den spotter uit, en het gekijf zal weggaan, en het geschil met de schande zal ophouden.
  • Spr 29:22 : 22 Een toornig man verwekt gekijf; en de grammoedige is veelvoudig in overtreding.
  • Spr 29:25 : 25 De siddering des mensen legt een strik; maar die op den HEERE vertrouwt, zal in een hoog vertrek gesteld worden.
  • Jes 58:11 : 11 En de HEERE zal u geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.
  • Jer 17:7-8 : 7 Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is! 8 Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 26Die op zijn hart vertrouwt, die is een zot; maar die in wijsheid wandelt, die zal ontkomen.

  • Spr 11:28-29
    2 verzen
    76%

    28Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar de rechtvaardigen zullen groenen als loof.

    29Wie zijn huis beroert, zal wind erven; en de dwaas zal een knecht zijn desgenen, die wijs van hart is.

  • Spr 29:22-23
    2 verzen
    75%

    22Een toornig man verwekt gekijf; en de grammoedige is veelvoudig in overtreding.

    23De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.

  • 18Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.

  • 4En Hij heeft een nieuw lied in mijn mond gegeven, een lofzang onzen Gode; velen zullen het zien, en vrezen, en op den HEERE vertrouwen.

  • 25De siddering des mensen legt een strik; maar die op den HEERE vertrouwt, zal in een hoog vertrek gesteld worden.

  • 7God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela.

  • Spr 17:19-20
    2 verzen
    73%

    19Die het gekijf liefheeft, heeft de overtreding lief; die zijn deur verhoogt, zoekt verbreking.

    20Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.

  • Spr 28:19-20
    2 verzen
    72%

    19Die zijn land bouwt, zal met brood verzadigd worden; maar die ijdele mensen volgt, zal met armoede verzadigd worden.

    20Een gans getrouw man zal veelvoudig zijn in zegeningen; maar die haastig is, om rijk te worden, zal niet onschuldig wezen.

  • Spr 14:29-31
    3 verzen
    72%

    29De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.

    30Een gezond hart is het leven des vleses; maar nijd is verrotting der beenderen.

    31Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem.

  • 27Die gierigheid pleegt, beroert zijn huis; maar die geschenken haat, zal leven.

  • Spr 16:18-20
    3 verzen
    72%

    18Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val.

    19Het is beter nederig van geest te zijn met de zachtmoedigen, dan roof te delen met de hovaardigen.

    20Die op het woord verstandelijk let, zal het goede vinden; en die op den HEERE vertrouwt, is welgelukzalig.

  • 3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

  • 14Welgelukzalig is de mens, die geduriglijk vreest; maar die zijn hart verhardt, zal in het kwaad vallen.

  • 10Door hovaardigheid maakt men niet dan gekijf; maar bij de beradenen is wijsheid.

  • 24Die een hovaardig pocher is, zijn naam is spotter; hij gaat met hovaardige verbolgenheid te werk.

  • 16Die den arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen, en den rijke geeft, komt zekerlijk tot gebrek.

  • 8Die zijn goed vermeerdert met woeker en met overwinst, vergadert dat voor dengene, die zich des armen ontfermt.

  • Spr 28:10-11
    2 verzen
    71%

    10Die de oprechten doet dwalen op een kwaden weg, zal zelf in zijn gracht vallen; maar de vromen zullen het goede beerven.

    11Een rijk man is wijs in zijn ogen; maar de arme, die verstandig is, doorzoekt hem.

  • 5Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!

  • 5Al wie hoog is van hart, is den HEERE een gruwel; hand aan hand, zal hij niet onschuldig zijn.

  • 6De arme, wandelende in zijn oprechtheid, is beter, dan die verkeerd is van wegen, al is hij rijk.

  • 28Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.

  • 6Waarom zou ik vrezen in kwade dagen, als de ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?

  • 24Wie zijn vader of zijn moeder berooft, en zegt: Het is geen overtreding; die is des verdervenden mans gezel.

  • 25Bekommernis in het hart des mensen buigt het neder; maar een goed woord verblijdt het.

  • 22Die zich haast naar goed, is een man van een boos oog; maar hij weet niet, dat het gebrek hem overkomen zal.

  • 7Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.

  • 17Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.

  • 12Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.

  • 16Beter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat, en onrust daarbij.

  • 10Immers zijn de gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid.

  • 26Den gansen dag begeert hij begeerlijke dingen; maar de rechtvaardige zal geven, en niet inhouden.

  • 3Want de goddeloze roemt over den wens zijner ziel; hij zegent den gierigaard, hij lastert den HEERE.

  • 7Er is een, die zichzelven rijk maakt, en niet met al heeft, en een, die zichzelven arm maakt, en heeft veel goed.

  • 10Met hun vet besluiten zij zich, met hun mond spreken zij hovaardelijk.

  • 4De ziel des luiaards is begerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden.

  • 27Omdat hij zijn aangezicht met zijn vet bedekt heeft, en rimpelen gemaakt om de weekdarmen;

  • 16Een vorst, die van alle verstand gebrek heeft, is ook veelvoudig in verdrukkingen; maar die de gierigheid haat, zal de dagen verlengen.

  • 23De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.

  • 14Die afkerig van hart is, zal van zijn wegen verzadigd worden; maar een goed man van zichzelven.