Psalmen 37:7

Statenvertaling (States Bible)

Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 27:14 : 14 Wacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op den HEERE.
  • Ps 40:1 : 1 Davids psalm, voor den opperzangmeester.
  • Spr 20:22 : 22 Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op den HEERE, en Hij zal u verlossen.
  • Jer 12:1 : 1 Gij zoudt rechtvaardig zijn, o HEERE! wanneer ik tegen U zou twisten; ik zal nochtans van Uw oordelen met U spreken; waarom is der goddelozen weg voorspoedig, waarom hebben zij rust, allen, die trouwelooslijk trouweloosheid bedrijven?
  • Ps 62:1 : 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.
  • Ps 62:5 : 5 Zij raadslagen slechts, om hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met hun mond zegenen zij; maar met hun binnenste vloeken zij. Sela.
  • Ps 73:3-9 : 3 Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede. 4 Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris. 5 Zij zijn niet in de moeite als andere mensen, en worden met andere mensen niet geplaagd. 6 Daarom omringt hen de hovaardij als een keten; het geweld bedekt hen als een gewaad. 7 Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen des harten te boven. 8 Zij mergelen de lieden uit, en spreken boselijk van verdrukking; zij spreken uit de hoogte. 9 Zij zetten hun mond tegen den hemel, en hun tong wandelt op de aarde. 10 Daarom keert zich Zijn volk hiertoe, als hun wateren eens vollen bekers worden uitgedrukt, 11 Dat zij zeggen: Hoe zou het God weten, en zou er wetenschap zijn bij den Allerhoogste? 12 Ziet, dezen zijn goddeloos; nochtans hebben zij rust in de wereld; zij vermenigvuldigen het vermogen. 13 Immers heb ik tevergeefs mijn hart gezuiverd, en mijn handen in onschuld gewassen. 14 Dewijl ik den gansen dag geplaagd ben, en mijn straffing is er alle morgens.
  • Jes 30:15 : 15 Want alzo zegt de Heere HEERE, de Heilige Israels: Door wederkering en rust zoudt gijlieden behouden worden, in stilheid en in vertrouwen zou uw sterkte zijn; doch gij hebt niet gewild.
  • Klaagl 3:25-26 : 25 Teth. De HEERE is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt. 26 Teth. Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN.
  • Hab 2:3 : 3 Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.
  • Gal 6:9 : 9 Doch laat ons, goed doende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen.
  • Heb 10:36-37 : 36 Want gij hebt lijdzaamheid van node, opdat gij, den wil van God gedaan hebbende, de beloftenis moogt wegdragen; 37 Want: Nog een zeer weinig tijds en Hij, Die te komen staat, zal komen, en niet vertoeven.
  • Jak 5:7-9 : 7 Zo zijt dan lankmoedig, broeders, tot de toekomst des Heeren. Ziet, de landman verwacht de kostelijke vrucht des lands, lankmoedig zijnde over dezelve, totdat het den vroegen en spaden regen zal hebben ontvangen. 8 Weest gij ook lankmoedig, versterkt uw harten; want de toekomst des Heeren genaakt. 9 Zucht niet tegen elkander, broeders, opdat gij niet veroordeeld wordt; ziet, de Rechter staat voor de deur. 10 Mijn broeders, neemt tot een voorbeeld des lijdens, en der lankmoedigheid de profeten, die in den Naam des Heeren gesproken hebben. 11 Ziet, wij houden hen gelukzalig, die verdragen; gij hebt de verdraagzaamheid van Job gehoord, en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.
  • Opb 13:3-9 : 3 En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest. 4 En zij aanbaden den draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? wie kan krijg voeren tegen hetzelve? 5 En hetzelve werd een mond gegeven, om grote dingen en gods lasteringen te spreken; en hetzelve werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden. 6 En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in den hemel wonen. 7 En hetzelve werd macht gegeven, om den heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk. 8 En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld. 9 Indien iemand oren heeft, die hore. 10 Indien iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis; indien iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen.
  • Dan 11:36 : 36 En die koning zal doen naar zijn welgevallen, en hij zal zichzelven verheffen, en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der goden wonderlijke dingen spreken; en hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden.
  • Jona 1:11 : 11 Voorts zeiden zij tot hem: Wat zullen wij u doen, opdat de zee stil worde van ons? Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger.
  • Pred 5:8 : 8 Het voordeel des aardrijks is voor allen: de koning zelfs wordt van het veld gediend.
  • Jes 8:17 : 17 Daarom zal ik den Heere verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal Hem verwachten.
  • Jes 10:13-14 : 13 Omdat hij gezegd heeft: Door de kracht mijner hand heb ik het gedaan, en door mijn wijsheid, want ik ben verstandig; en ik heb de landpalen der volken weggenomen, en heb hun voorraad geroofd, en heb als een geweldige de inwoners doen nederdalen; 14 En mijn hand heeft gevonden het vermogen der volken, als een nest, en ik heb het ganse aardrijk samengeraapt, gelijk men de eieren die verlaten zijn, samenraapt; en er is niemand geweest, die een vleugel verroerde, of den bek opendeed, of piepte.
  • Ps 50:8 : 8 Om uw offeranden zal Ik u niet straffen, want uw brandofferen zijn steeds voor Mij.
  • Job 21:7-9 : 7 Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden geweldig in vermogen? 8 Hun zaad is bestendig met hen voor hun aangezicht, en hun spruiten zijn voor hun ogen. 9 Hun huizen hebben vrede zonder vreze, en de roede Gods is op hen niet. 10 Zijn stier bespringt, en mist niet; zijn koe kalft, en misdraagt niet. 11 Hun jonge kinderen zenden zij uit als een kudde, en hun kinderen huppelen. 12 Zij heffen op met de trommel en de harp, en zij verblijden zich op het geluid des orgels. 13 In het goede verslijten zij hun dagen; en in een ogenblik dalen zij in het graf. 14 Nochtans zeggen zij tot God: Wijk van ons, want aan de kennis Uwer wegen hebben wij geen lust. 15 Wat is de Almachtige, dat wij Hem zouden dienen? En wat baat zullen wij hebben, dat wij Hem aanlopen zouden? 16 Doch ziet, hun goed is niet in hun hand; de raad der goddelozen is verre van mij. 17 Hoe dikwijls geschiedt het, dat de lamp der goddelozen uitgeblust wordt, en hun verderf hun overkomt; dat God hun smarten uitdeelt in Zijn toorn! 18 Dat zij gelijk stro worden voor den wind, en gelijk kaf, dat de wervelwind wegsteelt; 19 Dat God Zijn geweld weglegt, voor Zijn kinderen, hem vergeldt, dat hij het gewaar wordt; 20 Dat zijn ogen zijn ondergang zien, en hij drinkt van de grimmigheid des Almachtigen! 21 Want wat lust zou hij na zich aan zijn huis hebben, als het getal zijner maanden afgesneden is? 22 Zal men God wetenschap leren, daar Hij de hogen richt? 23 Deze sterft in de kracht zijner volkomenheid, daar hij gans stil en gerust was; 24 Zijn melkvaten waren vol melk, en het merg zijner benen was bevochtigd. 25 De ander daarentegen sterft met een bittere ziel, en hij heeft van het goede niet gegeten. 26 Zij liggen te zamen neder in het stof, en het gewormte overdekt ze. 27 Ziet, ik weet ulieder gedachten, en de boze verdichtselen, waarmede gij tegen mij geweld doet. 28 Want gij zult zeggen: Waar is het huis van den prins, en waar is de tent van de woningen der goddelozen? 29 Hebt gijlieden niet gevraagd de voorbijgaanden op den weg, en kent gij hun tekenen niet? 30 Dat de boze onttrokken wordt ten dage des verderfs; dat zij ten dage der verbolgenheden ontvoerd worden. 31 Wie zal hem in het aangezicht zijn weg vertonen? Als hij wat doet, wie zal hem vergelden? 32 Eindelijk wordt hij naar de graven gebracht, en is gedurig in den aardhoop. 33 De kluiten des dals zijn hem zoet, en hij trekt na zich alle mensen; en dergenen, die voor hem geweest zijn, is geen getal. 34 Hoe vertroost gij mij dan met ijdelheid, dewijl in uw antwoorden overtreding overig is?
  • Joz 10:12 : 12 Toen sprak Jozua tot den HEERE, ten dage als de HEERE de Amorieten voor het aangezicht de kinderen Israels overgaf, en zeide voor de ogen der Israelieten: Zon, sta stil te Gibeon, en gij, maan, in het dal van Ajalon!

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 37:8-12
    5 verzen
    87%

    8He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen.

    9Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten.

    10Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.

    11De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede.

    12Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden.

  • Ps 37:1-6
    6 verzen
    81%

    1Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen.

    2Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen.

    3Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.

    4En verlustig u in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten.

    5Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken;

    6En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.

  • Ps 37:32-34
    3 verzen
    81%

    32Tsade. De goddeloze loert op den rechtvaardige, en zoekt hem te doden.

    33Maar de HEERE laat hem niet in zijn hand; en Hij verdoemt hem niet, als hij geoordeeld wordt.

    34Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid.

  • Spr 24:17-19
    3 verzen
    80%

    17Verblijd u niet als uw vijand valt; en als hij nederstruikelt, laat uw hart zich niet verheugen;

    18Opdat het de HEERE niet zie, en het kwaad zij in Zijn ogen en Hij Zijn toorn van hem afkere.

    19Ontsteek u niet over de boosdoeners; zijt niet nijdig over de goddelozen.

  • 14Wacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op den HEERE.

  • 17Daar houden de bozen op van beroering, en daar rusten de vermoeiden van kracht;

  • 22Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op den HEERE, en Hij zal u verlossen.

  • 7Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij ijdelijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.

  • 15Loer niet, o goddeloze! op de woning des rechtvaardigen; verwoest zijn legerplaats niet.

  • 73%

    25Teth. De HEERE is goed dengenen, die Hem verwachten, der ziele, die Hem zoekt.

    26Teth. Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN.

  • Jer 17:7-8
    2 verzen
    72%

    7Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!

    8Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.

  • 7God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela.

  • 22Zijn mond is gladder dan boter, maar zijn hart is krijg; zijn woorden zijn zachter dan olie, maar dezelve zijn blote zwaarden.

  • 13Om hem rust te geven van de kwade dagen; totdat de kuil voor den goddeloze gegraven wordt.

  • 9Zijt niet haastig in uw geest om te toornen; want de toorn rust in den boezem der dwazen.

  • 14Geniet het goede ten dage des voorspoeds, maar ten dage des tegenspoeds, zie toe; want God maakt ook den een tegenover den ander, ter oorzake dat de mens niet zou vinden iets, dat na hem zal zijn.

  • 17Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt ten allen dage in de vreze des HEEREN.

  • 71%

    3Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.

  • 4En Hij heeft een nieuw lied in mijn mond gegeven, een lofzang onzen Gode; velen zullen het zien, en vrezen, en op den HEERE vertrouwen.

  • 18En daarom zal de HEERE wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij verhoogd worden, opdat Hij Zich over ulieden ontferme, want de HEERE is een God des gerichts; welgelukzalig zijn die allen, die Hem verwachten.

  • Spr 3:29-31
    3 verzen
    71%

    29Smeed geen kwaad tegen uw naaste, aangezien hij met vertrouwen bij u woont.

    30Twist met een mens niet zonder oorzaak, zo hij u geen kwaad gedaan heeft.

    31Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen.

  • 3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

  • 27Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid.

  • 3Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden.

  • 3Want de scepter der goddeloosheid zal niet rusten op het lot der rechtvaardigen; opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken tot onrecht.

  • 7Mijn ziel! keer weder tot uw rust, want de HEERE heeft aan u welgedaan.

  • 10Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela.

  • Ps 37:16-17
    2 verzen
    70%

    16Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen.

    17Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.

  • 7De ganse aarde rust, zij is stil; zij maken groot geschal met gejuich.

  • 7En zwijgt niet stil voor Hem, totdat Hij bevestige, en totdat Hij Jeruzalem stelle tot een lof op aarde.

  • 10De goddeloze heeft veel smarten, maar die op den HEERE vertrouwt, dien zal de goedertierenheid omringen.

  • 37Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.