Psalmen 37:16

Statenvertaling (States Bible)

Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 16:8 : 8 Beter is een weinig met gerechtigheid, dan de veelheid der inkomsten zonder recht.
  • Spr 15:16-17 : 16 Beter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat, en onrust daarbij. 17 Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij.
  • 1 Tim 6:6 : 6 Doch de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging.
  • Spr 13:25 : 25 De rechtvaardige eet tot verzadiging zijner ziel toe; maar de buik der goddelozen zal gebrek hebben.
  • Spr 3:33 : 33 De vloek des HEEREN is in het huis des goddelozen; maar de woning der rechtvaardigen zal Hij zegenen.
  • Spr 30:9 : 9 Opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: Wie is de HEERE? of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele, en den Naam mijns Gods aantaste.
  • Pred 2:26 : 26 Want Hij geeft wijsheid, en wetenschap, en vreugde den mens, die goed is voor Zijn aangezicht; maar den zondaar geeft Hij bezigheid om te verzamelen en te vergaderen, opdat Hij het geve dien, die goed is voor Gods aangezicht. Dit is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
  • Pred 4:6 : 6 Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.
  • Matt 6:11 : 11 Geef ons heden ons dagelijks brood.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 8Beter is een weinig met gerechtigheid, dan de veelheid der inkomsten zonder recht.

  • 17Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.

  • 16Beter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat, en onrust daarbij.

  • 6De arme, wandelende in zijn oprechtheid, is beter, dan die verkeerd is van wegen, al is hij rijk.

  • Spr 11:4-5
    2 verzen
    76%

    4Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid; maar de gerechtigheid redt van den dood.

    5De gerechtigheid des oprechten maakt zijn weg recht; maar de goddeloze valt door zijn goddeloosheid.

  • 6In het huis des rechtvaardigen is een grote schat; maar in des goddelozen inkomst is beroerte.

  • Spr 13:6-7
    2 verzen
    75%

    6De gerechtigheid bewaart den oprechte van weg; maar de goddeloosheid zal den zondaar omkeren.

    7Er is een, die zichzelven rijk maakt, en niet met al heeft, en een, die zichzelven arm maakt, en heeft veel goed.

  • Ps 37:21-22
    2 verzen
    75%

    21Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.

    22Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden.

  • 20De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver; het hart der goddelozen is weinig waard.

  • 23De begeerte der rechtvaardigen is alleenlijk het goede; maar de verwachting der goddelozen is verbolgenheid.

  • Spr 10:2-3
    2 verzen
    74%

    2Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood.

    3De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij weg.

  • 26De rechtvaardige is voortreffelijker dan zijn naaste; maar de weg der goddelozen doet hen dwalen.

  • Ps 37:14-15
    2 verzen
    74%

    14Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hun boog gespannen, om den ellendige en nooddruftige neder te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn.

    15Hun zwaard zal in hunlieder hart gaan; en hun bogen zullen verbroken worden.

  • Spr 13:22-23
    2 verzen
    74%

    22De goede zal zijner kinders kinderen doen erven; maar het vermogen des zondaars is voor de rechtvaardige weggelegd.

    23Het ploegen der armen geeft veelheid der spijze; maar daar is een, die verteerd wordt door gebrek van oordeel.

  • 3Want de scepter der goddeloosheid zal niet rusten op het lot der rechtvaardigen; opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken tot onrecht.

  • 7De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen; maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet.

  • 19Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.

  • 28Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar de rechtvaardigen zullen groenen als loof.

  • 19De kwaden buigen voor het aangezicht der goeden neder, en de goddelozen voor de poorten des rechtvaardigen.

  • Spr 10:15-16
    2 verzen
    73%

    15Des rijken goed is een stad zijner sterkte; de armoede der geringen is hun verstoring.

    16Het werk des rechtvaardigen is ten leven; de inkomst des goddelozen is ter zonde.

  • 32De goddeloze zal heengedreven worden in zijn kwaad; maar de rechtvaardige betrouwt zelfs in zijn dood.

  • 39Thau. Doch het heil der rechtvaardigen is van den HEERE; hun Sterkte ter tijd van benauwdheid.

  • 32Tsade. De goddeloze loert op den rechtvaardige, en zoekt hem te doden.

  • 26Den gansen dag begeert hij begeerlijke dingen; maar de rechtvaardige zal geven, en niet inhouden.

  • Ps 37:29-30
    2 verzen
    73%

    29De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen.

    30Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.

  • 7De goddelozen worden omgekeerd, dat zij niet meer zijn; maar het huis der rechtvaardigen zal bestaan.

  • 12De rechtvaardige let verstandelijk op des goddelozen huis, als God de goddelozen in het kwaad stort.

  • 31Ziet, den rechtvaardige wordt vergolden op de aarde, hoeveel te meer den goddeloze en zondaar!

  • 16Die den arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen, en den rijke geeft, komt zekerlijk tot gebrek.

  • 3He. In zijn huis zal have en rijkdom wezen; Vau. en zijn gerechtigheid bestaat in eeuwigheid.

  • 7De verwoesting der goddelozen zal hen doorsnijden, omdat zij weigeren recht te doen.

  • 1De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is.

  • 15Dit alles heb ik gezien in de dagen mijner ijdelheid; er is een rechtvaardige, die in zijn gerechtigheid omkomt; daarentegen is er een goddeloze, die in zijn boosheid zijn dagen verlengt.

  • 16Als de goddelozen velen worden, wordt de overtreding veel; maar de rechtvaardigen zullen hun val aanzien.

  • 25De rechtvaardige eet tot verzadiging zijner ziel toe; maar de buik der goddelozen zal gebrek hebben.

  • 6Hij laat den goddeloze niet leven, en het recht der ellendigen beschikt Hij.

  • 18De goddeloze is een rantsoen voor de rechtvaardigen, en de trouweloze voor de oprechten.

  • 10Die getrouw is in het minste, die is ook in het grote getrouw; en die in het minste onrechtvaardig is, die is ook in het grote onrechtvaardig.

  • 26De rechtvaardige, wankelende voor het aangezicht des goddelozen, is een beroerde fontein, en verdorven springader.

  • 15Loer niet, o goddeloze! op de woning des rechtvaardigen; verwoest zijn legerplaats niet.

  • 10Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.

  • 30De rechtvaardige zal in eeuwigheid niet bewogen worden; maar de goddelozen zullen de aarde niet bewonen.