Spreuken 30:33

Statenvertaling (States Bible)

Want de drukking der melk brengt boter voort, en de drukking van den neus brengt bloed voort, en de drukking des toorns brengt twist voort.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 29:22 : 22 Een toornig man verwekt gekijf; en de grammoedige is veelvoudig in overtreding.
  • Spr 15:18 : 18 Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.
  • Spr 16:28 : 28 Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.
  • Spr 17:14 : 14 Het begin des krakeels is gelijk een, die het water opening geeft; daarom verlaat den twist, eer hij zich vermengt.
  • Spr 26:21 : 21 De dove kool is om de vurige kool, en het hout om het vuur; alzo is een kijfachtig man, om twist te ontsteken.
  • Spr 28:25 : 25 Die grootmoedig is, verwekt gekijf; maar die op den HEERE vertrouwt, zal vet worden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 18Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.

  • 22Een toornig man verwekt gekijf; en de grammoedige is veelvoudig in overtreding.

  • 32Zo gij dwaselijk gehandeld hebt, met u te verheffen, en zo gij kwaad bedacht hebt, de hand op den mond!

  • 14Het begin des krakeels is gelijk een, die het water opening geeft; daarom verlaat den twist, eer hij zich vermengt.

  • 1Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.

  • 23De noordenwind verdrijft den regen, en een vergramd aangezicht de verborgen tong.

  • 25Die grootmoedig is, verwekt gekijf; maar die op den HEERE vertrouwt, zal vet worden.

  • 14Een gift in het verborgene houdt den toorn onder, en een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid.

  • 8He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen.

  • 21Hij slaat zijn handen aan degenen, die vrede met Hem hadden; hij ontheiligt Zijn verbond.

  • 28Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.

  • 10Door hovaardigheid maakt men niet dan gekijf; maar bij de beradenen is wijsheid.

  • 16Elkeen, die haar verbergt, zou den wind verbergen, en de olie zijner rechterhand, die roept.

  • 30Twist met een mens niet zonder oorzaak, zo hij u geen kwaad gedaan heeft.

  • 30Gezwellen der wonde zijn in den boze een zuivering, mitsgaders de slagen van het binnenste des buiks.

  • Spr 27:3-4
    2 verzen
    67%

    3Een steen is zwaar, en het zand gewichtig; maar de toornigheid des dwazen is zwaarder dan die beide.

    4Grimmigheid en overloping van toorn is wreedheid; maar wie zal voor nijdigheid bestaan?

  • 19Die groot is van grimmigheid, zal straf dragen; want zo gij hem uitredt, zo zult gij nog moeten voortvaren.

  • 20Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet.

  • 31De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.

  • 29Om uw woeden tegen Mij, en dat uw woeling voor Mijn oren opgekomen is, zo zal Ik Mijn haak in uw neus leggen, en Mijn gebit in uw lippen, en Ik zal u doen wederkeren door dien weg, door denwelken gij gekomen zijt.

  • 17De voorbijgaande, die zich vertoornt in een twist, die hem niet aangaat, is gelijk die een hond bij de oren grijpt.

  • 10Drijf den spotter uit, en het gekijf zal weggaan, en het geschil met de schande zal ophouden.

  • 14Maar de HEERE voerde Israel op uit Egypte door een profeet, en door een profeet werd hij gehoed. [ (Hosea 12:15) Efraim daarentegen heeft Hen zeer bitterlijk vertoornd; daarom zal Hij zijn bloed op hem laten, en zijn Heere zal hem zijn smaad vergelden. ]

  • 25Brand voor brand, wond voor wond, buil voor buil.

  • 29De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.

  • 17Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.

  • 6De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen.

  • 18Omdat er grimmigheid is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klop wegstote; zodat u een groot rantsoen er niet zou afbrengen.

  • 14De grimmigheid des konings is als de boden des doods; maar een wijs man zal die verzoenen.

  • 1Een man, die, dikwijls bestraft zijnde, den nek verhardt, zal schielijk verbroken worden, zodat er geen genezen aan zij.

  • 7Voorwaar, de onderdrukking zou wel een wijze dol maken; en het geschenk verderft het hart.

  • 30Hij sluit zijn ogen, om verkeerdheden te bedenken; zijn lippen bijtende, volbrengt hij het kwaad.

  • 2Maar vloeken en liegen, en doodslaan, en stelen, en overspel doen; zij breken door, en bloedschulden raken aan bloedschulden.

  • Spr 10:11-13
    3 verzen
    66%

    11De mond des rechtvaardigen is een springader des levens; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.

    12Haat verwekt krakelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe.

    13In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.

  • 34Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.

  • 10Uit denzelfden mond komt voort zegening en vervloeking. Dit moet, mijn broeders, alzo niet geschieden.

  • Spr 17:19-20
    2 verzen
    66%

    19Die het gekijf liefheeft, heeft de overtreding lief; die zijn deur verhoogt, zoekt verbreking.

    20Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.

  • 17Een goedertieren mens doet zijn ziel wel; maar die wreed is, beroert zijn vlees.

  • 18Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.

  • 3Het is eer voor een man, van twist af te blijven; maar ieder dwaas zal er zich in mengen.

  • 21De dove kool is om de vurige kool, en het hout om het vuur; alzo is een kijfachtig man, om twist te ontsteken.

  • 13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • 2Want den dwaze brengt de toornigheid om, en de ijver doodt den slechte.

  • 3In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.