Spreuken 27:16

Statenvertaling (States Bible)

Elkeen, die haar verbergt, zou den wind verbergen, en de olie zijner rechterhand, die roept.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joh 12:3 : 3 Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 15Een gedurige druiping ten dage des slagregens en een kijfachtige huisvrouw zijn even gelijk.

  • Spr 5:2-3
    2 verzen
    72%

    2Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.

    3Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.

  • 17Ijzer scherpt men met ijzer; alzo scherpt een man het aangezicht zijns naasten.

  • Spr 7:11-13
    3 verzen
    71%

    11Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;

    12Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

    13En zij greep hem aan, en kuste hem; zij sterkte haar aangezicht, en zeide tot hem:

  • 22Een schone vrouw, die van rede afwijkt, is een gouden bagge in een varkenssnuit.

  • Spr 21:19-20
    2 verzen
    71%

    19Het is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.

    20In des wijzen woning is een gewenste schat, en olie; maar een zot mens verslindt zulks.

  • 26En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.

  • 11Wanneer mannen, de een met den ander, twisten, en de vrouw des enen toetreedt, om haar man uit de hand desgenen, die hem slaat, te redden, en haar hand uitstrekt, en zijn schamelheid aangrijpt;

  • 5Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.

  • 27En mijn hart verlokt is geweest in het verborgen, dat mijn hand mijn mond gekust heeft;

  • Spr 6:24-27
    4 verzen
    70%

    24Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

    25Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.

    26Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

    27Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?

  • 21Zij bewoog hem door de veelheid van haar onderricht, zij dreef hem aan door het gevlei harer lippen.

  • Spr 25:23-24
    2 verzen
    70%

    23De noordenwind verdrijft den regen, en een vergramd aangezicht de verborgen tong.

    24Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.

  • 9Die de overtreding toedekt, zoekt liefde; maar die de zaak weder ophaalt, scheidt den voornaamsten vriend.

  • Spr 30:19-20
    2 verzen
    69%

    19De weg eens arends in den hemel; de weg ener slang op een rotssteen; de weg van een schip in het hart der zee; en de weg eens mans bij een maagd.

    20Alzo is de weg ener overspelige vrouw; zij eet en wist haar mond, en zegt: Ik heb geen ongerechtigheid gewrocht!

  • 5Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.

  • 28Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.

  • 16Een aangename huisvrouw houdt de eer vast, gelijk de geweldigen den rijkdom vasthouden.

  • 23Om een hatelijke vrouw, als zij getrouwd wordt; en een dienstmaagd, als zij erfgenaam is van haar vrouw.

  • 9Olie en reukwerk verblijdt het hart; alzo is de zoetigheid van iemands vriend, vanwege den raad der ziel.

  • 2En die man zal zijn als een verberging tegen den wind, en een schuilplaats tegen den vloed, als waterbeken in een dorre plaats, als de schaduw van een zwaren rotssteen in een dorstig land.

  • 20En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?

  • 16Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;

  • 23Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.

  • Spr 3:16-17
    2 verzen
    69%

    16Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer.

    17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

  • 4Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;

  • 5Openbare bestraffing is beter dan verborgene liefde.

  • 16De toorn des dwazen wordt ten zelven dage bekend; maar die kloekzinnig is, bedekt de schande.

  • 24Die met een dief deelt, haat zijn ziel; hij hoort een vloek, en hij geeft het niet te kennen.

  • 12De kloekzinnige ziet het kwaad, en verbergt zich; de slechten gaan henen door, en worden gestraft.

  • 17Cheth. Zij gordt haar lenden met kracht, en zij versterkt haar armen.

  • 6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

  • 32Zo gij dwaselijk gehandeld hebt, met u te verheffen, en zo gij kwaad bedacht hebt, de hand op den mond!

  • 18Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.

  • 14Een gift in het verborgene houdt den toorn onder, en een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid.

  • 15De luiaard verbergt zijn hand in den boezem, hij is te moede, om die weder tot zijn mond te brengen.

  • 29Wie zijn huis beroert, zal wind erven; en de dwaas zal een knecht zijn desgenen, die wijs van hart is.

  • 32O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.

  • 6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

  • 9Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.