Spreuken 30:23

Statenvertaling (States Bible)

Om een hatelijke vrouw, als zij getrouwd wordt; en een dienstmaagd, als zij erfgenaam is van haar vrouw.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 19:13 : 13 Een zotte zoon is zijn vader grote ellende; en de kijvingen ener vrouw als een gestadig druipen.
  • Spr 21:9 : 9 Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.
  • Spr 21:19 : 19 Het is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.
  • Spr 27:15 : 15 Een gedurige druiping ten dage des slagregens en een kijfachtige huisvrouw zijn even gelijk.
  • Spr 29:21 : 21 Als men zijn knecht van jongs op weeldig houdt, hij zal in zijn laatste een zoon willen zijn.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 30:20-22
    3 verzen
    76%

    20Alzo is de weg ener overspelige vrouw; zij eet en wist haar mond, en zegt: Ik heb geen ongerechtigheid gewrocht!

    21Om drie dingen ontroert zich de aarde, ja, om vier, die zij niet dragen kan:

    22Om een knecht, als hij regeert; en een dwaas, als hij van brood verzadigd is;

  • 23Nun. Haar man is bekend in de poorten, als hij zit met de oudsten des lands.

  • Job 31:10-11
    2 verzen
    71%

    10Zo moet mijn huisvrouw met een ander malen, en anderen zich over haar krommen!

    11Want dat is een schandelijke daad, en het is een misdaad bij de rechters.

  • 71%

    13Wanneer een man een vrouw zal genomen hebben, en tot haar ingegaan zijnde, alsdan haar zal haten,

    14En haar oorzaak van naspraak zal opleggen, en een kwaden naam over haar uitbrengen, en zeggen: Deze vrouw heb ik genomen, en ben tot haar genaderd, maar heb den maagdom aan haar niet gevonden;

  • 24Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.

  • 26En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.

  • 32O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.

  • Deut 24:1-3
    3 verzen
    71%

    1Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.

    2Zo zij dan, uit zijn huis uitgegaan zijnde, zal henengaan en een anderen man ter vrouwe worden,

    3En deze laatste man haar gehaat, en haar een scheidbrief geschreven, en in haar hand gegeven, en haar uit zijn huis zal hebben laten gaan; of als deze laatste man, die ze voor zich tot een vrouw genomen heeft, zal gestorven zijn;

  • 30Gij zult een vrouw ondertrouwen, maar een ander zal haar beslapen; een huis zult gij bouwen, maar daarin niet wonen; een wijngaard zult gij planten, maar dien niet gemeen maken.

  • 15Wanneer een man twee vrouwen heeft, een beminde, en een gehate; en de beminde en de gehate hem zonen zullen gebaard hebben, en de eerstgeboren zoon van de gehate zal zijn;

  • Spr 27:15-16
    2 verzen
    70%

    15Een gedurige druiping ten dage des slagregens en een kijfachtige huisvrouw zijn even gelijk.

    16Elkeen, die haar verbergt, zou den wind verbergen, en de olie zijner rechterhand, die roept.

  • 9Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.

  • Spr 19:13-14
    2 verzen
    70%

    13Een zotte zoon is zijn vader grote ellende; en de kijvingen ener vrouw als een gestadig druipen.

    14Huis en goed is een erve van de vaderen; maar een verstandige vrouw is van den HEERE.

  • Spr 31:30-31
    2 verzen
    70%

    30Schin. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden.

    31Thau. Geef haar van de vrucht harer handen, en laat haar werken haar prijzen in de poorten.

  • 56Aangaande de tedere en wellustige vrouw onder u, die niet verzocht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, omdat zij zich wellustig en teder hield; haar oog zal kwaad zijn tegen den man haars schoots, en tegen haar zoon, en tegen haar dochter;

  • 27Want een hoer is een diepe gracht, en een vreemde vrouw is een enge put.

  • 22Een schone vrouw, die van rede afwijkt, is een gouden bagge in een varkenssnuit.

  • 19Het is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.

  • 11Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;

  • 10Maar indien zij ten huize haars mans gelofte gedaan heeft, of met een eed door verbintenis haar ziel verbonden heeft;

  • 27Tsade. Zij beschouwt de gangen van haar huis; en het brood der luiheid eet zij niet.

  • 7Wanneer nu iemand zijn dochter zal verkocht hebben tot een dienstmaagd, zo zal zij niet uitgaan, gelijk de knechten uitgaan.

  • Ex 21:9-10
    2 verzen
    69%

    9Maar indien hij haar aan zijn zoon ondertrouwt, zo zal hij met haar doen naar het recht der dochteren.

    10Indien hij voor zich een andere neemt, zo zal hij aan deze haar spijs, haar deksel, en haar huwelijksplicht niet onttrekken.

  • 4Een kloeke huisvrouw is een kroon haars heren; maar die beschaamt maakt, is als verrotting in zijn beenderen.

  • 24Deze vier zijn van de kleinste der aarde; doch dezelve zijn wijs, met wijsheid wel voorzien.

  • 4Indien hem zijn heer een vrouw gegeven, en zij hem zonen of dochteren gebaard zal hebben, zo zal de vrouw en haar kinderen haars heren zijn, en hij zal met zijn lijf uitgaan.

  • 13Zo ik versmaad heb het recht mijns knechts, of mijner dienstmaagd, als zij geschil hadden met mij;

  • 15Vau. En zij staat op, als het nog nacht is, en geeft haar huis spijze, en haar dienstmaagden het bescheiden deel.

  • 33Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.

  • 17Want deze daad der koningin zal uitkomen tot alle vrouwen, zodat zij haar mannen verachten zullen in haar ogen, als men zeggen zal: De koning Ahasveros zeide, dat men de koningin Vasthi voor zijn aangezicht brengen zou; maar zij kwam niet.

  • 26Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

  • 6Doch indien zij immers een man heeft, en haar geloften op haar zijn, of de uitspraak harer lippen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft;

  • 4Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.

  • 13Een zotte vrouw is woelachtig, de slechtigheid zelve, en weet niet met al.

  • 3Maar als een vrouw den HEERE een gelofte zal beloofd hebben, en zich met een verbintenis in het huis haars vaders in haar jonkheid zal verbonden hebben;

  • 11Wanneer mannen, de een met den ander, twisten, en de vrouw des enen toetreedt, om haar man uit de hand desgenen, die hem slaat, te redden, en haar hand uitstrekt, en zijn schamelheid aangrijpt;

  • 16Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer.

  • 13Daleth. Zij zoekt wol en vlas, en werkt met lust harer handen.