Spreuken 21:19

Statenvertaling (States Bible)

Het is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 21:9 : 9 Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.
  • Jer 9:2 : 2 Och, dat ik in de woestijn een herberg der wandelaars had, zo zou ik mijn volk verlaten, en van hen trekken; want zij zijn allen overspelers, een trouweloze hoop.
  • Ps 55:6-7 : 6 Vrees en beving komt mij aan, en gruwen overdekt mij; 7 Zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als ener duive, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht.
  • Ps 120:5-6 : 5 O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone. 6 Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 9Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.

  • 24Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.

  • Spr 27:15-16
    2 verzen
    76%

    15Een gedurige druiping ten dage des slagregens en een kijfachtige huisvrouw zijn even gelijk.

    16Elkeen, die haar verbergt, zou den wind verbergen, en de olie zijner rechterhand, die roept.

  • Spr 19:13-14
    2 verzen
    75%

    13Een zotte zoon is zijn vader grote ellende; en de kijvingen ener vrouw als een gestadig druipen.

    14Huis en goed is een erve van de vaderen; maar een verstandige vrouw is van den HEERE.

  • 20In des wijzen woning is een gewenste schat, en olie; maar een zot mens verslindt zulks.

  • 1Een droge bete, en rust daarbij, is beter, dan een huis vol van geslachte beesten met twist.

  • 11Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;

  • 26En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.

  • 18De goddeloze is een rantsoen voor de rechtvaardigen, en de trouweloze voor de oprechten.

  • Spr 9:13-14
    2 verzen
    71%

    13Een zotte vrouw is woelachtig, de slechtigheid zelve, en weet niet met al.

    14En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;

  • 24Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;

  • 12Dat een beer, die van jongen beroofd is, een man tegemoet kome, maar niet een zot in zijn dwaasheid.

  • Spr 15:16-18
    3 verzen
    70%

    16Beter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat, en onrust daarbij.

    17Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij.

    18Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.

  • Spr 11:22-23
    2 verzen
    70%

    22Een schone vrouw, die van rede afwijkt, is een gouden bagge in een varkenssnuit.

    23De begeerte der rechtvaardigen is alleenlijk het goede; maar de verwachting der goddelozen is verbolgenheid.

  • 17Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.

  • 23Om een hatelijke vrouw, als zij getrouwd wordt; en een dienstmaagd, als zij erfgenaam is van haar vrouw.

  • 22Een toornig man verwekt gekijf; en de grammoedige is veelvoudig in overtreding.

  • 1Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.

  • 6Een hand vol met rust is beter, dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes.

  • 3Het is eer voor een man, van twist af te blijven; maar ieder dwaas zal er zich in mengen.

  • 21De dove kool is om de vurige kool, en het hout om het vuur; alzo is een kijfachtig man, om twist te ontsteken.

  • 9Een wijs man, met een dwaas man in rechten zich begeven hebbende, hetzij dat hij beroerd is of lacht, zo is er toch geen rust.

  • 56Aangaande de tedere en wellustige vrouw onder u, die niet verzocht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, omdat zij zich wellustig en teder hield; haar oog zal kwaad zijn tegen den man haars schoots, en tegen haar zoon, en tegen haar dochter;

  • 5Het is beter te horen het bestraffen des wijzen, dan dat iemand hore het gezang der dwazen.

  • 24Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

  • 22Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van den HEERE.

  • 1Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.

  • 1De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is.

  • 10Aleph. Wie zal een deugdelijke huisvrouw vinden? Want haar waardij is verre boven de robijnen.

  • 17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

  • 18Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd;

  • 4Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.

  • 14Het begin des krakeels is gelijk een, die het water opening geeft; daarom verlaat den twist, eer hij zich vermengt.

  • 19Een broeder is wederspanniger dan een sterke stad; en de geschillen zijn als een grendel van een paleis.

  • 19Die groot is van grimmigheid, zal straf dragen; want zo gij hem uitredt, zo zult gij nog moeten voortvaren.

  • 14De mond der vreemde vrouwen is een diepe gracht; op welken de HEERE vergramd is, zal daarin vallen.

  • 20Alzo is de weg ener overspelige vrouw; zij eet en wist haar mond, en zegt: Ik heb geen ongerechtigheid gewrocht!

  • 8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

  • 20En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?

  • 15Wanneer een man twee vrouwen heeft, een beminde, en een gehate; en de beminde en de gehate hem zonen zullen gebaard hebben, en de eerstgeboren zoon van de gehate zal zijn;