Spreuken 30:24
Deze vier zijn van de kleinste der aarde; doch dezelve zijn wijs, met wijsheid wel voorzien.
Deze vier zijn van de kleinste der aarde; doch dezelve zijn wijs, met wijsheid wel voorzien.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
28De spinnekop grijpt met de handen, en is in de paleizen der koningen.
29Deze drie maken een goeden tred; ja, vier zijn er, die een goeden gang maken;
25De mieren zijn een onsterk volk; evenwel bereiden zij in de zomer haar spijs.
26De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen.
18Deze drie dingen zijn voor mij te wonderlijk, ja, vier, die ik niet weet:
21Om drie dingen ontroert zich de aarde, ja, om vier, die zij niet dragen kan:
22Om een knecht, als hij regeert; en een dwaas, als hij van brood verzadigd is;
23Om een hatelijke vrouw, als zij getrouwd wordt; en een dienstmaagd, als zij erfgenaam is van haar vrouw.
24Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.
25Deze zee, die groot en wijd van ruimte is, daarin is het wriemelende gedierte, en dat zonder getal, kleine gedierten met grote.
33Hij sprak ook van de bomen, van den cederboom af, die op den Libanon is, tot op den hysop, die aan den wand uitwast; hij sprak ook van het vee, en van het gevogelte, en van de kruipende dieren, en van de vissen.
34En van alle volken kwamen er, om de wijsheid van Salomo te horen, van alle koningen der aarde, die van zijn wijsheid gehoord hadden.
24In het aangezicht des verstandigen is wijsheid; maar de ogen des zots zijn in het einde der aarde.
30En de wijsheid van Salomo was groter dan de wijsheid van al die van het oosten, en dan alle wijsheid der Egyptenaren;
31Ja, hij was wijzer dan alle mensen; dan Ethan, de Ezrahiet, en Heman, en Chalcol, en Darda, de zonen van Mahol; en zijn naam was onder alle heidenen rondom.
3Door wijsheid wordt een huis gebouwd, en door verstandigheid bevestigd;
4En door wetenschap worden de binnenkameren vervuld met alle kostelijk en liefelijk goed.
5Een wijs man is sterk; en een man van wetenschap maakt de kracht vast.
7De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting.
13Ook heb ik onder de zon deze wijsheid gezien, en zij was groot bij mij:
14Er was een kleine stad, en weinig lieden waren daarin; en een groot koning kwam tegen haar, en hij omsingelde ze, en hij bouwde grote vastigheden tegen haar.
11Want wijsheid is beter dan robijnen, en al wat men begeren mag, is met haar niet te vergelijken.
12Ik, Wijsheid, woon bij de kloekzinnigheid, en vinde de kennis van alle bedachtzaamheid.
24Der wijzen kroon is hun rijkdom; de dwaasheid der zotten is dwaasheid.
24De weg des levens is den verstandige naar boven; opdat hij afwijke van de hel, beneden.
12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?
6Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs;
19De wijsheid versterkt den wijze meer dan tien heerschappers, die in een stad zijn.
7Alle wijsheid is voor den dwaze te hoog; hij zal in de poort zijn mond niet opendoen.
13Beter is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden.
4Vermoei u niet om rijk te worden; sta af van uw vernuft.
24Hetgeen verre af is, en zeer diep, wie zal dat vinden?
8Want wat heeft de wijze meer dan de zot? Wat heeft de arme meer, die voor de levenden weet te wandelen?
30Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.
4Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.
4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,
20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?
33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.
32Als ik dat aanschouwde, nam ik het ter harte; ik zag het, en nam onderwijzing aan;
12Voorts is tot mij een woord heimelijk gebracht, en mijn oor heeft een weinigje daarvan gevat;
20In des wijzen woning is een gewenste schat, en olie; maar een zot mens verslindt zulks.
16Toen zeide ik: Wijsheid is beter dan kracht, hoewel de wijsheid des armen veracht, en zijn woorden niet waren gehoord geweest.
14Zodanig is de kennis der wijsheid voor uw ziel; als gij ze vindt, zo zal er beloning wezen, en uw verwachting zal niet afgesneden worden.
24En de ganse aarde zocht het aangezicht van Salomo, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
23Zijt naarstig, om het aangezicht uwer schapen te kennen; zet uw hart op de kudden.
14De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.
12In de stokouden is de wijsheid, en in de langheid der dagen het verstand.
15De bloedzuiger heeft twee dochters: Geef, geef! Deze drie dingen worden niet verzadigd; ja, vier zeggen niet: Het is genoeg!
1Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.
11Die ons geleerder maakt dan de beesten der aarde, en ons wijzer maakt dan het gevogelte des hemels?