Spreuken 21:30

Statenvertaling (States Bible)

Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Hand 5:39 : 39 Maar indien het uit God is, zo kunt gij dat niet breken; opdat gij niet misschien bevonden wordt ook tegen God te strijden.
  • Jer 9:23 : 23 Zo zegt de HEERE: Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid; een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom;
  • Spr 19:21 : 21 In het hart des mans zijn veel gedachten; maar de raad des HEEREN, die zal bestaan.
  • Jes 8:9-9 : 9 Vergezelt u te zamen, gij volken! doch wordt verbroken; en neemt ter ore, allen gij, die in verre landen zijt, omgordt u, doch wordt verbroken; omgordt u, doch wordt verbroken! 10 Beraadslaagt een raad, doch hij zal vernietigd worden; spreekt een woord, doch het zal niet bestaan; want God is met ons!
  • Jes 14:27 : 27 Want de HEERE der heirscharen heeft het in Zijn raad besloten, wie zal het dan breken? en Zijn hand is uitgestrekt, wie zal ze dan keren?
  • Jes 46:10-11 : 10 Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen. 11 Die een roofvogel roept van het oosten, een man Mijns raads uit verren lande; ja, Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen opkomen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen.
  • Jes 7:5-7 : 5 Omdat de Syrier kwaad tegen u beraadslaagd heeft, met Efraim en den zoon van Remalia, zeggende: 6 Laat ons optrekken tegen Juda, en het verdriet aandoen, en het onder ons delen, en den zoon van Tabeal koning maken in het midden van hen. 7 Alzo zegt de Heere HEERE: Het zal niet bestaan, en het zal niet geschieden.
  • 1 Kor 3:19-20 : 19 Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid; 20 En wederom: De Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn.
  • Hand 4:27-28 : 27 Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels; 28 Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou.
  • 1 Petr 2:8 : 8 Dengenen namelijk, die zich aan het Woord stoten, ongehoorzaam zijnde, waartoe zij ook gezet zijn.
  • Jona 1:13 : 13 Maar de mannen roeiden, om het schip weder te brengen aan het droge, doch zij konden niet; want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger tegen hen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 31Het paard wordt bereid tegen den dag des strijds; maar de overwinning is des HEEREN.

  • 21In het hart des mans zijn veel gedachten; maar de raad des HEEREN, die zal bestaan.

  • 10Beraadslaagt een raad, doch hij zal vernietigd worden; spreekt een woord, doch het zal niet bestaan; want God is met ons!

  • 13Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.

  • Ps 33:10-11
    2 verzen
    74%

    10De HEERE vernietigt den raad der heidenen; Hij breekt de gedachten der volken.

    11Maar de raad des HEEREN bestaat in eeuwigheid, de gedachten Zijns harten van geslacht tot geslacht.

  • Spr 30:30-31
    2 verzen
    73%

    30De oude leeuw geweldig onder de gedierten, die voor niemand zal wederkeren;

    31Een windhond van goede lenden, of een bok; en een koning, die niet tegen te staan is.

  • 29Zulks komt ook voort van den HEERE der heirscharen; Hij is wonderlijk van raad, Hij is groot van daad.

  • 28Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen.

  • Ps 33:16-17
    2 verzen
    73%

    16Een koning wordt niet behouden door een groot heir; een held wordt niet gered door grote kracht;

    17Het paard feilt ter overwinning, en bevrijdt niet door zijn grote sterkte.

  • 22De gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan.

  • 2Nochtans is Hij ook wijs, en Hij doet het kwaad komen, en trekt Zijn woorden niet terug; maar Hij zal Zich opmaken tegen het huis der boosdoeners, en tegen de hulp dergenen, die ongerechtigheid werken.

  • 29Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.

  • 14Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de Sterkte.

  • 5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.

  • 10Uit zijn mond gaan fakkelen, vurige vonken raken er uit.

  • 16Doch ziet, hun goed is niet in hun hand; de raad der goddelozen is verre van mij.

  • 6Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.

  • 4Hij is wijs van hart, en sterk van kracht; wie heeft zich tegen Hem verhard, en vrede gehad?

  • 1Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil.

  • 70%

    36Lamed. Dat men een mens verongelijkt in zijn twistzaak; zou het de Heere niet zien?

    37Mem. Wie zegt wat, hetwelk geschiedt, zo het de Heere niet beveelt?

  • 70%

    19Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid;

    20En wederom: De Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn.

  • 3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

  • 6Want door wijze raadslagen zult gij voor u den krijg voeren, en in de veelheid der raadgevers is de overwinning.

  • 33

  • 33Het lot wordt in den schoot geworpen; maar het gehele beleid daarvan is van den HEERE.

  • 15Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden.

  • 11Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.

  • 20HEERE, er is niemand gelijk Gij, en er is geen God behalve Gij, naar alles, wat wij met onze oren gehoord hebben.

  • 24De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?

  • 14Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden.

  • 13Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.

  • 3Maakt het niet te veel, dat gij hoog, hoog zoudt spreken, dat iets hards uit uw mond zou gaan; want de HEERE is een God der wetenschappen, en Zijn daden zijn recht gedaan.

  • 22De wijze beklimt de stad der geweldigen, en werpt de sterkte huns vertrouwens neder.

  • 9Wat denkt gijlieden tegen den HEERE? Hij zal zelf een voleinding maken; de benauwdheid zal niet tweemaal op rijzen.

  • 33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.

  • 19De wijsheid versterkt den wijze meer dan tien heerschappers, die in een stad zijn.

  • 3Hoe hebt gij hem geraden, die geen wijsheid heeft, en de zaak, alzo zij is, ten volle bekend gemaakt?

  • 34Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?

  • 6En het zal geschieden, dat de vastigheid uwer tijden, de sterkte van uw behoudenissen zal zijn wijsheid en kennis; de vreze des HEEREN zal zijn schat zijn.

  • 18Elke gedachte wordt door raad bevestigd, daarom voer oorlog met wijze raadslagen.

  • 5Onze Heere is groot en van veel kracht; Zijns verstands is geen getal.

  • 23Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte.

  • 69%

    2De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende:

  • 15Wee dengenen, die zich diep versteken willen voor den HEERE, hun raad verbergende; en welker werken in duisterheid geschieden, en zij zeggen: Wie ziet ons, en wie kent ons?

  • 28Want Ik zag toe, maar er was niemand, zelfs onder dezen, maar er was geen raadgever, dat Ik hen zou vragen, en zij Mij antwoord geven zouden.