Spreuken 24:6
Want door wijze raadslagen zult gij voor u den krijg voeren, en in de veelheid der raadgevers is de overwinning.
Want door wijze raadslagen zult gij voor u den krijg voeren, en in de veelheid der raadgevers is de overwinning.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
14Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden.
15Als iemand voor een vreemde borg geworden is, hij zal zekerlijk verbroken worden; maar wie degenen haat, die in de hand klappen, is zeker.
18Elke gedachte wordt door raad bevestigd, daarom voer oorlog met wijze raadslagen.
22De gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan.
23Een man heeft blijdschap in het antwoord zijns monds; en hoe goed is een woord op zijn tijd!
3Door wijsheid wordt een huis gebouwd, en door verstandigheid bevestigd;
4En door wetenschap worden de binnenkameren vervuld met alle kostelijk en liefelijk goed.
5Een wijs man is sterk; en een man van wetenschap maakt de kracht vast.
7Alle wijsheid is voor den dwaze te hoog; hij zal in de poort zijn mond niet opendoen.
19De wijsheid versterkt den wijze meer dan tien heerschappers, die in een stad zijn.
20Hoor raad, en ontvang tucht, opdat gij in uw laatste wijs zijt.
21In het hart des mans zijn veel gedachten; maar de raad des HEEREN, die zal bestaan.
30Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.
31Het paard wordt bereid tegen den dag des strijds; maar de overwinning is des HEEREN.
31Of wat koning, gaande naar den krijg, om tegen een anderen koning te slaan, zit niet eerst neder, en beraadslaagt, of hij machtig is met tien duizend te ontmoeten dengene, die met twintig duizend tegen hem komt?
22De wijze beklimt de stad der geweldigen, en werpt de sterkte huns vertrouwens neder.
17De woorden der wijzen moeten in stilheid aangehoord worden, meer dan het geroep desgenen, die over de zotten heerst.
18De wijsheid is beter dan de krijgswapenen, maar een enig zondaar verderft veel goeds.
16Een koning wordt niet behouden door een groot heir; een held wordt niet gered door grote kracht;
15De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.
5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.
28In de menigte des volks is des konings heerlijkheid; maar in gebrek van volk is eens vorsten verstoring.
11Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;
2Om de overtreding des lands zijn deszelfs vorsten vele; maar om verstandige en wetende mensen zal insgelijks verlenging wezen.
2Den held en den krijgsman, den rechter en den profeet, en den waarzegger, en den oude;
14Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de Sterkte.
6En tot een Geest des oordeels dien, die ten oordeel zit, en tot een sterkte dengenen, die den strijd afkeren tot de poort toe.
10Beraadslaagt een raad, doch hij zal vernietigd worden; spreekt een woord, doch het zal niet bestaan; want God is met ons!
24Der wijzen kroon is hun rijkdom; de dwaasheid der zotten is dwaasheid.
3Hoe hebt gij hem geraden, die geen wijsheid heeft, en de zaak, alzo zij is, ten volle bekend gemaakt?
12De kloekzinnige ziet het kwaad, en verbergt zich; de slechten gaan henen door, en worden gestraft.
6En het zal geschieden, dat de vastigheid uwer tijden, de sterkte van uw behoudenissen zal zijn wijsheid en kennis; de vreze des HEEREN zal zijn schat zijn.
14Er was een kleine stad, en weinig lieden waren daarin; en een groot koning kwam tegen haar, en hij omsingelde ze, en hij bouwde grote vastigheden tegen haar.
14De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.
8De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.
11Maar ik rade, dat in alle haast tot u verzameld worde gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, als zand, dat aan de zee is, in menigte; en dat uw persoon medega in den strijd.
5De raad in het hart eens mans is als diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen.
5Hij zal aan zijn voortreffelijken gedenken, doch zij zullen struikelen in hun tochten; zij zullen haasten naar hun muur, als het beschutsel vaardig zal wezen.
7De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting.
8En de koning van Syrie voerde krijg tegen Israel, en beraadslaagde zich met zijn knechten, zeggende: Mijn legering zal zijn in de plaats van zulk een.
25Gaat niet uit in het veld, noch wandelt op den weg; want des vijands zwaard is er, schrik van rondom!
13Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.
16Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.
20Bedrog is in het hart dergenen, die kwaad smeden; maar degenen die vrede raden, hebben blijdschap.
23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.
17Hij voert de raadsheren beroofd weg, en de rechters maakt Hij uitzinnig,
12Want de wijsheid is tot een schaduw, en het geld is tot een schaduw; maar de uitnemendheid der wetenschap is, dat de wijsheid haar bezitters het leven geeft.
21Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen.