Job 26:3

Statenvertaling (States Bible)

Hoe hebt gij hem geraden, die geen wijsheid heeft, en de zaak, alzo zij is, ten volle bekend gemaakt?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 6:13 : 13 Is dan mijn hulp niet in mij, en is de wijsheid uit mij verdreven?
  • Job 12:3 : 3 Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?
  • Job 13:5 : 5 Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen.
  • Job 15:8-9 : 8 Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken? 9 Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is? 10 Onder ons is ook een grijze, ja, een stokoude, meerder van dagen dan uw vader.
  • Job 17:10 : 10 Maar toch gij allen, keert weder, en komt nu; want ik vind onder u geen wijze.
  • Job 32:11-13 : 11 Ziet, ik heb gewacht op ulieder woorden; ik heb het oor gewend tot ulieder aanmerkingen, totdat gij redenen uitgezocht hadt. 12 Als ik nu acht op u gegeven heb, ziet, er is niemand, die Job overreedde, die uit ulieden zijn redenen beantwoordde; 13 Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.
  • Job 33:3 : 3 Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de wetenschap mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken.
  • Job 33:33 : 33 Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.
  • Job 38:2 : 2 Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?
  • Ps 49:1-4 : 1 Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. 2 Hoort dit, alle gij volken! neemt ter ore, alle inwoners der wereld, 3 Zowel slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm! 4 Mijn mond zal enkel wijsheid spreken, en de overdenking mijns harten zal vol verstand zijn.
  • Ps 71:15-18 : 15 Mijn mond zal Uw gerechtigheid vertellen, den gansen dag Uw heil; hoewel ik de getallen niet weet. 16 Ik zal heengaan in de mogendheden des Heeren HEEREN; ik zal Uw gerechtigheid vermelden, de Uwe alleen. 17 O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen. 18 Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, allen nakomelingen Uw macht.
  • Spr 8:6-9 : 6 Hoort, want ik zal vorstelijke dingen spreken, en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn. 7 Want Mijn gehemelte zal de waarheid bedachtelijk uitspreken, en de goddeloosheid is Mijn lippen een gruwel. 8 Al de redenen Mijns monds zijn in gerechtigheid; er is niets verdraaids, noch verkeerds in. 9 Zij zijn alle recht voor dengene, die verstandig is, en rechtmatig voor degenen, die wetenschap vinden.
  • Hand 20:20 : 20 Hoe ik niets achtergehouden heb van hetgeen nuttig was, dat ik u niet zou verkondigd en u geleerd hebben, in het openbaar en bij de huizen;
  • Hand 20:27 : 27 Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 4Aan wien hebt gij die woorden verhaald? En wiens geest is van u uitgegaan?

  • Job 26:1-2
    2 verzen
    80%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Hoe hebt gij geholpen dien, die zonder kracht is, en behouden den arm, die zonder sterkte is?

  • 2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?

  • Job 42:3-4
    2 verzen
    77%

    3Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

    4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

  • Jes 40:13-14
    2 verzen
    75%

    13Wie heeft den Geest des HEEREN bestierd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?

    14Met wien heeft Hij raad gehouden, die Hem verstand zou geven, en Hem zou leren van het pad des rechts, en Hem wetenschap zou leren, en Hem zou bekend maken den weg des veelvoudigen verstands?

  • 3Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt?

  • Job 15:8-9
    2 verzen
    74%

    8Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

    9Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?

  • Job 34:34-35
    2 verzen
    74%

    34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;

    35Dat Job niet met wetenschap gesproken heeft, en zijn woorden niet met kloek verstand geweest zijn.

  • 3Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?

  • 12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

  • 20Heb ik u niet heerlijke dingen geschreven van allerlei raad en wetenschap?

  • 36Wie heeft de wijsheid in het binnenste gezet? Of wie heeft den zin het verstand gegeven?

  • 34Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?

  • 23Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan?

  • 20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?

  • Job 6:25-26
    2 verzen
    72%

    25O, hoe krachtig zijn de rechte redenen! Maar wat bestraft het bestraffen, dat van ulieden is?

    26Zult gij, om te bestraffen, woorden bedenken, en zullen de redenen des mismoedigen voor wind zijn?

  • 3Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?

  • 17Hij voert de raadsheren beroofd weg, en de rechters maakt Hij uitzinnig,

  • 13Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.

  • 16Waarom toch zou in de hand des zots het koopgeld zijn, om wijsheid te kopen, dewijl hij geen verstand heeft?

  • 18Zijt gij met uw verstand gekomen tot aan de breedte der aarde? Geef het te kennen, indien gij dit alles weet.

  • 13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • 3Zie, gij zijt wijzer dan Daniel; zij hebben niets toegeslotens voor u verborgen.

  • 13Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.

  • 22De gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan.

  • 13Is dan mijn hulp niet in mij, en is de wijsheid uit mij verdreven?

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • 20Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?

  • 4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.

  • 33Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 26Wie heeft wat verkondigd van den beginne aan, dat wij het weten mogen, of van te voren, dat wij zeggen mogen: Hij is rechtvaardig; maar er is niemand, die het verkondigt, ook niemand, die wat horen doet, ook niemand, die ulieder woorden hoort.

  • 8Want wat heeft de wijze meer dan de zot? Wat heeft de arme meer, die voor de levenden weet te wandelen?

  • 9Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.

  • 22Zal men God wetenschap leren, daar Hij de hogen richt?

  • 3Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?

  • 16Zijt gij gekomen tot aan de oorsprongen der zee, en hebt gij in het onderste des afgronds gewandeld?

  • 12Ziet, gij zelve allen hebt het gezien; en waarom wordt gij dus door ijdelheid verijdeld?

  • 28Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen.

  • 3En ik heb geen wijsheid geleerd, noch de wetenschap der heiligen gekend.

  • 4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  • 13Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

  • 6Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.

  • 3Zie, gij hebt velen onderwezen, en gij hebt slappe handen gesterkt;