Spreuken 11:16

Statenvertaling (States Bible)

Een aangename huisvrouw houdt de eer vast, gelijk de geweldigen den rijkdom vasthouden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 31:30-31 : 30 Schin. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden. 31 Thau. Geef haar van de vrucht harer handen, en laat haar werken haar prijzen in de poorten.
  • 1 Sam 25:32-33 : 32 Toen zeide David tot Abigail: Gezegend zij de HEERE, de God Israels, Die u te dezen dage mij tegemoet gezonden heeft! 33 En gezegend zij uw raad en gezegend zijt gij, dat gij mij te dezen dage geweerd hebt, van te komen met bloedstorting, dat mijn hand mij verlost zou hebben!
  • 2 Sam 20:16-22 : 16 Toen riep een wijze vrouw uit de stad: Hoort, hoort, zegt toch tot Joab: Nader tot hiertoe, dat ik tot u spreke. 17 Toen hij nu tot haar naderde, zeide de vrouw: Zijt gij Joab? En hij zeide: Ik ben het; en zij zeide tot hem: Hoor de woorden uwer dienstmaagd; en hij zeide: Ik hoor. 18 Toen sprak zij, zeggende: In voortijden spraken zij gemeenlijk, zeggende: Zij zullen zonder twijfel te Abel vragen; en alzo volbrachten zij het. 19 Ik ben een van de vreedzamen, van de getrouwen in Israel, en gij zoekt te doden een stad, die een moeder is in Israel; waarom zoudt gij het erfdeel des HEEREN verslinden? 20 Toen antwoordde Joab, en zeide: Het zij verre, het zij verre van mij, dat ik zou verslinden, en dat ik zou verderven. 21 De zaak is niet alzo; maar een man van het gebergte van Efraim, wiens naam is Seba, de zoon van Bichri, heeft zijn hand opgeheven tegen den koning, tegen David; lever hem alleen, zo zal ik van deze stad aftrekken. Toen zeide de vrouw tot Joab: Zie, zijn hoofd zal tot u over den muur geworpen worden. 22 En de vrouw kwam in tot al het volk, met haar wijsheid; en zij hieuwen Seba, den zoon van Bichri, het hoofd af, en wierpen het tot Joab. Toen blies hij met de bazuin, en zij verstrooiden zich van de stad, een iegelijk naar zijn tenten; en Joab keerde weder naar Jeruzalem tot den koning.
  • Esth 9:25 : 25 Maar als zij voor den koning gekomen was, heeft hij door brieven bevolen, dat zijn boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn hoofd zou wederkeren; en men heeft hem en zijn zonen aan de galg gehangen.
  • 2 Joh 1:1 : 1 De ouderling aan de uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen, die de waarheid gekend hebben;
  • Matt 26:13 : 13 Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft.
  • Luk 8:3 : 3 En Johanna, de huisvrouw van Chusas, den rentmeester van Herodes, en Susanna, en vele anderen, die Hem dienden van haar goederen.
  • Luk 10:42 : 42 Maar een ding is nodig; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden.
  • Luk 11:21-22 : 21 Wanneer een sterke gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat hij heeft in vrede. 22 Maar als een daarover komt, die sterker is dan hij, en hem overwint, die neemt zijn gehele wapenrusting, daar hij op vertrouwde, en deelt zijn roof uit.
  • Luk 21:2-4 : 2 En Hij zag ook een zekere arme weduwe twee kleine penningen daarin werpen. 3 En Hij zeide: Waarlijk, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer dan allen heeft in geworpen. 4 Want die allen hebben van hun overvloed geworpen tot de gaven Gods; maar deze heeft van haar gebrek, al den leeftocht, dien zij had, daarin geworpen.
  • Hand 9:39 : 39 En Petrus stond op, en ging met hen; welken zij, als hij daar gekomen was, in de opperzaal leidden. En al de weduwen stonden bij hem, wenende, en tonende de rokken en klederen, die Dorkas gemaakt had, als zij bij haar was.
  • Hand 16:14-15 : 14 En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster, van de stad Thyatira, die God diende, hoorde ons; welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd. 15 En als zij gedoopt was, en haar huis, bad zij ons, zeggende: Indien gij hebt geoordeeld, dat ik den Heere getrouw ben, zo komt in mijn huis, en blijft er. En zij dwong ons.
  • Rom 16:2-4 : 2 Opdat gij haar ontvangt in den Heere, gelijk het den heiligen betaamt, en haar bijstaat, in wat zaak zij u zou mogen van doen hebben; want zij is een voorstandster geweest van velen, ook van mijzelven. 3 Groet Priscilla en Aquila, mijn medewerkers in Christus Jezus; 4 Die voor mijn leven hun hals gesteld hebben; denwelken niet alleen ik danke, maar ook al de Gemeenten der heidenen.
  • Rom 16:6 : 6 Groet Maria, die veel voor ons gearbeid heeft.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 3:15-18
    4 verzen
    77%

    15Zij is kostelijker dan robijnen en al; wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken.

    16Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer.

    17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

    18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.

  • Spr 31:25-31
    7 verzen
    74%

    25Ain. Sterkte en heerlijkheid zijn haar kleding; en zij lacht over den nakomenden dag.

    26Pe. Zij doet haar mond open met wijsheid; en op haar tong is leer der goeddadigheid.

    27Tsade. Zij beschouwt de gangen van haar huis; en het brood der luiheid eet zij niet.

    28Koph. Haar kinderen staan op, en roemen haar welgelukzalig; ook haar man, en hij prijst haar, zeggende:

    29Resch. Vele dochteren hebben deugdelijke gehandeld; maar gij gaat die allen te boven.

    30Schin. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden.

    31Thau. Geef haar van de vrucht harer handen, en laat haar werken haar prijzen in de poorten.

  • 14Huis en goed is een erve van de vaderen; maar een verstandige vrouw is van den HEERE.

  • 15Als iemand voor een vreemde borg geworden is, hij zal zekerlijk verbroken worden; maar wie degenen haat, die in de hand klappen, is zeker.

  • 4Een kloeke huisvrouw is een kroon haars heren; maar die beschaamt maakt, is als verrotting in zijn beenderen.

  • Spr 31:16-17
    2 verzen
    72%

    16Zain. Zij denkt om een akker, en krijgt hem; van de vrucht harer handen plant zij een wijngaard.

    17Cheth. Zij gordt haar lenden met kracht, en zij versterkt haar armen.

  • Spr 31:10-11
    2 verzen
    72%

    10Aleph. Wie zal een deugdelijke huisvrouw vinden? Want haar waardij is verre boven de robijnen.

    11Beth. Het hart haars heren vertrouwt op haar, zodat hem geen goed zal ontbreken.

  • 9Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;

  • 16Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden.

  • Spr 18:22-23
    2 verzen
    71%

    22Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van den HEERE.

    23De arme spreekt smekingen; maar de rijke antwoordt harde dingen.

  • Spr 4:8-9
    2 verzen
    71%

    8Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.

    9Zij zal uw hoofd een aangenaam toevoegsel geven, een sierlijke kroon zal zij u leveren.

  • 1Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.

  • 22Een schone vrouw, die van rede afwijkt, is een gouden bagge in een varkenssnuit.

  • 17Een goedertieren mens doet zijn ziel wel; maar die wreed is, beroert zijn vlees.

  • 18Rijkdom en eer is bij Mij, duurachtig goed en gerechtigheid.

  • 16Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen.

  • 6In het huis des rechtvaardigen is een grote schat; maar in des goddelozen inkomst is beroerte.

  • 21Die rechtvaardigheid en weldadigheid najaagt, zal het leven, rechtvaardigheid en eer vinden.

  • 3Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen.

  • 13Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed, en pand hem voor een onbekende vrouw.

  • 26Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

  • 11Goed, van ijdelheid gekomen, zal verminderd worden; maar die met de hand vergadert, zal het vermeerderen.

  • 1De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud.

  • 6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

  • 22De goede zal zijner kinders kinderen doen erven; maar het vermogen des zondaars is voor de rechtvaardige weggelegd.

  • 16Elkeen, die haar verbergt, zou den wind verbergen, en de olie zijner rechterhand, die roept.

  • 8Maar was er een man van geweld, voor dien was het land, en een aanzienlijk persoon woonde daarin.

  • 5Teth. Wel dien man, die zich ontfermt en uitleent; Jod. hij beschikt zijn zaken met recht.

  • 3He. In zijn huis zal have en rijkdom wezen; Vau. en zijn gerechtigheid bestaat in eeuwigheid.

  • 32O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.

  • 15Des rijken goed is een stad zijner sterkte; de armoede der geringen is hun verstoring.

  • 4Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.

  • 4Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid; maar de gerechtigheid redt van den dood.

  • 20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 24Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

  • 20Een gans getrouw man zal veelvoudig zijn in zegeningen; maar die haastig is, om rijk te worden, zal niet onschuldig wezen.

  • 16De gift des mensen maakt hem ruimte, en zij geleidt hem voor het aangezicht der groten.